Er zijn 80.000 wachtenden voor u

Wie ruimer wil wonen kan die ruimte zelf kopen. Dat geldt voor woningzoekenden met veel geld. Maar minderbedeelden zijn aangewezen op de verdelende rechtvaardigheid van de gemeente.

Op het stadhuis worden ze groeidiamantjes genoemd. Jonge academici. Net begonnen aan een van de 2,5 miljoen banen in Utrecht en omgeving. Ze verlaten hun kamer van 10 m² en betrekken alleen of met zijn tweeën – eindelijk ruimte om samen te wonen – een appartement, in Utrecht. Als het lukt.

Ruim veertig procent (100.000 inwoners) van de Utrechtse bevolking woont alleen in een huis of op een kamer. Dat is tien procent meer dan in 1990, zo blijkt uit het Woningbehoefte Onderzoek Utrecht. De meeste van deze bewoners zijn hoog opgeleid en onder de dertig jaar. De rest is alleenstaand na een echtscheiding of verweduwd. Van alle huishoudens bestaat 35 procent uit twee personen.

,,Afgestudeerden aan de universiteit of hogeschool hebben er heel wat voor over om hier te blijven wonen'', zegt demograaf Pieter Hooimeijer, die de bevolkingsopbouw in de regio Utrecht onderzoekt. ,,Ze wonen langer dan gepland op een kamer of thuis. Ze staan ten minste zes jaar ingeschreven als woningzoekende en stellen het samenwonen uit.'' Dat komt door het grote gebrek aan goedkope huurwoningen.

Jonge gezinnen, kapitaalkrachtigen van boven de veertig en gepensioneerden vertrekken naar de randgemeenten. De gezinnen naar Houten, IJsselstein en Nieuwegein, de ouderen naar Zeist en De Bilt.

Wethouder ruimtelijke ordening en wonen Marie Louise van Kleef (PvdA) neemt het de randgemeenten kwalijk dat die zich protectionistisch hebben opgesteld. ,,Het is nooit van harte gegaan. Utrecht heeft te weinig profijt gehad van het regionale woningverdelingssysteem. Wij blijven met de restgroepen zitten: de sociaal zwakken en de jongeren.'' De komende vijf jaar zal de gemeente 1.750 huizen erbij bouwen, zodat onder anderen jonge academici hier kunnen blijven wonen.

Op dit moment staan 85.000 woningzoekenden bij de gemeente ingeschreven, zestig procent van de huishoudens woont in een huurwoning. De grootte van de huurwoningen is beperkt, gemiddeld 60 m².

Iedere potentiële huurder heeft een zoekprofiel. Daarin is vastgelegd hoe hoog zijn inkomen is en voor welke prijsklasse en woonoppervlakte hij in aanmerking komt. ,,We hebben wel een nota Wonen naar Wens'', zegt wethouder Van Kleef, ,,maar in de praktijk wordt de woningverdeling strak gereguleerd.'' Zo probeert de gemeente het scheef wonen – met een te hoog inkomen in een te goedkoop huis wonen – zoveel mogelijk te voorkomen.

In Utrecht en Leidsche Rijn staan ruim veertigduizend koopwoningen. Gemiddeld met twee personen per huis, terwijl de meeste koophuizen zijn gebouwd voor gezinshuishoudens van vier personen. In de wijk Hoograven vestigen zich veel jonge tweeverdieners en alleenstaanden in huizen en flats uit de jaren '50 van gemiddeld 121 m². De behoefte aan meer ruimte neemt toe, ook bij mensen zonder kinderen, valt demograaf Hooimeijer op. ,,Een tuin is voor hen niet eens noodzakelijk. Ze nemen genoegen met een flat.''

In een van de rijtjeshuizen achter groenteboer J.G. van Doesburg wonen Elly (37) en Hans (38). Zij is ambtelijk secretaris aan de Universiteit Utrecht, hij wiskundeleraar in Almere. Zes jaar geleden kochten ze hun vierkamerwoning voor 200.000 gulden. Ze vielen op de stevige schoorsteen en het balkonnetje van staal. Maar de drie slaapkamers boven waren aan de krappe kant. Hij kon zijn boeken niet meer kwijt, zij wilde ook een studeerkamer. Toen de buren hun huis in november vorig jaar voor 355.000 gulden te koop zetten, kochten ze het erbij. Illegaal, want de gemeente Utrecht staat het samenvoegen van huizen niet toe.

,,Het is luxe'', zegt Elly. ,,Ik kan me voorstellen dat de wethouder niet staat te juichen als mensen in tijden van woningnood ook nog ruimer gaan wonen. Maar daarom hoef ik toch zeker niet klein te blijven wonen met mijn salaris? Ik ga me niet opofferen.''

,,Onze invloed is beperkt'', zegt wethouder Van Kleef. ,,Kopers met geld kopen de ruimte die ze nodig denken te hebben. Projectontwikkelaars bouwen wat de markt vraagt: eengezinswoningen. De gemeente heeft weinig grip op de grond.''

De wethouder ziet uit naar de nota Grondbeleid die binnenkort in de Tweede Kamer wordt behandeld. ,,Ik ben een voorstander van gemeentelijke exploitatievergunningen. Iedereen die wil bouwen, heeft daar toestemming van de gemeente voor nodig. Ik hoef me niet te bemoeien met de verdeling van huizen. Dat gaat te ver. Maar ik wil wel meer rekening houden met de woonwensen van kopers.''