Nederlanders wonen steeds ruimer

Het aantal Nederlanders per woning daalt gestaag. Huishoudens `verdunnen', nieuwe huizen worden groter, oude worden samengevoegd.

De gemiddelde Nederlander woont groter dan ooit. Terwijl het gevoel steeds algemener wordt dat Nederland vol raakt of zelfs al vol is, krijgt de Nederlander steeds meer woonruimte tot zijn beschikking, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Volkshuivesting en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Had de gemiddelde nieuwbouwwoning in 1985 nog een inhoud van 335 kubieke meter, in 1999 was dit opgelopen tot 484 kubieke meter. Voor oudere woningen zijn dergelijke cijfers niet voorhanden. Maar ook deze zijn zeker groter geworden, doordat bij vernieuwing van oude woningblokken drie appartementen werden samengevoegd tot twee appartementen of twee woningen tot één.

De `huishoudenverdunning' blijkt onstuitbaar. Door de groei van bijvoorbeeld het aantal alleenstaanden, een verschijnsel waar de Gezinsraad vorige week nog op wees, wonen gemiddeld steeds minder mensen in één woning. Woonde in 1970 nog gemiddeld 3,5 mensen in één woning, in 2001 zijn dit er nog maar 2,4. Het aantal bewoners per woning is in deze 30 jaar ononderbroken gedaald. In een stad als Amsterdam is de gemiddelde woningbezetting zelfs al afgenomen tot iets minder dan 2. Hier is 55 procent van alle huishoudens alleenstaand en bestaat 20 procent uit twee personen. ,,De `huishoudenverdunning' gaat nog verder in Amsterdam'', zo verwacht Lukas Wintershoven, planologisch onderzoeker van het Amsterdamse Bureau voor Onderzoek en Statistiek. ,,We gaan nu uit van een woningbezetting van 1,8 in 2030.''

De steeds ruimer wonende Nederlanders, van wie er sinds kort 16 miljoen zijn, nemen vanzelfsprekend meer ruimte in. Toch blijkt de groei van het percentage `bebouwde grond' van het totale Nederlandse grondgebied niet sterk te zijn gestegen, al heeft het CBS hier geen recente cijfers over. Als percentage van het Nederlandse grondgebied exclusief het water nam de bebouwde grond toe van 7,8 procent in 1977 tot 9,4 procent in 1996. De rest gaat op aan landbouwgrond, industrie, bossen, wegen en natuurlijke grond.

De door velen gevoelde ervaring dat Nederland vol is, wordt vooral in de hand gewerkt door het explosief toegenomen autobezit en de daarmee gepaard gaande verkeersdrukte. Telde Nederland in 1970 2,7 miljoen personenauto's, in 2000 waren dat er ruim 6,3 miljoen. En wie vaak in de file staat, vanuit zijn auto nieuwe bedrijventerreinen ziet die bijna altijd langs de snelweg worden gebouwd, net als de nieuwe Vinex-locaties, en aan het eind van de dag nauwelijks kan parkeren in zijn moeilijk bereikbare nieuwbouwwijk, krijgt vanzelf het gevoel dat Nederland vol is.

wonenpagina 3