Soepballetjes

Het taalgebruik van onze kleindochter Linda geeft ons een mooi gevoel. Het voegwoord `want' laat ze altijd volgen door een redenering of een eigen mening. En ze vlecht ook zo kien een woord als `zogenaamd' door haar zinnen.

Vandaag is hiervan echter weinig te merken. Is ze in een balorige bui of weet ze werkelijk niet beter?

,,Melk maken ze van kaas', zegt ze zo zelfverzekerd dat het lijkt of ze het gelooft.

,,En pinda's?' ,,Die komen uit de pindakaas.' Even doorvragen: ,,Tomaten, hoe zit het daarmee?' Tomaten blijken voort te komen uit tomatensoep. Dat snapt toch een kind!

We doen een laatste poging. ,,En soepballetjes?'

Haar antwoord is verrassend en veelzeggend: ,,Die maken ze zogenaamd van vlees.'

Vijf jaar en nu al zoveel begrijpen van de voedselindustrie.