Poetin en KFOR

VLADIMIR POETIN, vandaag exact één jaar geleden gekozen tot president van Rusland, heeft de Europese leiders – afgelopen weekeinde in Stockholm bijeen – de les gelezen. Het gewapende conflict, dat zich in Macedonië ontwikkelt, is de schuld van de NAVO. Als het Westerse bondgenootschap de Albanese rebellen adequaat zou hebben ontwapend en ook anderszins geen aanstoot zou hebben genomen aan het Russische beleid in Tsjetsjenië, zou deze laatste dominosteen in de Balkan niet zijn gaan rollen.

In Rusland zelf is de uitval van Poetin in brede kring enthousiast ontvangen. Het ressentiment tegen het Atlantische bondgenootschap is er de afgelopen jaren toegenomen, zozeer dat het woord NAVO inmiddels een adjectief is geworden om de meest uiteenlopende politieke en culturele invloeden uit met name de VS negatief te kwalificeren. Bovendien roept de escalatie in Macedonië leedvermaak op. Terwijl het Westen de oorlog in de Kaukasus kritiseert, is het zelf niet in staat orde op zaken te stellen in haar eigen Kaukasische Balkan.

POETIN HEEFT de plank in Stockholm niet volledig misgeslagen. Het Westen moet zich het gewapende conflict rond Macedonië inderdaad aantrekken. Maar de wijze waarop hij zijn mening ventileerde, is brutaal. Ten eerste door zijn verwijzing naar Tsjetsjenië. Los van de vraag of de oorlog daar een louter binnenlandse aangelegenheid is, kan de aard van het Russische militaire optreden niet gerechtvaardigd worden. Leger, binnenlandse strijdkrachten en geheime dienst wenden er middelen aan die in strijd zijn met internationale verdragen die ook Moskou heeft onderschreven. Zo verdwijnen er op grote schaal burgers in Tsjetsjenië. De toezegging van de openbare aanklager, procureur-generaal Oestinov, dat de vermissing van tot nu toe ruim honderd mensen tot de bodem zal worden onderzocht, boezemt gezien het weinig daadkrachtige verleden van de justitie weinig vertrouwen in.

Het optreden van Poetin is bovendien verbazingwekkend omdat hij met zijn woorden suggereerde dat Rusland volledig buiten het conflict op de Balkan staat. Dat nu is onjuist. Ruim drieduizend Russische manschappen maken deel uit van de KFOR-vredesmacht in Kosovo. Ook Moskou heeft de afgelopen anderhalf jaar dus, samen met de Westerse participanten, gefaald bij de ontwapening van het Albanese bevrijdingsleger UÇK.

DE UITVAL van Poetin is niettemin verklaarbaar. Zijn buitenlandse politiek jegens het Westen is er op gericht zoveel mogelijk wigjes te drijven tussen Europa en de VS. Hij weet zich daarbij gesteund door de publieke opinie in eigen land, die meer en meer onderscheid maakt tussen vreemde Amerikaanse en verwante Europese invloeden. De top in Stockholm, waarvoor hij door de Zweedse premier als speciale gast was uitgenodigd, bood hem een platform om dat beleid nader uit te werken.

De aanwezige Europese leiders hebben zich dat laten welgevallen. Door hem niet serieus tegen te spreken, hebben zij niet alleen de schijn gewekt begrip te hebben voor de omineuze analogie tussen Tsjetsjenië en Kosovo, maar Poetin eveneens bevestigd in zijn verlangen op een goedkope manier politiek te bedrijven die de samenwerking tussen Europa en Rusland niet bespoedigt, maar eerder belast.