Twee seconden-actie

In de Veilig Verkeersactie wordt gesteld dat twee auto's bij een snelheid van 120 km per uur twee seconden afstand moeten houden, dus ongeveer 67 meter. Daarbij is men er blijkbaar van uitgegaan dat de voorste auto plotseling stil staat, bijvoorbeeld door op een blok beton te stuiten. Maar dan is de afstand van 67 meter te klein, zoals op de Achterpagina van 15 maart is aangetoond.

De werkelijkheid is dat de achterste auto na een reactietijd gaat remmen wanneer het remlicht van de voorste auto aangaat. Na die reactietijd zijn de remwegen bij gelijke remvertraging precies gelijk. In theorie behoeft de afstand dus geen twee seconden te bedragen maar slechts 0,2 seconden of circa zeven meter. Bij een volbezette weg behoort de bestuurder zo alert te zijn dat die 0,2 seconden niet worden overschreden. Wel kan er verschil zijn in remweg wanneer de voorste auto een grotere remvertraging heeft dan de minimale van de achterste auto.

Vroeger was men verplicht genoeg ruimte open te laten voor een `invoeger'. Die regel is verdwenen, maar als een `inhaler' beduidt dat hij wil invoegen, dan behoort de ingehaalde auto daartoe gelegenheid te geven. In dat geval zal de afstand bij een autolengte van vijf meter niet meer behoeven te zijn dan circa tien meter, dus een tijd van 0,3 seconden. In plaats van in seconden te rekenen is het beter een afstand van circa tien meter aan te houden.

Dat komt ook de doorstroming ten goede, want bij een afstand van 67 meter kunnen er zonder gevaar vier, zo geen vijf, auto's ingevoegd worden.