Golf aanslagen ondergraaft prestige van Sharon

Buitenlands-politieke overwegingen dwingen de Israëlische premier Sharon tot dusverre de Palestijnse terreur onbeantwoord te laten. Het doet zijn gezag geen goed.

De Palestijnse terreurgolf die over Israël slaat, teistert ook het prestige van premier Ariel Sharon. De Israeliërs kozen zeven weken geleden massaal voor hem omdat ze geloofden in zijn verkiezingsbelofte dat hij als opvolger van premier Ehud Barak ,,vrede met veiligheid'' zou brengen. Had hij als commandant van Zuid-Israël de Palestijnse terreur in de jaren zeventig in de Gazastrook niet uitgeroeid?

Als verlamd laat Sharon de dagelijkse portie venijnige Palestijnse terreur voorlopig nog over zich heen gaan. Zijn geloofwaardigheid is al zodanig aangetast dat Israëlische commentatoren menen dat de Palestijnse leider Yasser Arafat er op uit is hem ten val te brengen, zoals hij eerder Barak liet afgaan.

Terwijl Palestijnse zelfmoordenaars en Palestijnse bommen paniek zaaien onder de Israeliërs, komen uit de mond van Sharon en zijn ministers clichés die de onmacht verhullen om een einde aan de Palestijnse terreur te maken: ,,We weten wat te doen'', ,,we zullen het moment van ons antwoord bepalen'', ,,de Palestijnen zullen een prijs moeten betalen.'' Maar gelijktijdig wordt het Israëlische volk gemaand geduld te oefenen. Als een wijze staatsman houdt de `nieuwe' Sharon zijn kruit droog zolang de Arabische top in Amman aan de gang is. Ook de Arabische `Landdag', vrijdag, is een datum op de kalender die van Sharon zelfbeheersing eist. De Israëlische Arabieren herdenken dan zeven Arabieren die in 1976 tijdens grote demonstraties tegen landonteigening door de politie werden doodgeschoten. Dertien Arabieren werden afgelopen oktober gedood toen de Arabische minderheid in Israël uit solidariteit met de Palestijnse opstand de straat opging. Een hard Israëlisch antwoord op de huidige aanslagen vóór Landdag zou opnieuw tot een anti-Israëlische uitbarsting van deze gemeenschap kunnen leiden. Ook het komende bezoek van de Egyptische president Hosni Mubarak aan Washington noopt Sharon tot weloverwogen beleid.

Maar de Israëliërs die voor hem stemden hebben geen boodschap aan Sharons ook op de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten afgestemde voorzichtigheid. Uit angst kozen zij voor hem. Nu zijn veel van zijn aanhangers wanhopig en in paniek. De mensen zitten als verlamd voor de televisie die de bloedige uitwerking van de terreur in de huiskamers brengt. Radio Israël is voortdurend in de lucht met details over dood en verderf die de Palestijnen in het land zaaien. De krant Yediot Ahronot publiceert vandaag in rode en zwarte letters een overzichtskaart van de plaatsen waar Palestijnse terreur na de verkiezing van Sharon als premier heeft toegeslagen.

In dezelfde krant schrijft een woordvoerster van de kolonisten vandaag dat Sharon makkelijk praten heeft de Palestijnse leider Yasser Arafat verantwoordelijk te stellen voor de aanhoudende Palestijnse aanslagen. ,,Yasser Arafat is niet verantwoordelijk voor de moord op de baby in Hebron'', schrijft ze. ,,De premier van Israël draagt de verantwoordelijkheid. Het volk heeft het recht zijn woede tegen hem te richten in de hoop dat dit alles eindelijk zal ophouden.''

Sharon staat voor een dilemma: hij moet kiezen tussen de `nieuwe Sharon' en de `oude Sharon', zoals veel van zijn kiezers hem herinneren. Om binnenlandse politieke redenen moet hij Arafat zijn ijzeren vuist laten zien. Sharon vermoedt dat de Palestijnse leider hem in de valstrik van excessief geweld tegen het Palestijnse volk wil laten lopen om daaruit diplomatieke en politieke winst te slaan die hem in een betere positie brengt om het vredesoverleg met Israël te hervatten. Deze paradox kan Sharon niet oplossen, tenzij hij hervatting van het vredesoverleg met Arafat zonder voorwaarden vooraf aanvaardt en zich neerlegt bij de stichting van een Palestijnse staat naast Israël.