Weer keizerlijk eindschot van Zabel aan Via Roma

De Duitser Erik Zabel won zaterdag voor de vierde keer Milaan-Sanremo. Hij eindigde voor de Italiaan Cipollini en de Let Vainsteins. Is Zabel een veredelde sprinter of een nieuwe klassiekerkoning? ,,Ik ben een bastaard.''

Welke buitenaardse wezens kunnen de organisatie van Milaan-Sanremo aan een nieuwe winnaar helpen? Een overstekende kat misschien, of een zwaar gedrogeerde renner? Een stand-still voor Duitsers zou mogelijk ook uitkomst bieden. Langs legale weg blijft de hegemonie van Erik Zabel voorlopig onaangetast. Zelfs een zwaarder parcours bracht de kopman van de Telekomploeg niet uit zijn evenwicht. Hij stelde na afloop een retorische vraag. ,,Wie kan Signor Sanremo verontrusten, als hij naar huis rijdt?''

Zabel werd zaterdag voor de vierde keer in een tijdsbestek van vijf jaar gehuldigd in de openingsklassieker. Zijn zegereeks werd slechts onderbroken in 1999, toen hij zich liet verrassen door een demarrage van de Belg Tsjmil. In de Italiaanse pers kreeg Zabel de vleiende bijnaam Der Kaiser opgespeld, naar het voorbeeld van de Duitse voetbalster Beckenbauer. De kop die gisteren in de zondagskrant La Gazzetta Sportiva op de voorpagina prijkte, was beeldend als altijd: `Zabel keizerlijk aan de Via Roma'.

Het vooroordeel over de veredelde sprinter moet nodig worden bijgesteld. Ook in deze krant werd Zabel afgeschilderd als een krachtpatser met een lange adem. Hij profiteerde van de evolutie van de wielersport, die geen grote kwaliteitsverschillen meer kent. En de beklimmingen van de Cipressa en de Poggio waren niet langer scherprechters, maar eenvoudige hindernissen op weg naar de finale. Milaan-Sanremo werd afgedaan als een koers voor sprinters en de beste sprinter was de logische winnaar.

Wie de erelijst van Zabel nader bestudeert, komt tot een andere conclusie dan de betweters in de voorbije jaren. Hij heeft zich ontwikkeld tot een redelijke klimmer. In het midden- en laaggebergte hoeft hij voor weinig renners onder te doen. En dus treedt hij in de voetsporen van talentvolle sprinters die zich tot allrounders lieten ombouwen. Zoals de Ier Kelly in de jaren tachtig en de Belg Museeuw in de jaren negentig.

Vorig jaar bevestigde Zabel zijn veelzijdigheid met de wereldbekerzege. Hij werd ook eerste in de Amstel Goldrace. Hij werd derde in Parijs-Roubaix en vierde in de Ronde van Vlaanderen. De witte trui met de gekleurde, verticale banen (het tricot van de leider van het wereldbekerklassement) zit hem als gegoten. Maar de wereldbeker heeft dit seizoen niet zijn hoogste prioriteit. Hij acht zich zelfs volgende maand kansrijk op de Franse en Belgische kasseien.

Zabel traint bij voorkeur in de buurt van zijn eerste huis in Sauerland. In de buurt van zijn tweede huis op Mallorca heeft hij een goed alternatief. Hij ging afgelopen winter op oefenstage in Zuid-Afrika, waar de wegen ook meer glooiend dan vlak zijn. Hij maakte minder kilometers dan in de voorbije jaren, maar weet zich gesterkt door een ijzeren wielerwet: hoe ouder, hoe beter. ,,Zolang ik plezier heb op de fiets, denk ik niet aan stoppen. En dat plezier heeft niks met winnen of verliezen te maken'', verklaarde de 30-jarige Zabel.

In het Italiaanse wielerblad Bicisport werd hem gevraagd of hij een sprinter is of een specialist in eendaagse wedstrijden. ,,Ik ben een bastaard'', antwoordde hij. In hetzelfde artikel werd gerefereerd aan het record van de Belg Eddy Merckx, die Milaan-Sanremo in totaal zeven keer won – nooit in een sprint overigens. ,,Ik heb dertig jaar nodig om die prestatie te evenaren'', reageerde Zabel, die zich zaterdag nog meer in nevelen hulde. ,,Ik heb na mijn eerste overwinning gedroomd hoe vaak ik hier nog zou winnen. De uitkomst van die droom verklap ik alleen aan mijn vrouw.''

Zabel evenaarde de erelijst van de Italiaanse maestro Gino Bartali, die in totaal vier keer zegevierde in Milaan-Sanremo. Zabel is diens illustere land- en generatiegenoot Fausto Coppi nu gepasseerd en heeft een derde Italiaan in het vizier. Costante Girardengo werd in de jaren na de Eerste Wereldoorlog zes keer tot winnaar uitgeroepen, toen de openingsklassieker nog een nationale aangelegenheid was. Tegenwoordig maken de buitenlanders de dienst uit. De tussenstand is 46-46.

Het scheelde zaterdag een halve fietslengte of de Italianen hadden hun voorsprong vergroot. Een vierde Italiaan was bijna verantwoordelijk voor een surprise. Publiekslieveling Mario Cipollini werd op de Poggio en de Cipressa uit het wiel gereden, maar vond dankzij een heroïsche afdaling aansluiting bij de kopgroep. ,,Gelukkig had ik niet gemerkt dat Cipo naderbij kwam'', zei Zabel met respect voor de renner die hem in de massaprints van de Tour de France vaak te vlug af was.

Op het beslissende moment ontbeerde Cipollini de steun van zijn ploeggenoten. Een viertal helpers vergat een `trein' voor hun kopman te formeren. In tegenstelling tot de knechten van Telekom die Zabel zoals gewoonlijk in een zetel naar de finish reden. De meeste dank richtte hij aan een vijfde Italiaan. Gian Matteo Fagnini was de laatste gangmaker van het stel en kreeg net als Cipollini een eerbetoon in de organiserende Gazzetta.