McBoek

Nog nergens stapels ongewenste boekenweekgeschenken gezien de afgelopen dagen, gedumpt langs de snelweg, achtergelaten in het bos, of in pakketjes van tien in de vuilcontainer gesmeten. Ondanks de waarschuwingen van de literaire pundits dat het geschenk te moeilijk zou zijn voor de koopbeluste massa's, ziet het er dus niet naar uit dat de CPNB restanten van het boekje zal moeten laten ruimen, om maar een term uit die andere veelbesproken industrie te gebruiken. Het geschenk is van de weeromstuit literair doodverklaard, dat wel.

Zo is de boekenweek, die zaterdag afliep, een overdonderend commercieel succes geworden, met een stormloop op de boekhandel en een niet eerder vertoonde aandacht voor alles wat met het thema, schrijven tussen twee culturen, te maken had. Een onbehaaglijk succes. Voor de literaire kritiek, die opnieuw met lede ogen moest toezien hoe een hyperventilerende uitgeverij – zakenmensen, per slot van rekening, die geld verdienen – aan de haal ging met wat zij als haar privilege beschouwt: het onder de aandacht brengen en beoordelen van boeken. Onbehaaglijk ook voor de hoofdpersonen, de allochtone schrijvers, die zich ondanks verschillen in kwaliteit, karakter en inzet van hun werk aangeprezen zagen als schattige attracties in een literair pretpark voor het hele gezin. Toch nog ingelijfd in het grote knuffelparadijs. Alleen bij de lezers was geen onbehagen te bespeuren, die stemden met de voeten en met de portemonnee. Het actuele, laten we maar weer zeggen `maatschappelijk relevante' thema van de boekenweek heeft kennelijk een snaar geraakt, alle pavlov-retoriek over politieke correctheid daargelaten.

Het onbehagen van de allochtone schrijvers is begrijpelijk: zij moesten zich staande houden met de mentale acrobatiek die nodig is om een individuele schepping aan de man te brengen met als argument dat ze lid zijn van een groep, en dus juist niet als individuen worden beoordeeld. Zeker voor allochtone schrijvers die geen literair gebruik maken van hun afkomst is dat een hachelijke en wie weet pijnlijke opgave. De flitscultuur trekt bovendien een zware wissel op hun volgende boeken: hoe vaak kun je afscheid nemen van het land van herkomst? Anderzijds, je zou wel gek zijn om zo'n kans als de boekenweek bood, te laten liggen. En zo waren ook de allochtone critici van de boekenweek luid en duidelijk in de media aanwezig om uit te leggen waarom ze er eigenlijk niet waren.

De combinatie van ongemakkelijk engagement en kritische distantie tegenover een sector die handelt in cultuur, is niet voorbehouden aan de boekenwereld, maar weerspiegelt alle ongemakken van een geletterde cultuur die wordt gekoloniseerd door de commercie. Het is een bijverschijnsel van wat de Amerikaanse socioloog George Ritzer al in de jaren tachtig McDonaldisering doopte: de zegetocht van een verlicht, gestroomlijnd kapitalisme dat drijft op rubricering, voorspelbaarheid en voortdurende prikkeling. Ritzer, wiens The McDonaldization of Society vorig jaar in een nieuwe editie verscheen, schildert het nachtmerrie-scenario van een reukloze, kreukvrije wereld die consumenten in één hap wil amuseren en geruststellen.

Ook in de wereld van de letteren is McWorld doorgedrongen, zoals de schaalvergroting en stroomlijning duidelijk maken van een productieproces dat erop is gericht een aanhoudende stroom sensaties in boekvorm af te leveren en de consument aldus permanent gestimuleerd te houden. Die overstuurde cultus van hotness en hype, met de bijbehorende inflatie van superlatieven en de chagrijnige meewarigheid van een intellectuele elite die het initiatief is kwijtgeraakt, is door onder anderen H.J.A. Hofland al uitvoerig bekritiseerd in het Cultureel Supplement van deze krant.

Wacht na de glansdictatuur van de gouden M nu dan het juk van de gouden B, de hegemonie van McBoek? Die sombere conclusie zou zowel de monolithische kracht van het cultuurkapitalisme overdrijven, als het gelijk van een klagende elite die kwaliteit definieert als boeken die de anderen niet lezen. Wat het eerste betreft: commercialisering is geen noodlot of natuurverschijnsel, geen zonsverduistering in de letteren. Want niet alleen biechtboeken of incestdrama`s vliegen de winkel uit, maar eveneens, het is maar een voorbeeld, de klassieken of een nieuwe verpletterende studie van het spinozisme – ook intellectuele status is hot. In zo'n no brow cultuur, waarin alles te koop aangeboden wordt en de schotten tussen hoge en lage cultuur grotendeels zijn weggetrokken, hoeft, in weerwil van het schrikbeeld van McWorld, juist niet uniformiteit het resultaat te zijn, maar kan onbedoeld energie worden opgewekt voor meer lokale, nationale en wie weet transnationale diversiteit – zoals al is gebleken in een andere, vergelijkbare handel in commodities, de popmuziek, waar na de opmars van de Amerikaanse middenmoot-rock allang ook het eigene, het dissidente en het marginale weer in trek zijn.

De cultus van de hype draagt bovendien ook op een andere manier zijn subversie al in zich: soms wordt er per ongeluk zomaar iets in de markt gezet dat de vervaldatum van zijn eigen promotiecampagne overleeft. En soms ontstaat er zelfs iets dat zich tegen de niche-marketing in bewijst – zie de onverwachte weerklank die de Amerikaanse neo-moralist Dave Eggers vindt bij mediabewuste, of misschien eerder media-vermoeide, generatiegenoten.

Dat kan gebeuren omdat in het democratische cultuurkapitalisme persoonlijkheid de felst begeerde eigenschap is: authenticiteit, een verhaal, een gezicht, een stem. In de wereld van McBoek is een schrijver in de eerste plaats iemand die zijn eigen verhaal vertelt, zichzelf ontplooit op papier. Dat zet de sluizen open voor iedereen met een half verwerkte jeugd, een vage herinnering aan de jaren zeventig (straks tachtig), een Gooise echtscheiding, of een andere hard luck story. Maar het opent ook kansen voor dissonanten, voor subversieve en alternatieve stemmen, van wie er afgaande op de laatste weken zeker enkele van buitenlandse herkomst zullen zijn. Je weet nooit wie er aan de boekenweek ontsnapt, maar een uitweg is er.