Macedonië is kwestie voor EU

In Macedonië zwijgen de wapens. Of ze weer gaan spreken, hangt vooral af van de vraag of het geweld wordt gevolgd door een dialoog tussen de Macedonische regering en de vertegenwoordigers van de Albanese minderheid, en wel een die tot concrete resultaten leidt. Blijven die uit, dan wacht Macedonië wellicht spoedig een langdurige en bloedige burgeroorlog.

Dat de wapens zwijgen, ligt vooral aan de militaire zwakte en het politieke isolement van de Albanese rebellen. Maar zoals ze na zondag spoorloos zijn verdwenen in de bergen boven Tetovo, zo kunnen ze zonder veel problemen weer opduiken met terreuraanslagen of met korte opstanden: zij hebben genoeg steun bij de Albanese minderheid om zich te kunnen gedragen als de vis in het water die de ware guerrillero is. Wapens zijn er genoeg – uit de in 1997 geplunderde wapenarsenalen in buurland Albanië, uit de nooit geleegde depots van het bevrijdingsleger in het aangrenzende Kosovo, of uit de voorraden van de wapensmokkelaars voor wie Macedonië al tien jaar een belangrijk transitland is. Vrijwilligers zijn er ook genoeg, in Kosovo en in het woongebied van de Macedonische Albanezen. Een dergelijke guerrilla kan vele jaren duren. Ze zou een verwoestende uitwerking hebben op de pogingen, het zwakke en kwetsbare Macedonië te stabiliseren en ze zou rampzalig zijn voor de stabiliteit in Kosovo en Albanië.

De Macedonische regering heeft te weinig ondernomen om de Albanese minderheid het gevoel te geven er in Macedonië `bij te horen'. De eisen van de Albanezen zijn tien jaar lang gepresenteerd en besproken, gewikt en gewogen en vervolgens in het ongewisse blijven hangen, hooguit hier en daar voorzien van een concessie die het Grote Ongenoegen van de Albanezen niet wegnam. Tientallen keren is OVSE-gezant Max van der Stoel langs geweest om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In elke regering die Macedonië sinds 1991 heeft gehad hebben Albanese ministers hun geloofwaardigheid op het spel gezet en uiteindelijk grotendeels verloren.

Het meest positieve gevolg van al die inspanningen is vrede die – hoe wankel ook soms – tien jaar heeft standgehouden. Macedonië is geenszins een `apartheidsstaat'. Het is absurd te stellen dat de Macedonische Albanezen het even slecht hebben als de Kosovo-Albanezen ten tijde van Miloševic. Maar aan de andere kant: hoe veel er ook is gedaan, de belangrijkste grieven van de Albanezen zijn niet weggenomen. De basiseisen liggen er nog bij zoals ze er in 1991 bij de onafhankelijkheid bij lagen: een statusverhogende vermelding in de grondwet, erkenning van het Albanees als staatstaal, een eigen universiteit, grotere toegang tot het overheids- en veiligheidsapparaat.

Het is op voorhand duidelijk dat de Macedonische regering niet bereid is aan die basiseisen te voldoen: ze kon tien jaar lang niet over haar schaduw springen; doet ze dat nu wel, dan zullen de Slavische Macedoniërs dat zien als een capitulatie en als een zege voor de Albanese rebellen. Het is eveneens op voorhand duidelijk dat de Albanezen niet geneigd zijn hun eisen te matigen. Die zijn heilig. Bovendien zijn de politieke leiders van de Albanese minderheid door de rebellen uit eigen kring in hun hemd gezet en moeten ze dringend hun geloofwaardigheid herwinnen. Beide partijen zullen dus eerder de hakken in het zand zetten dan een brede bereidheid tot concessies aan de dag te leggen.

Die concessies – van beide partijen – zullen moeten worden afgedwongen wil Macedonië op afzienbare termijn een stabiel en rustig land worden. De Europese Unie is de enige die daarvoor de mogelijkheden heeft. Ze kan economische hulp en economische projecten gebruiken – als stick and carrot, als stok achter de deur, maar ook als aanmoediging – om concrete vooruitgang in de dialoog tussen de Slavische en de Albanese Macedoniërs af te dwingen en te voorkomen dat de dialoog verzandt zoals hij al tien jaar verzandt. De EU heeft daarvoor in de ogen van beide partijen in Macedonië de status. Ze wordt door beide partijen serieus genomen. Ze heeft bovendien de macht en het geld. Als de internationale gemeenschap Bosnië en Kosovo als protectoraten onder haar vleugels kan nemen, kan ze zich ook leidend, sturend, desnoods dwingend, ontfermen over de dialoog in Macedonië. Doet ze dat niet, dan zal de kwestie van de Albanese minderheid een tijdbom worden die ooit zal ontploffen.

Peter Michielsen is redacteur van NRC Handelsblad.