`Overheid soepel als loden deur'

De teruggave van joodse tegoeden heeft jaren op zich laten wachten. Te lang, stelt historicus Gerard Aalders, die vandaag zijn tweede boek over de door de nazi's geroofde goederen publiceerde.

Na lang dralen bood premier Kok een jaar geleden zijn excuses aan voor de moeizame wijze waarop beroofde joden na de Tweede Wereldoorlog hun eigendommen hadden teruggekregen. Op gezag van de commissie-Van Kemenade, die onderzoek deed naar de teruggave van joodse tegoeden, sprak hij onder meer over `kille bureaucratie' bij de Nederlandse overheid. ,,Maar niet de bureaucratie was de oorzaak van het trage rechtsherstel, maar de naoorlogse wetgeving. De wetten zijn niet gemaakt door ambtenaren, maar door de toenmalige regering en vervolgens goedgekeurd door het parlement'', zegt de historicus Gerard Aalders.

Aalders is de auteur van het boek Berooid, dat vanmiddag is verschenen als tweede deel in een trilogie over door de nazi's geroofde goederen. In het boek, waarin het Nederlandse restitutiebeleid van 1945 tot heden wordt beschreven, velt Aalders een ,,gematigd positief'' oordeel over het rechtsherstel. Zoals Aalders eerder bij een lezing in Israël betoogde is het doel - het herstel van eigendomsrechten - bereikt: ongeveer 90 procent van de waarde van de gestolen goederen is uit teruggegeven. Uiteindelijk, want volgens Aalders heeft de teruggave ,,zeer lang, te lang'' geduurd.

Over de oorzaak van deze vertraging is Aalders na jaren van onderzoek van gedachten veranderd. ,,Bij mijn lezing in Israël sprak ik als eerste over `kille bureaucratie'. Maar ik ben gestuit op interessant archiefmateriaal bij het ministerie van Justitie: de naoorlogse dossiers van de wetten voor het rechtsherstel. Daarin staat bijvoorbeeld dat er wel over werd gedacht om het rechtsherstel te versnellen, omdat het veel geld en tijd kostte. Maar daar werd dan vanaf gezien omdat versnelling uiteindelijk toch meer geld kostte. Dat was een politieke afweging'', zegt Aalders. ,,Dat Van Kemenade het ambtelijk apparaat verantwoordelijk houdt voor de vertraging komt, denk ik, doordat zijn commissie deze wetdossiers niet heeft gezien.''

Aalders is lovend over de regering-in-ballingschap, die tijdens de oorlog met wetsartikel E100 bepaalde dat alle beroofden in hun eigendomsrechten moesten worden hersteld. De politieke besluiten die na de oorlog zijn genomen over het rechtsherstel, vinden in zijn ogen geen genade. ,,In Londen kon de regering redelijk ongestoord werken, maar eenmaal terug in Nederland deed de lobby van de financiële wereld zich gelden.'' Vooral minister Lieftinck (Financiën) bleek daarvoor gevoelig. ,,Voor de noden van joodse slachtoffers was Lieftinck soepel als een loden deur, terwijl hij zeker voor een PvdA-minister zeer empathisch was voor de financiële wereld.''

Hoe effectief de financiële lobby was, bleek vooral bij de teruggave van de joodse effecten. Deze effecten waren tijdens de oorlog geroofd door de Duitse quasi-bank Lippmann Rosenthal & Co (Liro) en vervolgens op de effectenbeurs verkocht. Toepassing van E100, die bepaalde dat bezittingen ,,te goeder trouw'' moesten zijn verworven, had betekend dat de joden hun effecten hadden teruggekregen. Omdat dit ook het faillissement van vele effectenbanken tot gevolg had gehad, werd in oktober 1945 wet F272 aangenomen, waarin staat dat effecten ,,in regelmatig beursverkeer'' moesten zijn verkregen. Dat betekende dat de joden vrijwel niets zouden terugkrijgen.

Dit is al eerder uitgebreid beschreven door onder meer Lou de Jong, maar Aalders heeft iets nieuws ontdekt. ,,Uit de wetsdossiers blijkt dat de voorzitter van de beurs en de directeur van de Twentsche Bank [thans ABN Amro, KB] in de redactiecommissie zaten. Die werden zo niet op het spek gebonden, maar op het spek gesnoerd'', zegt Aalders. De F272 werkte uiteindelijk als een ,,boemerang'', doordat duizenden rechtszaken werden aangespannen tegen de beurs met een enorme vertraging als gevolg. Nadat de rechter in 1952 de omstreden wet feitelijk buiten werking stelde, kwam de regering met een regeling.

In een ander geval bepaalde Lieftinck dat de boedel van Liro geen recht had op Duits schatkistpapier bij De Nederlandsche Bank, omdat het bestuur niet goed had gefunctioneerd. Nadat de rechter dit besluit had vernietigd kwam er uiteindelijk 66 miljoen gulden in de Liro-boedel en daarmee beschikbaar voor uitkering aan beroofde joden. Aalders schreef in deze krant al eerder over de Nederlandse successie-wetgeving, waarbij voor de vermoorde joden niet één sterfdatum werd geprikt zoals in het buitenland. Door te werken met individuele sterfdata streek de staat meer op aan successierechten dan met één datum en werd de afwikkeling ook zeer vertraagd.

Dat Aalders' oordeel uiteindelijk positief is komt vooral door de rechters. ,,Bij de rechterlijke macht was de staat persona non gratissima zoals iemand het uitdrukte, door de wetten die als onrechtvaardig werden gevoeld. Binnen de wet probeerden rechters recht te doen aan de billijkheid, zoals de rechter die F272 buiten werking stelde met een artikel dat hij vond in het beursreglement'', zegt Aalders. Vanmiddag overhandigde hij het eerste exemplaar van Berooid aan een oud-rechter: ,,Om de rechters eens in de schijnwerpers te zetten.''