Onderzoek Dutchbat mager

Luitenant-generaal A. van Baal, die op 6 april bevelhebber van de landmacht wordt, heeft misdragingen van Dutchbatters in Srebrenica voor de val van de enclave onvoldoende onderzocht.

Dat blijkt uit documenten die in bezit zijn van deze krant. Een hooggeplaatste militair die destijds was betrokken bij het onderzoek, zegt nu dat er bij de landmacht ,,geen enkele behoefte was om de onderste steen boven te krijgen''.

Luitenant-generaal Van Baal, destijds plaatsvervangend bevelhebber, kreeg in mei 1995 opdracht een `intern onderzoek' in te stellen naar vermeend wangedrag van Nederlandse militairen in Bosnië, na berichten in de media. Zo zou er onder meer sprake zijn van ontucht met moslimvrouwen.

Uit vertrouwelijke documenten blijkt dat Van Baal genoegen nam met een fax van overste Karremans in Srebrenica, waarin de commandant van Dutchbat de misdragingen ontkende, maar niet inging op de beschuldiging van ontucht. Een commandant van een ander Nederlands bataljon rapporteerde dat ,,ontuchtige handelingen met lokale vrouwen'' niet konden worden vastgesteld.

Op 12 mei schreef Van Baal aan minister Voorhoeve dat er geen bewijzen waren voor wangedrag. Volgens Van Baal was het onderzoek ,,met de grootst mogelijke zorgvuldigheid'' verricht. Op aanbeveling van Van Baal besloot Voorhoeve de zaak niet in handen te geven van justitie. Inmiddels staat vast dat de militairen van Dutchbat zich wel degelijk hebben schuldig gemaakt aan wangedrag, waaronder hoerenloperij.

De hooggeplaatste militair noemt het onderzoek van Van Baal uit 1995 ,,van nul en generlei waarde''. Volgens hem bestond er bij de landmacht begrip voor het gedrag van de Dutchbatters, die onder zeer benarde omstandigheden moesten opereren.

In een reactie zegt Van Baal dat hij het onderzoek naar beste vermogen heeft laten uitvoeren. Volgens Van Baal heeft hij de resultaten nog doorgesproken met Karremans. ,,Maar als mensen zoiets niet rapporteren, houdt het op.''

PORTRET VAN BAAL: pagina 2