Rusland gaat misschien toch wel vooruit

`Voorwaarts naar het communisme!' Dat was – in al haar vals cynisme – dé leus ten tijde van de stilstand onder de futloze Brezjnev. Op het ogenblik wordt Rusland gekweld door een déjà vu-gevoel, alsof die tijd is weergekeerd. Onder Jeltsin heerste weliswaar de chaos van de verzande markten en de nog erger verzande democratie, maar er was toch een gevoel dat er vooruitgang werd geboekt. Inmiddels hebben veel Russen geen idee of ze nu voor- of achteruitgaan, en óf ze eigenlijk wel bewegen.

De herinvoering van het oude sovjetvolkslied door president Poetin was onlangs de eerste aanwijzing dat de Russen met hun rug naar de toekomst staan. Poetin had nog het fatsoen om de woorden te veranderen, maar hij behield wel de sovjetgeest – `het grote Rusland, voor altijd één'.

Vervolgens vierde de voormalige KGB, het huidige FSB (Federale Veiligheidsdienst), het jubileum van de oprichting van de afdeling buitenland – oftewel de spionnen – een nostalgische reünie bijgewoond door een zekere vroegere medewerker genaamd Poetin.

Hierop volgde een aandeelhoudersvergadering van de UES (Verenigde Energiesystemen), de Russische elektriciteitsgigant, die tegenwoordig onder leiding staat van de gewezen hervormer maar inmiddels oligarch Anatoli Tsjoebais. Die bijeenkomst was bedoeld als teken van het nieuwe bedrijfsvriendelijke klimaat in Rusland, maar het spandoek dat boven de zaal hing – `Lang leve de 80ste verjaardag van het GOELRO-plan van Vladimir Lenin' – sprak die bedoeling weer tegen.

De leuze van de GOELRO (het staatsorgaan voor de wederopbouw en ontwikkeling van de sovjetvolkseconomie) was: `Socialisme betekent een sovjetbewind plus de elektrificatie van het land'. Het plan van Tsjoebais is te vergelijken met dat van de GOELRO, maar de nationale socialisering is vervangen door een verplichte nationale marktwerking. Als een streek zijn stroom niet kan betalen, worden de mensen afgesneden en zitten ze in de kou.

Voor het grootste deel van dit enorme land, met zijn 135 miljoen mensen en elf tijdzones, worden dat soort symbolen van het verleden en de beloofde zakelijke toekomst even argwanend bekeken als de bekendmakingen van recordoogsten onder Brezjnev. Het wordt allemaal beschouwd als een spelletje van het Kremlin, hypothetisch en hypocriet, dat weinig met de werkelijkheid te maken heeft.

Tot op zekere hoogte heeft iedereen heimwee naar het verleden, een wazig idee van een verleden dat in de toekomst (anders dan voorheen) wel werkt. Maar het Russische volk is na tien jaar anarchistische vrijheden van Jeltsin te sceptisch om welke leus dan ook serieus te nemen - of die nu komt uit het sovjetverleden of uit het gezangenboek van de management consultant.

De Russen hebben geen boodschap meer aan leuzen en symbolen omdat het betalen van rekeningen en voeden van hun gezin geen tijd overlaat voor indoctrinatie en ideologie. Misschien had het Westen dat altijd al van de sovjeteconomie moeten beseffen. Propaganda en indoctrinatie zijn tijdrovend en ondoelmatig. Je kunt niet produceren als je leuzen scandeert of vrienden bespioneert.

Aan het einde van een dag kolen delven, lesgeven of serveren, willen de Russen nu een redelijke dienstverlening, een logisch belastingstelsel en een regelmatige betaling van hun loon. Als het daar nu maar van komt vinden ze elk volkslied best, oud of nieuw of helemaal geen, en wordt het misschien nog wel gezongen ook. Natuurlijk hoopt menigeen dat iemand Tsjoebais uit zal leggen dat nationale marktwerking het best functioneert als ze wordt gedragen door werkzame maatschappelijke instellingen en een sociaal vangnet. Daar hebben maar weinigen echt hoop op.

Onlangs reisde ik door afgelegen streken van Rusland, waar ik een idee kreeg van de enorme kloof tussen het centrum (Moskou) en de rand van Rusland, tussen heersers en onderdanen. Die kloof is niets nieuws; er zijn altijd tsaren en lijfeigenen geweest, commissarissen van het politburo en proletariërs. Maar die postcommunistische Boris Jeltsin beloofde weliswaar af en toe trouw aan een wazig collectief besef van Rossijane (burgers van Rusland), maar beroofde – of bevrijdde, het is maar hoe je het bekijkt – de Russen wel van elk collectief leven; het echte leven van gedeelde smart, maar ook het denkbeeldige halve leven van communistische saamhorigheid. Nu treedt iedereen leven en leed individueel (een nieuw woord in ons dagelijkse woordenschat) tegemoet, ongeacht de mogelijke wensen van het Kremlin om het leven eenvormig te maken.

En zelfs de Russische eenvormigheid is tegenwoordig anders. In Novgorod zag ik benzinepompen van LukOil (een van de grote particuliere oliemaatschappijen in Rusland). Die zag ik ook in Moskou; daarna in Novosibirsk. Ze zijn eenvormig: rood-wit, helverlicht, schoon en zakelijk. Wat een markteconomie tot een markteconomie maakt, bedacht ik, is dat je altijd een benzinepomp van Texaco of BP, Elf of Statoil kunt vinden, of een winkel van Seven Eleven in Alaska, South Carolina of Tokio. Als de LukOil-pompen er midden in Moskou hetzelfde uitzien als in het verre Siberië, dan betekent dat iets nieuws en, inderdaad, iets revolutionairs. Want dankzij die eenvormigheid hoopt Rusland een `normaal' land te worden, waar de eenvormigheid van leuzen wordt vervangen door een eenvormige zakelijke dienstverlening.

Natuurlijk wordt er overal nuffig bezwaar gemaakt tegen die `McDonaldisering' van het leven en betoogd dat commerciële eenheidsworst de dood van cultuur en individualiteit is. In West-Europa, Japan en de Verenigde Staten, waar het nieuwtje allang van de individualiteit af is en waar de ondernemersgeest en massacommercie bloeien, is die eenheidsworst misschien wel iets om over te discussiëren. Maar in Rusland zijn een paar duizend glimmende LukOil-pompen geen bedreiging maar veeleer een goed voorteken. Hier zijn ze een nieuw soort individualiteit, de individualiteit van de ondernemer/overlever tegen de tirannie van de socialistische massa.

Voor critici van dit alles heb ik nog een symbool. Onderweg naar het vliegveld van Novosibirsk om vijf uur 's ochtends bij een temperatuur van min 48 graden Celsius zag ik een helverlichte houten hut. `Pizzeria Venezia' verkondigde een bord met een uitgezaagde gondel. Mondialisering en iemands vage idee – nee, droom – van la dolce vita hadden de diepten van Rusland bereikt. Als het poetinisme dat betekent, gaat Rusland misschien toch wel vooruit.

Nina Khrushcheva is docente aan het World Policy Institute te New York.

© Project Syndicat.