Grieken als wrede plunderaars

Tien actrices spelen een bewerking van Trojaanse vrouwen en Hekabe van Euripides. De Trojaanse oorlog mag dan ten einde zijn, de vrouwen maken de gruwelijkste nacht van hun leven mee.

Een ogenschijnlijk geringe aanleiding, de schaking van de beeldschone Helena, heeft een grote en bloedige oorlog tot gevolg: de Trojaanse. Eindeloos beschreven door de Griekse tragediedichters, door Seneca en ook door onze P.C.Hooft en Joost van den Vondel.

De nieuwe bewerking die regisseur Mirjam Koen voor het Onafhankelijk Toneel maakte, heet De Trojaansen. Zij verweeft daarin twee tragedies van Euripides uit de vijfde eeuw voor Christus: Trojaanse vrouwen en Hekabe. Actrices als Ria Eimers, Marlies Heuer, Joke Tjalsma en Els Ingeborg Smits vertolken de verschillende personages. En ook de rollen voor de mannen.

De robuuste, oude Rotterdamse Elektriciteitfabriek, de zogeheten Schiecentrale aan de Lloydstraat bij de Maas, is een ideale locatie voor dit drama vol treurnis, klaagzang en verdriet. De Trojaanse vrouwen zijn door de Grieken eenvoudigweg gedumpt op het strand van Thracië bij Troje. De stad is gevallen, huizen verwoest. Vaders, mannen, zoons: allemaal dood, verslagen.

De Trojaansen begint in de nacht; de vrouwen wachten op verscheping door de Grieken naar de overzijde. Hekabe, de voormalige koningin van Troje, is het treurende middelpunt van alle gekwelde vrouwen. Haar dochter Kassandra wordt slavin van Agamemnon; dochter Polyxene is geofferd op het graf van Achilles en haar jongste zoon is ook al vermoord. De tragedie is een ketting van doodslag, wraak, erewraak.

Tijdens een repetitie laat Mirjam Koen veel over aan de actrices. Marlies Heuer zegt bijvoorbeeld: ,,Ik kan heel goed nederig lopen.' In deze scène is zij als machteloze Trojaanse dienares overgeleverd aan een Griekse held.

Ria Eimers in de hoofdrol van Hekabe begint als een slang te sissen. Zij meent: ,,Het moet klinken als in Italiaanse macho-films. De vrouw wil helemaal niet met die man mee, maar ze moet. Tssst.' Voor Mirjam Koen is De Trojaansen een analyse van macht en willekeur: ,,Ik las het stuk al op het gymnasium. Het stond bij mijn vader in de boekenkast, hij regisseerde voor televisie. Ik was enorm geboeid door die gestolde, hardstenen taal van Euripides.

,,Ik heb er lang over geaarzeld voordat ik een Griekse tragedie aandurfde. De zwaarte is groot. Bovendien wilde ik de clichébeelden van een tragedie vermijden. Het stuk gaat voor mij over de gevolgen van macht. De Grieken zijn een wreed volk. Ze onderhielden hun stadstaat door plunderingen van steden en streken in de omgeving, zoals Troje. Hun buit werd gevormd door sieraden, reukwaar, vrouwen. Je zou bijna zeggen in die volgorde. Een mooie vrouw gaf aanzien, slavinnen waren nodig voor de economie.'

De Trojaansen biedt geen werkelijke actie of conflict. Het is een treurspel op de grens van melodrama dat zijn kracht en betekenis dankt aan de taal en het toneelspel. Hugo Koolschijn vond in zijn vertaling, net als bij eerdere tragedies, een mooi evenwicht tussen poëzie en compacte zeggingskracht. Bij het Onafhankelijk Toneel speelt de handeling zich af aan zuidelijk strand, verlaten en desolaat. Ooit werd er gezonnebaad, gedanst, maakte een jongen muziek met zijn eenmans-bandje. Iedereen is in de ellende. Het is een cyclus van leed. Componist Frank van Berkel bespeelt een weemoedig klinkend orgeltje.

,,We kunnen ons afvragen waarom juist dit verhaal over Troje het best bewaard is,' vervolgt Koen. ,,Van generatie op generatie zijn de oorlogshandelingen, en dan vooral de Griekse overwinningen en heldendaden, mondeling overgeleverd, totdat de epische dichter Homerus ze optekende. Kort na de Trojaanse oorlog brak in Griekenland de zogenaamde duistere tijd aan.

,,Vermoedelijk is daarom Euripides' verdichting, waarbij hij zich richtte naar Homerus, levendiger blijven voortbestaan. Het was het laatste krijgsverhaal.

Omdat de mannenrollen ook door vrouwen worden gespeeld, hoop ik te voorkomen dat de voorstelling al te eenzijdig en klagerig wordt. Ik wil een analyse van macht en geweld, van politieke twist waarvan vrouwen veelal het slachtoffer zijn. Daarom spelen de vrouwen ook mannelijke beulen, de eigenlijke Griekse helden. Dat schept distantie. Er ontstaat een andere, artificiële lading. De tragedie verandert in een reconstructie van het machtsmechanisme. Alsof de tragische partij, in dit geval de Trojaanse vrouwen, terugblikt op de situatie en zich afvraagt: `Hoe is het zover kunnen komen?` Ik heb ook geprobeerd een nieuwe vorm voor het koor te vinden. Euripides gebruikte drie stijlen. Het koor als commentaar, waarschuwing of uitleg. Ik verspreid de tekst over de personages. Elk koorlid is met haar tekst betrokken bij de handeling. Dat brengt de woorden dichterbij.'

Aan het slot oefenen de spelers met de opkomst van een kinderlijkje, over de plankenvloer gesleept door een boodschapper van de Grieken.

Het kind is Hekabe's kleinzoon. Joke Tjalsma plaatst de boodschappentas met het lijkje erin aan de voeten van Hekabe. Uit de tas steekt het been van een pop te voorschijn, een armpje komt boven. Mirjam Koen zegt tegen de actrices: ,,Neem de tijd voor dit beeld. Eerst blijft de tas op de grond staan, daarna neemt Hekabe hem op schoot. Het is een actueel en hedendaags beeld. Hetzelfde gebeurde in Bosnië.

,,Er is een kind dood, een lijkje, we moeten er ergens mee naartoe. Het moet ergens in. Maar waarin? Er zijn geen kisten maar. Dan maar de boodschappentas.'

De Trojaansen door het Onafhankelijk Toneel. Première 31/3, De Schiecentrale, Rotterdam t/m 8/4. Tournee t/m 30/6. Inl.: 010-4769029;www.ot-rotterdam.nl.

Gerectificeerd

De Trojaansen

In het artikel Grieken als wrede plunderaars (in de krant van woensdag 28 maart, pagina 9) staat dat de vertaling van De Trojaansen gemaakt was door Hugo Koolschijn. Dit is onjuist. De vertaler is zijn broer Gerard Koolschijn.