Veewagen is schoner dan Frans dierenmotel

Vee dat lang op transport is, moet worden uitgeladen om te rusten. Maar in onhygiënische `dierenmotels' in Zuid-Europa ligt besmettingsgevaar op de loer.

Joop van de Wetering haalt zijn gelijk in de mond- en klauwzeercrisis, maar het kost hem miljoenen. Hij is transporteur en exploiteert een `dierenmotel' in Brakel, aan de rand van de Bommelerwaard. Het is, zegt Van de Wetering (57), de enige locatie in Nederland waar kalveren en runderen hun wettelijk verplichte etmaal rust kunnen doorbrengen tijdens een transport dat langer dan 29 uur duurt.

De onderneming is vergelijkbaar met die in het Franse departement Mayenne, de halteplaats waar een zending voor Nederland bestemde kalveren vorige maand mond- en klauwzeer opliep. Van de Wetering is nooit bij het bedrijf in Mayenne geweest, maar als transporteur en exploitant van gecertificeerde halteplaatsen in Brakel, Coulombiers (Frankrijk) en Burgos (Spanje) heeft hij wel een oordeel over de hygiëne en ontsmettingsmaatregelen in deze landen. ,,Ze nemen het er niet zo nauw'', zegt hij.

De vrachtwagens van Van de Wetering zijn gesierd met wervende kreten als `Royal Class' en `vijf sterren Animal Motel'. Dat zijn niet zomaar slogans, vindt hij. Hij laat zien dat runderen in de wagens elk twee vierkante meter tot hun beschikking hebben. ,,De dieren kunnen liggen en bewegen'', zegt hij. ,,De gemiddelde vliegtuigpassagier is minder goed af.'' De dieren kunnen worden gedrenkt en gevoed zónder dat ze uit de wagen worden geladen.

Het uitladen van 75 kalveren voor een etmaal rust kan in Mayenne een rol hebben gespeeld bij de besmetting, meent Van de Wetering. In een brief aan minister Brinkhorst van Landbouw heeft de branche vorig jaar nog betoogd dat het dierenwelzijn gebaat zou zijn bij een transport waarbij kalveren niet worden uitgeladen.

,,In samenwerking met concurrenten en de hogeschool van Hannover hebben we een onderzoek laten verrichten'', zegt van de Wetering. ,,Hartslag en bloedproeven wezen uit dat de dieren in betere conditie en minder gestresst aankwamen als we ze in onze wagens transporteerden. Je moet nog steeds stoppen om kalveren te voeden en te drenken, maar je hoeft ze niet uit de wagen te laten. Dat beperkt de risico's van besmetting door andere transporten. Er is niet naar ons geluisterd. Misschien gebeurt dat nu alsnog.''

Op dit moment maken slechts drie koeien en een pasgeboren kalf gebruik van de verblijven in Brakel. Ze konden een paar maanden geleden niet mee op transport naar Portugal en zitten sindsdien vast. BSE en mond- en klauwzeer hebben de bedrijfsvoering van Van de Wetering al in de zomer van vorig jaar grotendeels tot stilstand gebracht.

,,We voldoen hier aan alle eisen'', zegt hij. De vloer van de Brakelse veeloodsen is van beton, scheuren zijn met teer dichtgekit. Langs de muren zijn de tegels manshoog aangebracht, daarboven zijn de wanden van metaal.

Allemaal verplicht, weet Van de Wetering, maar in Frankrijk, Spanje en Italië is het anders: ,,Daar is de grond van de stallen vaak onverhard en zijn de wanden soms van hout. Dat betekent dat je minder efficiënt kunt reinigen en ontsmetten nadat een lichting vee uit een rustplaats vertrokken is. In hout of zand kunnen stoffen achterblijven. Dat levert besmettingsgevaar op.''

Van de Wetering spreekt haast gelaten. Hij nam het bedrijf over van zijn vader. Hij blijft rustig, ja. Hij heeft al meer crises gezien. Maar dat dieren niet mogen worden ingeënt, vindt hij een schande. ,,Dat je dieren afmaakt, is tot daar aan toe, maar zoals het nu gebeurt, dat kan niet. Dat mensen tot zoiets in staat zijn.''

Hij loopt over zijn met rode linten afgezette bedrijfsterrein. Drie lange loodsen waar vee voor de export zou moeten staan, zijn leeg. Tien dubbeldeks opleggers, met een capaciteit voor ruim veertig forse koeien, transporteerden in betere tijden honderdduizend dieren per jaar. Vooral over lange afstanden naar landen als Marokko, Algerije, Tunesië, Turkije en Rusland.

De vrachtwagens staan al maanden werkeloos op het terrein. Af en toe vertrekt nog een bloementransport vanuit Brakel, maar dat is bijzaak. ,,Ik heb de laatste twee jaar 4,5 miljoen gulden geïnvesteerd om aan alle regels te voldoen'', zegt Van de Wetering. ,,De schade van BSE en mond- en klauwzeer beloopt voor mij tussen tweeënhalf en drie miljoen gulden. Ik ben niet verzekerd, maar reken straks op een financiële tegemoetkoming van de overheid.''