`Westerse kritiek op Hongkong is hypocriet'

Het buitenland maakt zich vaak grote zorgen over de autonome status van Hongkong. Maar de Westerse kritiek is doorgaans `dom' en `onoprecht'.

De twee favoriete woorden van Shiu Sin Por zijn `hypocriet' en `arrogant'. Shiu, die zich een product van koloniale onderdrukking noemt, is licht ontvlambaar als het gaat om de Westerse kijk op Hongkong en, zoals hij het noemt, moederland China. Shiu is directeur van het `Eén land, twee systemen' Instituut; hij doet onderzoek naar de positie van Hongkong als autonoom maar loyaal deel van China.

Westerse politici die opmerkingen maken over de teloorgang van Hongkongs autonomie ,,weten niet waar ze over praten'', zegt Shiu. Buitenlandse regeringen die China's mensenrechtenbeleid kritiseren ,,zijn niet oprecht'' en doen dat uitsluitend om het thuisfront te vriend te houden. Van Aartsen, die vorige maand een bezoek aan China en Hongkong afzegde om politieke redenen, is ,,bijzonder dom''.

,,Het Westen wil te graag zijn eigen gelijk bewijzen. Men denkt dat China een dictatuur is en dat het dus niet anders kan dat de autonomie van Hongkong een wassen neus is. Daarom zien ze in alles wat hun niet aanstaat een aanwijzing. Het is ronduit hypocriet.''

Shiu's instituut is een van de weinige politieke denktanks in Hongkong. Het is opgezet door enkele Pekinggetrouwe samenstellers van de mini-grondwet van Hongkong, onder wie Shiu zelf, en wordt gefinancierd met donaties van schatrijke zakenlieden als Stanley Ho en Victor Li. De adviezen van het instituut komen dan ook altijd bij de overheid terecht.

De recente negatieve publiciteit rond Hongkong heeft Shiu extra waakzaam gemaakt. Of het nu gaat over het voornemen van de Hongkongse premier Anson Chan om af te treden, het officiële standpunt over de in China verboden geloofsbeweging Falun Gong of de wens van Peking om inspraak te hebben in een omstreden migrantenkwestie, steeds hebben Westerse commentatoren en politici het ,,volledig'' bij het verkeerde eind. ,,Geen van hen is in een positie om ons de les te lezen'', zegt Shiu. ,,Men heeft het altijd wel best gevonden dat Hongkong 150 jaar onder Brits bestuur is geweest, alleen omdat de Britse democratie voldoet aan de Westerse norm. Maar nu we zeggenschap hebben over ons eigen leven, worden we van alle kanten tegen het licht gehouden.''

Shiu windt zich bijzonder op over kritiek dat de autonomie — in 1997 verworven bij de overdracht van de voormalige Britse kroonkolonie aan China — onder druk staat doordat de regering van Hongkong heeft aangedrongen op zorgvuldige observatie van de Falun Gong, de geloofsbeweging die twee jaar geleden in China werd verboden maar die in Hongkong legaal is. Volgens de Hongkongse regeringsleider Tung Chee-hwa heeft de beweging ,,trekken van een gevaarlijke sekte'', een bewering die volgens critici onterecht is en het gevolg is van pressie uit Peking. De regering in Peking heeft gewaarschuwd dat de geloofsbeweging Hongkong niet mag misbruiken als basis voor het ondermijnen van de centrale macht.

Shiu: ,,De opstelling van Hongkong ten opzichte van de Falun Gong is een essentieel onderdeel van het beginsel van `Eén land, twee systemen'. `Eén land, twee systemen' betekent dat je een systeem niet in stand moet houden als dat het land destabiliseert. Dat is niet de afspraak. Als we Peking kunnen helpen door te voorkomen dat de Falun Gong het centrale bestuur bedreigt, dan moeten we dat doen. Dat is onze plicht tegenover het land waarvan we deel uitmaken.''

Shiu beschuldigt het Westen van arrogantie wanneer het Hongkong of Peking hekelt over de aanpak van de Falun Gong. ,,Jullie zouden heel anders reageren wanneer een beweging die, stel `Vrienden van Saddam Hussein' heet, iedere dag voor de Britse ambassade demonstreert. Want dat is precies wat de Falun Gong doet voor het gebouw van de Chinese vertegenwoordiging in Hongkong. Het is hypocriet om te denken dat de Britse regering in zo'n geval niets zou ondernemen om die protesten te stoppen.''

Westerse kritiek op het mensenrechtenbeleid van China is eveneens een schijnvertoning, vindt Shiu. ,,Westerse landen spelen een spelletje met China, en doorgaans spelen ze het slecht. 99 procent van die kritiek is bestemd voor binnenlandse consumptie; men voldoet aan de eisen van de eigen parlementariërs. Maar is China ermee geholpen? Heeft Van Aartsen de Chinezen geholpen door weg te blijven? Natuurlijk niet! Het is bijzonder dom en naïef!''

Zelfs een belangrijke tegenstander van Shiu, Michael DeGolyer, geeft hem op veel punten gelijk. DeGolyer staat aan het hoofd van een academisch project dat onderzoek doet naar de veranderingen in Hongkong voor en na de overdracht. ,,Wat is het nut van kritiek als er niet wordt geluisterd?'', zegt DeGolyer over de Westerse kritiek op China. Hongkong is beduidend beter af, vindt hij ,,en daarom is kritiek hier wel degelijk zinvol.'' Het is een reden voor Shiu om DeGolyer te beschuldigen van politiek activisme. DeGolyer zit daar niet mee: ,,Mijn project is academisch en derhalve weinig effectief als politieke beweging.''

Maar DeGolyer is het met Shiu eens als het gaat over het beperkte of zelfs negatieve effect van kritiek. ,,Het streelt misschien je eigenwaarde wanneer je anderen kritiseert, maar wanneer het ongenuanceerd wordt gebracht, bereik je er niets mee.''

Evenals Shiu twijfelt DeGolyer aan de oprechtheid van veel regeringen. In de woorden van Shiu: ,,De binnenlandse druk op een Westerse regering om met China en Hongkong over mensenrechten te praten is groot, maar de pressie om de betrekkingen te normaliseren zodat gewichtige handelsovereenkomsten goed gedijen, is nog veel groter. Weg uit het voetlicht worden enkel en alleen zaken gedaan.''