Aanval op hulporganisatie in Somalië

Vier buitenlanders zijn gisteren ontvoerd in Somalië na een aanval op een Westerse hulporganisatie door een van de rebellenleiders die de hoofdstad Mogadishu in hun greep houden. Vijf andere Westerse hulpverleners, over wier lot onduidelijkheid bestond, bleken vanochtend ongedeerd. De rebellen zeiden de wereld te willen tonen dat Mogadishu nog altijd ,,geen veilige plek'' is.

De aanval begon toen VN-personeel en hulpverleners onder begeleiding van lijfwachten het terrein van de hulporganisatie Médécins sans Frontières (MSF) verlieten om een choleraproject te bezoeken. Het terrein bleek omsingeld door aanhangers van factieleider Musa Sude Yalahow, die het vuur openden op het konvooi van de organisatie. In de verwarring die daarop ontstond, vluchtte een aantal mensen terug het MSF-kantoor in. Vier VN-medewerkers die niet op tijd wisten te ontkomen, zijn door de overvallers ontvoerd. Zij worden nog vastgehouden in Mogadishu, aldus een VN-woordvoerder. Het gaat om twee Britten, een Fransman en een Belg. De Somalische regering zond gistermiddag soldaten naar het terrein om de hulpverleners in het MSF-kantoor te ontzetten. In het twee uur durende gevecht tussen regeringssoldaten en rebellen vielen volgens ooggetuigen acht doden en raakten tientallen mensen gewond.

Vijf andere buitenlanders bleken naar het huis van een rivaliserende rebellenleider te zijn gevlucht. Zij werden vanochtend overgedragen aan de Somalische regering. ,,Ik wil de internationale gemeenschap alleen maar laten zien dat Mogadishu niet veilig is'', verklaarde een rechterhand van Yalahow. Maar volgens waarnemers was een rivaliserende clan het doelwit van de aanval omdat die de lijfwachten aan MSF had geleverd. Na jaren van burgeroorlog beleeft Somalië een wankele vrede. Premier Ghyaleyd heeft de VN onlangs verzocht weer een vertegenwoordiging in Mogadishu te openen.