Verbazing

Het regende het afgelopen weekeinde hevig in Parijs, alsof de Seine vorige week nog niet brutaal genoeg was geweest door een deel van de kades onder water te zetten. Regen stimuleert het museumbezoek, en zeker als het om een tentoonstelling als Picasso érotique gaat, die driehonderd erotische werken uit het oeuvre van Picasso bevat. In dubbele rijen worstelden honderden mensen zich langs de tekeningen en doeken in de Galerie nationale du Jeu de Paume aan de Place de la Concorde.

Ik heb nooit eerder een tentoonstelling met zo'n lage omloopsnelheid van het publiek meegemaakt. Minutenlang stonden de liefhebbers op kleine tekeningen te bestuderen welk geslachtsdeel bij welke opening behoorde, en het werd er niet gemakkelijker op doordat sommige geslachtsdelen bij nader inzien geen enkele opening bleken toegedaan zij beleefden voldoende plezier aan zichzelf.

Het is van een vervreemdende obsceniteit om met andere mensen, die naast je staan te puffen en te zweten, naar sterk erotisch geladen taferelen te kijken.

Het overkwam me voor de eerste keer, en het beviel me matig. Je ziet hoe een jonge man, nog gekleed in een trui en lui onderuit gezakt op bed, oraal bevredigd wordt door een meisje, en achter je hoor je twee dames tegen elkaar zeggen: ,,Wat ligt hij er afstandelijk bij.'' ,,Ja, hij heeft iets van: wat gebeurt mij.'' Ik had het graag bestreden die jongen lag gewoon heerlijk te genieten maar mijn Frans is niet toereikend, laat staan mijn moed.

We leken als toeschouwers allemaal een beetje op die twee oude geilaards die Picasso op een van zijn beste schilderijen van deze tentoonstelling had afgebeeld. Op Suzanne et les vieillards zie je hun koppen terwijl ze door het raampje van een peepshow naar een naakt meisje kijken, dat een been in de vorm van een penis opheft. Picasso was bijna 75 toen hij het maakte. Zelfspot?

De vrouwelijke toeschouwers legden vaak een gniffelend soort belangstelling aan de dag, de mannen liepen met een zo neutraal mogelijke gezichtsuitdrukking rond, alsof ze tot uitdrukking wilden brengen dat Picasso hun op het gebied van de wellust niets te leren had hij kon hooguit een beetje beter tekenen.

Als ik iets had mogen meenemen, zou het de tekening Pipo zijn geweest, een afbeelding van een hondje dat met een rood halsbandje om verbouwereerd ligt te kijken naar de uitdagend wijd geopende vagina van een vrouw op een laken. Het is alsof het hondje zich afvraagt of hij geacht wordt hiervan iets te eten nou, wat hem betreft liever niet.

Veel later, omstreeks middernacht, trof ik een ander dier in een vergelijkbare staat van verbazing aan. We hadden gegeten in wat een van de fraaist gedecoreerde restaurants ter wereld moet zijn, het in 1901 gebouwde Le Train Bleu in het Gare de Lyon, en liepen door de aangrenzende, uitgestorven wachtruimtes met fraaie chesterfield-fauteuils. In die lege zee van stoelen bewoog op een zitting opeens één wezen: een dommelende kat. Hij keek ons met intense ongelovigheid aan alsof hij wilde zeggen: wat doen júllie hier?