Star spel van schijn en werkelijkheid

Een figuur op het toneel zegt: `Ik ben nu werkelijk ik'. Alles waar Peter Handke het over wil hebben, het Ik, het Zijn, het Nu en de Werkelijkheid, zit in die ene zin. De onverstandigen sterven uit is zogezegd een filosofisch stuk en bevat dan ook veel onzin. Want wat zijn filosofen anders dan verlate pubers? Peter Handke in elk geval is altijd puberaal op zoek gebleven naar zijn ware Ik en goddank heeft hij het nog niet gevonden. Zijn onzin is soms namelijk amusant.

In de vroege jaren zeventig, toen leeftijdgenoten als Joschka Fischer heel volwassen de straat opgingen om tegen het grootkapitaal te protesteren, in die tijd schreef Peter Handke thuis een drama over een kapitalist met gevoel. Misschien niet het ware maar toch: de ondernemer Hermann Quitt ontdekt bij zichzelf iets dat op emotie lijkt en dat moet iedereen weten. Hij wordt zowaar poëtisch: ineens herinnert Quitt zich `de bosanemonen onder de hazelnootstruiken'. En ineens eist hij van zijn butler, een stijve, dat die met eendere gevoeligheden op de proppen komt. Kijk, dat is nou komisch.

Maar niet in de enscenering van Jules Terlingen. Hoe komt het dat het lezen van De onverstandigen sterven uit (vertaling: Karel Muller) meer plezier verschaft dan het ernaar kijken? Is alles in Terlingens regie dan slecht? Dat ook weer niet. Terlingen combineert de twijfelachtige echtheid van Quitts gevoelens met de dubieuze authenticiteit van de emoties van acteurs op de planken en dat is op zich een aardige vondst. Het podium, waar het publiek omheen zit, is extreem hoog, opdat we vooral niet vergeten dat we toneelfiguren zien inplaats van echte mensen. Twee lijsten waar de acteurs bij elke opkomst overheen moeten klauteren accentueren de onechtheid. Echt lijkt dan weer de met boodschappentassen zeulende passant (Robert Prager) die op- noch omkijkend de bühne oversteekt als ware het een plein.

Dit spel met schijn en werkelijkheid blijft echter log en star. De tot echtheid gemaande butler wordt gespeeld door Hubert Fermin die te traag is voor Handkes grillen en ook de meeste andere spelers hebben moeite met de plotse overgangen van filosofie naar poëzie, van hoogdravende essayistiek naar banaliteiten en vice versa. Het aplomb waarmee de schrijver hen zijn pretentieuze absurdismen in de mond legt vereist een brutalere speelstijl. Een stijl die uitdaagt en treitert.

Handke verwerkte in zijn drama een verhaaltje over malicieuze intriges in het zakenmilieu, maar ik geloof niet dat hij zich daar werkelijk voor interesseerde. Terlingen doet dat wel. Terwijl hij aan de link tussen de vervreemding van echte mensen en die van toneelspelers al zijn handen vol heeft, probeert hij ook nog eens verband te leggen tussen de identiteitscrisis van Peter Handkes spreekbuizen en de crisis van de huidige consumptie- en productiemaatschappij. Hij maakt van de viriele meneer Quitt, hoe modern, een mevrouw en bezet de rol met een dame (Geert de Jong, een tragédienne ondanks haar poging tot lichtheid). En deze lady plaatst hij tussen karikaturen. Maffiose lui met zonnebrillen die we bij De Appel ook al tegenkwamen in Jules mislukte Salomé-bewerking.

Camilla Braaksma als de losgeslagen jetsetter Paula Tax is nog wel te pruimen, maar haar collega-enterpreneurs staan maar wat te staan. Wijdbeens en toch o, zo keurig.

Terlingen kan beter teruggaan naar zijn eigenzinnige gezelschapje Würz en dan een tekst aanpakken die hij echt begrijpt. Een door hemzelf geschreven tekst (schrijven kàn hij), om het contact te hervinden met zijn ware Ik.

Voorstelling: De onverstandigen sterven uit. Door: Toneelgroep de Appel. Tekst: Peter Handke. Regie: Jules Terlingen. Toneelbeeld en licht: Guus van Geffen. Gezien: 23/3 Appeltheater, Den Haag. Daar t/m 12/5. Inl. (070) 3502200 of www.toneelgroepdeappel.nl.