Honden en hondenlevens in Mexico

Sinds zijn première in een bijprogramma van het Filmfestival Cannes vorig jaar, heeft de Mexicaanse film Amores perros nogal wat opzien gebaard op diverse internationale filmfestivals. Hij trok in eigen land een recordaantal bezoekers. De film kreeg zelfs een van de vijf Academy Awardnominaties voor Beste Buitenlandse Film, maar moest de Oscar afgelopen maandag naar favoriet Crouching Tiger, Hidden Dragon van Ang Lee zien gaan. Het succes van Amores perros is niet verwonderlijk. De debuutfilm van voormalig diskjockey Alejandro Gonzáles Iñárritu is vlot en energiek en voorziet in een beeld van duister en ondoorgrondelijk Mexico waar de wat avontuurlijker ingestelde toerist op hoopt. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Amores perros dat beeld exploiteert en inspeelt op dat verlangen naar exotisme, zonder het te analyseren. Op dat punt zou je je moeten afvragen hoe zuiver de intenties van de regisseur bij deze film zijn geweest.

In een van Quentin Tarantino afgekeken stijl en structuur vlecht Amores perros drie verhaallijnen door elkaar, waarin honden, de liefde voor honden en de hondse haat/liefdesverhoudingen die mensen met elkaar en hun hondenlevens kunnen hebben, de boventoon voeren. Hoewel de aftiteling verzekert dat er geen dieren pijn hebben hoeven lijden tijdens de productie van deze film, zijn de overvloedige rauw en bloederig gefilmde hondengevechten in met name het eerste gedeelte van de film waarschijnlijk geen aanbeveling voor hondenliefhebbers. Octavio is een jonge werkeloze man die met de hond van zijn broer deelneemt aan die hondengevechten om zo het gehoopte fortuin te vergaren om met de zwangere, minderjarige echtgenote van diezelfde broer elders een nieuw bestaan op te bouwen.

In de eerste enerverende minuten van de film rijdt hij met de tijdens een fataal laatste gevecht zwaargewond geraakte hond door de straten van Mexico Stad, nu eens jager, dan weer opgejaagd. In het auto-ongeluk wat daarop volgt laat Gonzáles Iñárritu de levens van Octavio, het kitscherig-sjieke fotomodel Valeria en de mysterieuze grijsaard El Chivo samenkomen. In de drie episodes die daarna komen, staat steeds een van deze personages centraal, terwijl ze en passant ook nog wat licht werpen op de achtergrond van de andere karakters. Gonzáles Iñárritu permitteert zich daarbij de nodige flashbacks en forwards om de losse eindjes aan elkaar te knopen of juist verwarring te zaaien. Bovendien heeft hij voor elk van de drie hoofdstukken van de film een ander genre gekozen.

De wereld van Octavio is vormgegeven in het vette realisme dat graag documentair genoemd wordt en zich daarmee het predikaat authentiek toe-eigent. Het middelste verhaal speelt leentjebuur bij spaanstalige soaps en de bizarre werkelijkheid van het Latijns-Amerikaanse magisch-realisme, terwijl de geschiedenis van de zwervende huurmoordenaar El Chivo de vorm van een psychologische thriller heeft gekregen. Die manier van vertellen houdt beslist de aandacht van de toeschouwer vast, maar voor het verhaal zelf heeft het, in tegenstelling tot de films waarin Tarantino bijvoorbeeld dit principe toepast, geen meerwaarde. Het is een trucje, zoals Amores perros wel meer onbenulligheid verbergt achter bravoure. Uit de hand gedraaide scènes, woeste montage, met scheutig gebruik van jumpcuts en agressieve Mexicaanse rap op de soundtrack, het draagt allemaal bij aan het geforceerde jong-hip-wild dat deze film uit al zijn poriën wil zweten. Talent kan Gonzáles Iñárritu niet ontzegd worden, maar een combinatie van machismo en scoringsdrift maken zijn film ergerlijk berekenend en kil.

Amores perros. Regie: Alejandro González Iñárritu. Met: Emilio Echevarría, Gaël García Bernal, Goya Toledo. In: Cinerama, Kriterion Amsterdam; Lux Nijmegen; Lantaren/Venster Rotterdam; Poelestraat Groningen.