`Ik weet niet hoe ik me verdedigen moet'

Kees Schilder, ex-wethouder voor Volendam '80, wilde volgens de commissiePolak/Versteden de regels voor brandpreventie niet uitvoeren. ,,Onzin'', zegt hij.

Met starre ogen zit Kees Schilder aan een tafeltje in hotel Spaander in Volendam. Het is dinsdagmiddag, een uur na de persconferentie waarin Polak en Versteden hun rapport hebben gepresenteerd over de brand in café 't Hemeltje. Tussen de regels door hebben ze hem een groot deel van de schuld gegeven. Schilder was van 1994 tot eind 1998 wethouder van milieuzaken voor Volendam '80, de partij `die het dichtst bij de bevolking staat'. Eerder, vanaf 1982, zat hij in de gemeenteraad voor Volendam '80. Daar zit hij nu weer in.

Boos is Schilder niet, eerder gelaten. ,,Vriend en vriendjesmaat hebben dit rapport geschreven'', zegt hij. ,,Ik móést de schuld krijgen.'' Hij heeft eigenlijk geen tijd om te praten, hij heeft een afspraak in Rotterdam en thuis staat het warme eten op tafel. ,,Mijn vrouw slaat me dood als ik niet kom.'' ,,Moet ik je vrouw even bellen?'', vraagt de baas van hotel Spaander die hem hoort klagen. Ze kennen elkaar goed. Schilder is de baas van een botenbedrijf naast het hotel. De toeristen die hij op en neer naar Marken brengt, eten hun toast met paling bij Spaander.

,,Ik weet niet hoe ik me verdedigen moet'', zegt Schilder. ,,Dit rapport is dermate smerig, het is zo'n onvoorstelbare aaneenrijging van eh...'' Hij weet niet welke woorden hij ervoor moet gebruiken. Na een paar minuten staat hij op, hij gaat naar huis. ,,Als ik daar over een halfuur nog ben, wil ik wel verder praten'', zegt hij.

Een halfuur later springt hij op van de bank, hij was in slaap gevallen. Zijn huis staat aan de dijk, bij het water. ,,Ik heb een beetje hypoglycemie'', zegt hij. ,,En ik heb last van mijn hart.'' Aan de wanden hangen afbeeldingen van Maria, trouwfoto's van hun dochters.

,,De brandweercommandant van de regio wilde de commandanten in Volendam en Edam vervangen'', zegt Schilder zonder inleiding. Hij praat over 1995, 1996. ,,De commandant in Volendam zei tegen me: als je dat doet, zijn de korpsen weg.'' Volendam en Edam hebben allebei een eigen vrijwilligerskorps. Over de vervanging van de twee commandanten, zegt Schilder, was ,,discussie'' in het college van B en W. Andere discussies kan hij zich niet herinneren. Kende Schilder de commandant van Volendam? ,,Tuurlijk'', zegt hij. ,,Dat was Henk Tol. Hij was één van ons. Dan heb je toch in je achterhoofd: voorzichtig wezen.''

Hij pakt een gele viltstift en begint in een dikke stapel papier strepen te zetten. Het is het rapport dat zijn partij over de ramp liet maken door het Purmerendse recherchebureau Secure For You. Hij wijst aan: ,,Ik heb me vanaf 1997 ingespannen om een brandpreventiemedewerker aan te stellen. Kijk, mijn handtekeningen staan er allemaal op.'' Hij laat brieven zien van het college van B en W aan de Regionale Brandweer Waterland en vice versa – eindeloos veel.

Vóór de brand in café 't Hemeltje had hij nooit ruzie met burgemeester IJsselmuiden. ,,Na de brand ging hij mij te pas en te onpas zwartmaken. Hij wílde dat ik de schuld kreeg.'' Maar het omgekeerde is waar, zegt hij. ,,De gemeente heeft vorig jaar al haar plichten verzuimd.'' Hij vindt het verstandig van IJsselmuiden dat hij nu is afgetreden.

De telefoon gaat iedere minuut, Schilder kan geen zin afmaken. Het zijn journalisten of Volendammers. ,,Ik krijg de schuld, hè'', zegt hij steeds weer. Hij zucht als het even stil is. ,,En ik ben niet eens gehoord door die commissie.'' Hij heeft geen zin om er nog wat over te zeggen. Bij de voordeur zegt hij: ,,De Heer is mijn Herder. Al wat mij geschiedt, is welgedaan.''