Europese Unie

Minister van Aartsen weigert zich uit te spreken over het einddoel van de Europese Unie, zo blijkt uit de lezing, die hij op 13 maart hield. Volgens de bewindsman is het in eerste instantie nodig om zich te richten op concrete problemen, die nu in de Europese Unie om een oplossing vragen. Daarover moet men de burgers discussiëren. Geen discussies over `verre toekomstperspectieven en politieke luchtkastelen', waarmee men alleen verdeeldheid zaait. De burgers willen een Europese oplossing voor dierenziekten, voor criminaliteit, voor het asiel- en immigratiebeleid. Door deze problemen Europees op te pakken, komt de politieke finaliteit van de EU vanzelf in beeld.

Met deze stellingname miskent de minister van Buitenlandse Zaken dat de Europese Unie in een cruciale fase van haar bestaan is terechtgekomen. Binnen nu en niet al te lange tijd kan Brussel er niet meer omheen, de kandidaat-lidstaten nu werkelijk te geven waar ze al zo lang om vragen: een volwaardig lidmaatschap. Op dat moment treedt een geheel nieuwe fase in het proces van Europese integratie in, waarbij de Unie een fundamenteel ander karakter zal krijgen.

Wil de EU de komende jaren nog geloofwaardig op kunnen treden, dan moet zij zich richten op haar kerntaken. De EU moet niet alles willen doen op velerlei terrein, maar zich beperken tot datgene, waar ze goed in is en waar ze haar waarde bewezen heeft. Aan het goed laten lopen van de interne markt, aan milieuzorg, internationaal vervoer en landbouw heeft de Europese Unie de komende jaren haar handen meer dan vol. Voor acute problemen kan meer coördinatie tussen hoofdsteden nuttig zijn, maar dat betekent nog niet dat alle nationale problemen direct naar Europees niveau overgeheveld moeten worden. Dit is een heldere keuze.

De methode van de `werkende weg', die Van Aartsen in het voetspoor van Bolkestein voorstaat, mist deze duidelijkheid. In feite kiest men voor steeds verdergaande integratie, waarbij opportunisme de richting bepaalt.