PINDASOEP MET TOMTOM

Van groene bakbananen worden in Suriname chips gebakken, soep gemaakt en soepballetjes gedraaid. Ze dienen als bijgerecht bij rijst en vis en maken deel uit van eenpansgerechten. Groene bananen lijken wat betreft smaak niet op de gele exemplaren die wij als fruit eten. De tomtom in het recept van vandaag staat voor bananenballetjes in of bij soep geserveerd. Surinaamse pindakaas zorgt voor soep met pit. Wilt u het wat rustiger aan doen, gebruik dan gewone pindakaas en kruid de soep met knoflook en verse peper naar smaak. Neem voor een vegetarische soep tabletten voor groentebouillon.

Snijd de bananen dwars doormidden en snijd de schil van de helften aan de bolle kant open. Schil de helften met mes en vingers onder stromend water. Dit laatste uit voorzorg, want de schil kan kleverig zijn en voor vlekken zorgen. Snijd de halve bananen over de lengte in vieren. Kook de parten onder water in een half uur of iets langer gaar. Gaar wil zeggen: je kunt er makkelijk met een vork door prikken. Giet de stukken banaan af en stamp ze fijn met een aardappelstamper. (In Suriname gebruiken ze daar een mata voor.) Maak de stamper nat als de bananen bijna fijn zijn; de massa wordt anders te droog. De massa moet wat taai zijn en samenhang vertonen. Er mogen bovendien geen stukjes in zitten; gebruik zo nodig een vork om die te pletten. Draai van de massa kleine soepballen en bewaar die op een omgespoeld bord. Pel en snipper het sjalotje. Verhit de olie in een pan en bak hierin de snippers sjalot twee minuten op laag vuur (bak knoflook en stukjes peper mee als gewone pindakaas wordt gebruikt). Doe de bouillon erbij en ongeveer een halve pot of vijf volle eetlepels pindakaas. Breng de soep al roerend aan de kook. Voeg de selderij en de tomtom toe. Laat de soep drie minuten zacht koken. Op smaak brengen met zout en peper.