Ruiters onzeker van WB-deelname

Het ministerie van Landbouw heeft de Nederlandse deelnemers aan de finales voor de wereldbeker dressuur (5-8 april in Aarhus) en springen (12-16 april in Gothenburg) geen ontheffing verleend van het vervoersverbod voor paarden, dat geldt in verband met het heersende mond- en klauwzeer (MKZ).

Hierdoor wordt deelname aan deze wedstrijden problematisch voor Nederlandse ruiters en amazones. De Zweedse autoriteiten hebben bovendien geëist dat de deelnemende paarden aan de wereldbekerfinale in Gothenburg tenminste twee weken van tevoren in een niet besmet land gestald moeten staan. Die termijn is nu niet meer haalbaar voor de Nederlanders, behalve voor amazone Gonnelien Rothenberger die haar paarden in Duitsland heeft gestald.

De Nederlanders hopen nog op een versoepeling van het vervoersverbod voor volgende week dinsdag, wanneer de paarden volgens schema naar Denemarken zouden afreizen. Het bestuur van de Nederlandse hippische sportbond NHS had het ministerie van Landbouw ,,uit overwegingen van goodwill'' gevraagd een uitzondering te maken op het vervoersverbod van de paarden. Maar dat verzoek is gisteren afgewezen.

De organisatie van de wereldbekerfinale in Aarhus wil per se olympisch kampioene Anky van Grunsven aan de start hebben en onderzoekt de mogelijkheid de finale naar begin mei te verplaatsen.

De internationale hippische federatie besloot gisteren juist 26 in plaats van de gebruikelijke achttien ruiters uit de West-Europese league toe te laten tot de finale van Gothenburg. Daardoor kreeg Yves Houtackers als 21ste op de ranglijst ook een startbewijs. Jan Tops en de broers Gerco en Wim Schröder, de andere Nederlandse ruiters, waren al zeker van een plek in de finale. Voor de dressuurfinale hadden Gonnelien Rothenberger en Sonja Gademan zich al geplaatst, Anky van Grunsven had als bekerhoudster zonder meer recht op een finaleplaats.