Jongensfilm

Vijf Oscars, waaronder die voor de beste speelfilm, voor Gladiator had ik iets gemist? Vorig jaar was de film in Nederland uitgekomen, zonder dat ik ook maar één moment had overwogen erheen te gaan. Had ik destijds misschien een afstotende trailer van de film gezien bij het bezoek aan een andere film? Heel goed mogelijk, want die trailers hebben doorgaans juist een demotiverend effect op mijn bioscoopbezoek.

Ik ging dus maar eens de mogelijke schade inhalen bij het City Theater in Amsterdam, waar Gladiator weer draait. De vertoning begon met trailers van drie andere, binnenkort in deze bioscoop te verwachten films, en jawel, wéér dacht ik opgelucht: die hoef ik in ieder geval niet te zien. Het ging om The Exorcist, The Gift en Enemy of the Gates. Van filmregisseurs die zoveel bombast in een trailer willen stoppen, kan geen interessante film worden verwacht.

Of had ik Gladiator met deze privé-theorie juist tekortgedaan? Ik gaf me over aan de regisseur, Ridley Scott, en beleefde even een spectaculaire terugkeer naar mijn jeugd.

Ik moet een jaar of twaalf zijn geweest toen ik mijn onvergetelijkste bioscoopuren doorbracht met sterren als Kirk Douglas, Victor Mature, Charlton Heston, Tony Curtis en – niet te vergeten diens toenmalige vrouw Janet Leigh. Spektakels als Ben-Hur, De Tien Geboden en Spartacus maakten een onuitwisbare indruk op de jongensziel, om de eenvoudige reden dat het vooral jongensfilms waren, zoals je ook jongensboeken hebt. In mijn herinnnering werden die films inderdaad vooral door jongens en mannen bezocht (zoals bekend zijn mannen oudere jongens).

Dit waren de films en helden waarmee je je als man-in-wording kon vereenzelvigen. Er zat veel geweld in, uitvloeisel van een strijd tussen goed en kwaad die onveranderlijk door de deugd werd gewonnen. En er was altijd wel een of andere Janet Leigh die nog net op tijd als een overwinningstrofee door de dapperste ruiter op zijn paard kon worden gehesen, zoals je jongens in die tijd met hun meisje voor zich op hun fietsstang zag rijden.

In die wereld van de schone, rauwe schijn dwaalde ik tijdens Gladiator weer even rond, maar er was helaas in de tussentijd te veel met me gebeurd.

Wat ik nu zag, was één groot cliché, een karikatuur van een karikatuur, een fantasieloze heruitgave van al die vroegere megafilms, maar dan met de nieuwste technische middelen opgetuigd. En Kirk Douglas werd slecht vervangen door de kleurloze Russell Crowe, die er toch nog een heuse Oscar voor kreeg men had hem beter aan zijn paard kunnen geven.

Een Romeinse keizer kiest een sterke generaal (Crowe) tot zijn opvolger, daarmee zijn eigen zoon passerend. De zoon wil wraak nemen op vader en opvolger en aan het slot van dit voorspelbare lied staan zoon en opvolger tegenover elkaar in het Colosseum. Crowe wint. Dat is het hele onzinverhaal.

Wanneer houden we nu eens op met het serieus nemen van die Oscars?