In Skopje ontbreekt triomfalisme

De Albanese rebellie in Macedonië is - voorlopig - voorbij. De media reageren ontnuchterd, zonder triomfalisme aan de ene en verslagenheid aan de andere kant.

Selce ligt er verlaten bij. De Albanese rebellen hebben hun hoofdkwartier in het dorp verlaten, na van hier uit twaalf dagen lang de Macedonische troepen en de Macedonische politiek onder vuur te hebben genomen. Na twaalf dagen - en een Macedonisch offensief van één dag - zijn ze verdwenen en wappert hier weer de Macedonische vlag.

In het dorp, het hoofdkwartier van de rebellen, liggen de restanten van de gewapende rebellie op straat. Granaten, geweren en opengerukte dozen munitie hebben de soldaten van het Nationale Bevrijdingsleger van de Albanezen, het UÇK, achtergelaten. Het is stil in Selce, want ook de dorpelingen zijn verdwenen. Slechts een handvol keert vanmiddag terug naar het dorp. Een oudere boer op een paard komt terug om zijn vee te eten te geven. ,,Daarna trek ik weer de heuvels in.''

De dorpelingen kregen zondagavond van de rebellen te horen dat ze het dorp moesten verlaten. Het was de eerste dag van het langverwachte offensief van de Macedonische troepen. De kanonnen hadden de hele dag gebulderd. De boeren hadden dan ook weinig aanmoediging nodig om hun spullen te pakken en te vertrekken.

De tweede dag van het offensief, gisteren, verliep aanzienlijk rustiger. De guerrillastrijders zijn vertrokken, het Macedonische leger houdt buiten op de weg naar Selce halt. Het dorp behoort toe aan kakelende kippen en angstig loeiende koeien.

De dorpen in de heuvels zijn beschoten en ook Selce heeft geleden, maar de schade van het offensief is beperkt gebleven. In Selce is een enkel huis getroffen door een granaat. Vanaf een van die huizen loopt een dun bloedspoor over de straat. Maar het conflict van de afgelopen twaalf dagen heeft, gezien de omstandigheden, weinig slachtoffers gemaakt onder burgers, rebellen of soldaten.

Van de internationale gemeenschap krijgt Macedonië lof voor het terughoudende militaire optreden, van NAVO-secretaris-generaal George Robertson tot aan de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. Deze laatste waarschuwt tegelijk dat ,,het gevecht nog verre van voorbij is''. De rebellen mogen dan verdwenen zijn, het Macedonische leger heeft nauwelijks arrestaties verricht. Aangenomen wordt dat de rebellen zich in het bos hebben verstopt of de bergen zijn overgetrokken, naar Kosovo.

De internationale gemeenschap wijst de regering ook op haar verantwoordelijkheid. Nu de rebellen uit de heuvels zijn verdreven, moeten de autoriteiten ook met de Albanese minderheid gaan praten over verbetering van haar rechten. De Macedonische regering heeft al eerder toegezegd deze gesprekken te zullen voeren, maar met de `rechtmatige vertegenwoordigers' van de Albanese minderheid. Met `terroristen' wil ze niet overleggen.

In Macedonië heerst opluchting over het voorlopige einde van het geweld. Het Albaneestalige blad Fakti schrijft: ,,Niemand kan de nobele idealen van de Albanese guerrilla ontkennen, maar de rede moet nu prevaleren. De rebellen moeten hun wapens neerleggen.'' De Macedonische krant Utrinski Vesnik noteert van zijn kant: ,,Geen normaal mens wil een militaire operatie, maar het offensief werd ingezet op een moment dat er geen alternatief was.'' Het is nu tijd, zo schrijft het blad, het politieke proces over de verbetering van de status van de Albanezen te versnellen.

Triomfalisme ontbreekt. De Macedonische pers, die de afgelopen weken bijna hysterisch over de `terroristen' schreef, schrijft vandaag vooral over de taferelen op de berg. Ook zij ziet weinig schade, lege dorpen en veel kakelende kippen.