Mond-en klauwzeer 2

In NRC-Handelsblad van 24 maart noemt K. Baas het doden van gezonde en onschuldige schapen schokkend en ontluisterend. Een merkwaardige opmerking. Zijn er soms ook schuldige schapen die het verdiend hebben om gedood te worden?

De begrippen onschuld en schuld horen thuis in de ethiek, bij uitstek kenmerkend voor de mens. Het toeschrijven van ethische normen aan dieren is een antropologische projectie. Alleen de homo sapiens is in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad en is derhalve een ethisch wezen.

Hoewel wij sinds Darwin weten dat onze soort behoort tot het dierenrijk hebben wij nog altijd een misplaatst superioriteitsgevoel jegens minder intelligente wezens. Met name in de joods-christelijk-islamitische traditie wordt dit gevoel religieus gesanctioneerd, dit in tegenstelling tot veel hindoeïstische en boeddhistische stromingen.

De christelijke opvattingen over dieren hebben in de Westerse wereld geleid tot grootschalige productie en consumptie van vlees, waarbij het dierlijke welzijn ondergeschikt werd gemaakt aan economisch gewin. Deze bio-industriële productiemethode is door het uitbreken van allerlei veeziekten eindelijk in opspraak is gekomen. Maar dat hiervoor eerst de mens zèlf getroffen moest worden, dàt is pas schokkend en ontluisterend.