Mogelijk proces tegen Shell in zaak Saro-Wiwa

Oliemaatschappij Shell loopt in de Verenigde Staten kans op een rechtszaak wegens betrokkenheid bij de executie door het militaire regime in 1995 van de Nigeriaanse schrijver en activist Ken Saro-Wiwa en negen medestanders.

Familieleden van Saro-Wiwa kregen gisteren van het Amerikaanse Hooggerechtshof toestemming om een claim in te dienen tegen de Koninklijke/ Shell Groep. Het hof schoof de bezwaren die Shell had ingediend tegen behandeling van de zaak in de Verenigde Staten, zonder toelichting terzijde. Shell stelde zich op het standpunt dat deze zaak geen relatie heeft met de Verenigde Staten en dus niet voor een Amerikaanse rechter moet worden gebracht.

De familie van Saro-Wiwa spande in 1996 al een proces aan tegen Shell, gebruikmakend van een wetsbepaling die Amerikaanse rechters de mogelijkheid biedt aan niet-ingezetenen om een civiele zaak aan te spannen wegens overtreding van het internationaal recht in gevallen van schending van de mensenrechten. Een federale rechter bepaalde vervolgens dat de zaak in Europa, waar Shell zijn hoofdkantoren heeft, zou moeten worden behandeld. Maar die beslissing werd in hoger beroep ongeldig verklaard.

De familie Saro-Wiwa beschuldigt Shell van het aanzetten tot ,,moord en marteling'' van de schrijver en zijn medestanders, die in Ogoniland, Zuid-Nigeria actie hadden gevoerd tegen het bedrijf, wegens vernietiging van het milieu en het toebrengen van schade aan visserijbelangen. Volgens de familie zou Shell het Nigeriaanse militaire regime van destijds ook hebben geholpen bij het verzamelen van bewijzen tegen Ken Saro-Wiwa en zijn mensen, en zou het leger met geld en wapens hebben gesteund. De oliemaatschappij heeft deze beschuldigingen altijd ,,volstrekt ongerechtvaardigd'' en ,,onzinnig'' genoemd.

In 1995 vroeg president-directeur Herkströter de toenmalige machthebber president Abachi om clementie voor Ken Saro-Wiwa en zijn medestanders, nadat zij door een militair tribunaal tot de doodstraf waren veroordeeld.

Wel heeft Shell verklaard dat het verplicht was voor de beveiliging van medewerkers en installaties de hulp van speciale eenheden van de Nigeriaanse politie te hebben ingeroepen. Voor de uniformen en wapens van deze eenheden ,,moest je betalen'', aldus een woordvoerder. Maar toen de overheid legereenheden tegen de lokale bevolking wilde inzetten om de olieproductie koste wat het kost aan de gang te houden, werd dit door Shell afgewezen. Dat was het moment – januari 1993 – waarop Shell de activititeiten in Ogoniland stopzette en het gebied verliet. ,,We konden de veiligheid van onze mensen niet meer garanderen en wilden niet structureel achter de wapens van het leger werken'', aldus Shell.