Guy Georges bekent en huilt

Guy Georges, aangeklaagd voor een serie moorden en verkrachtingen in Parijs, heeft gisteren bekend.

Hij draagt een witte trui, hij heeft zijn hoofd kaalgeschoren. Het is de zevende dag van het proces tegen Guy Georges, aangeklaagd voor een serie verkrachtingen en moorden in het oostelijk deel van Parijs. ,,Vandaag'', zal de officier van justitie later zeggen, ,,heeft de verdachte zich helemaal bloot gegegeven.''

Guy Georges doodde de zeven vrouwen, onder wie twee Nederlandse, tussen 1991 en 1997 in hun appartement of in parkeergarages. Vooral door inspanningen van de moeder van één van de Nederlandse slachtoffers kreeg de zaak veel aandacht. Ze beschreef in een boek fouten en slordigheden in het politie-onderzoek.

In de kamer van de getuigen zit gistermiddag Elisabeth Ortega. Een vrouw met een wit gezicht en lang, rood haar. In de zomer van 1995 drong Guy Georges haar appartement binnen, bedreigde haar met een mes, bond haar vast. Hij liep weg om het licht in de hal uit te doen, Elisabeth sprong door het raam – ze woonde op de begane grond – en ontsnapte aan de man die al vier vrouwen had verkracht en vermoord en daarna nog drie dodelijke slachtoffers zou maken.

In de beklaagdenbank zit Georges. Een van zijn advocaten, Fréderique Pons, richt zich tot hem: ,,Hebt u wat te zeggen?''

,,Nee'', zegt hij. Na zijn arrestatie in 1998 had hij bekentenissen afgelegd, vorige week trok hij die in. Afgelopen vrijdag leek het er op dat hij toch weer zou bekennnen, maar maandagochtend weigerde hij nog wat te zeggen. Hij piste op Justitie.

Zijn andere advocaat, Alex Ursulet, dringt aan: ,,Het wordt tijd dat u wat zegt. Ik vraag het u. Er is niemand die uw stilte nog kan verdragen, straks, als Elisabeth Ortega komt getuigen. Hebt u wat te zeggen?''

Guy Georges: ,,Nee.''

De advocaat: ,,Doet u het voor de nabestaanden tegenover u. Als u schuldig bent, zwijg dan niet meer. Hebt u wat te zeggen?''

,,Nee.''

De advocaat: ,,Doet u het dan voor uw familie, voor uw vader, waar die ook is. U móet wat zeggen. Hebt u mevrouw Ortega aangevallen?''

,,Ja'', zegt Georges dan, heel zacht. De advocaat gaat door. ,,En hebt u mevrouw Escarfail gedood?''

,,Ja'', zegt Guy Georges. Pascale Escarfail was zijn eerste slachtoffer. En mevrouw Rocher? Ja. Mevrouw Benady? Ja. Zeven namen, zeven keer `ja'.

Georges huilt, hij kijkt naar de familie van de slachtoffers. ,,Ik vraag u om vergeving. Ik vraag ook mijn familie om vergeving, mijn vader, mijn kleine zusje, en God als die bestaat. Ik vraag mijzelf om vergeving.''

De rechter: ,,Waarom hebt u dit gedaan?''

,,Ik weet het niet'', zegt Guy Georges. ,,Ik heb me dat ook altijd afgevraagd.'' De rechter wil weten waarom hij meewerkte aan het DNA-onderzoek. Daaruit bleek dat zijn DNA-profiel overeenkwam met DNA-sporen die waren ontdekt. Guy Georges: ,,Ik wilde dat ze me zouden stoppen.''

Dan komt Elisabeth Ortega binnen, in een rolstoel. Tijdens haar vakantie, kort nadat ze aan Georges was ontsnapt, kreeg ze een ongeluk en raakte verlamd. Ze praat met heldere, rustige stem. Soms hapert ze, dan lijkt het er op dat ze moet huilen, maar ze herstelt zich, want ,,gisteravond heb ik besloten niet meer bang te zijn''. Ze kijkt Georges aan en hij kijkt naar haar. Na bijna ieder woord knikt hij, met zijn hele lichaam, lijkt het. Ze vertelt hoe hij, om haar mond te snoeren met zwart plakband, haar lange haren uit haar gezicht haalde. ,,Met een gebaar dat efficiënt was, maar ook sensueel en teder.''

Ze was haar getuigenis begonnen met het noemen van de namen van de vrouwen die door Guy Georges waren vermoord. Haar `bloedzusters'. ,,Ik weet niks van ze. Maar ik weet hoe ze zijn omgekomen.'' Tegen de nabestaanden zegt ze: ,,Ik zou hen zo graag een beetje levend aan u willen teruggeven vandaag. Ik zou het moment van geweld willen delen met u, want ik ken de terreur en het verzet die zij hebben gekend.''

Haar verhaal lijkt een perfect uitgevoerde toneelmonoloog. ,,Een act'', zegt de vader van een van de slachtoffers later, met bewondering. ,,Ze heeft goed beseft dat ze een jury moet overtuigen.'' Een zus van een slachtoffer zegt na afloop: ,,Ik heb geen wraakgevoelens. Deze man moet de rest van zijn leven opgesloten blijven. Niet uit genoegdoening, maar omdat de maatschappij tegen hem beschermd moet worden. Hij heeft getoond dat hij een geweten heeft. Dat is zijn ergste straf.''

Buiten de rechtszaal worden, zoals iedere dag, de advocaten opgewacht door cameraploegen. Ze geven gretig commentaar. In de gangen hangen bordjes `verboden te roken', maar er wordt stevig gerookt. De nabestaanden zijn opgelucht. Sommigen trillen, zeggen dat ze een tijd aan een ,,ernstige ziekte'' hebben geleden, zonder te weten wat die ziekte was. Nu weten ze het. De moeder van Catherine Rocher, vermoord in 1994, heeft tranen in haar ogen. Ze zegt: ,,Ik had nooit gedacht dat ik de moordenaar van mijn dochter nog eens zou bedanken. Toch doe ik dat vandaag.''