Boos

Er verschijnen ook in de grote Nederlandse steden steeds meer bedelaars, maar nog steeds ben ik niet het type bedelaar tegengekomen dat in de Parijse metro regelmatig opduikt. Hij blijft ook daar een opvallend fenomeen, omdat zijn optreden van iedere rationaliteit gespeend lijkt. Ik noem hem altijd de boze bedelaar.

Meestal is het een man. Hij pleegt als laatste het metrocompartiment binnen te stappen. De andere reizigers hebben aanvankelijk niets in de gaten, tenzij het vaste passagiers zijn op de bewuste lijn.

Ik trof er twee in twee dagen, wat een aardige vangst is. In mijn beschrijving zal ik me beperken tot de tweede, omdat de eerste al was uitgeraasd voordat ik besefte wat er aan de hand was.

Een donkere man van een jaar of vijftig stapte net voor het sluiten van de deuren mijn metrowagen binnen. Hij zag eruit als een normale reiziger, gehuld in vrijetijdskleding. Het enige wat aan hem opviel, was zijn boze oogopslag. Dat woord `boos' moet in dit stukje veel herhaald worden, omdat elk ander woord de lading onvoldoende dekt.

Ik stond vlakbij de deur en was getroffen door de boze blik die hij me onmiddellijk toezond. Had ik iets van hem gestolen? Niet dat ik wist. Toen zag ik dat hij ook mijn medepassagiers met boze walging monsterde. Hij greep zich vast aan een stang vlak voor twee oudere dames op klapstoeltjes. Hij nam hen even boos op, en krabde aan de sok van zijn linkervoet. De trein zette zich in beweging, de man rechtte zijn rug en begon met luide stem te spreken.

Hij richtte zich tot niemand in het bijzonder, al keek hij af en toe een van de omstanders boos aan. Niemand keek terug. Men sloeg de blik neer, of deed alsof er op de plek waar de man stond een vacuüm was ontstaan. Een exact citaat kan ik niet aanbieden, maar de volgende recontructie raakt de essentie.

,,Dames en heren, ik moet een beroep doen op uw generositeit, want het gaat buitengewoon slecht met mij, ik ben in een oorlogswinter geboren met een hazenlip, mijn vader was werkloos, mijn moeder werkte voor de rijken die haar afbeulden, ik moest stelen om mijn ouders te helpen hun gezin te onderhouden, en toen ze dood waren, begon alles van voren af aan, omdat ik inmiddels zelf een gezin had vier kinderen, een met een open rug en een ander een mongool met een hazenlip dat ik nauwelijks kon voeden omdat ik als lid van het Vrijwilligerslegioen in Algerije in mijn rug was geschoten en er daarna in mijn ondankbare vaderland niemand meer naar mij omkeek, zodat ik hier nu voor u sta, u brave, fatsoenlijke burger, die het hopelijk niet over zijn hart zal krijgen om mij arme donder, opnieuw aan zijn lot over te laten ik reken dus op uw generositeit!''

Daarna liep hij door zonder ons nog een boze blik waardig te keuren en dit is het opmerkelijkste zonder zijn hand op te houden. Ik heb dan ook nog nooit iemand iets aan dit type bedelaar zien geven. Boosheid is kennelijk een rantsoen waar een mens lang op kan teren.