Muziek die stolt tot licht

De meeste muziek draagt een vloeiend karakter. Er is echter ook een immateriëler muziek denkbaar, niet zozeer stromend alswel statisch stollend. Meestal handelt het dan om poëzie waarin sprake is van licht of betreft het een inspiratie op beeldende kunst. Zoals bij Michel van der Aa (1970), die gecharmeerd is van de sculpturen van Anish Kapoor waarin je je hoofd kunt steken om overvallen te worden door een duizelingwekkende diepte. Ditmaal was hij bij het geconcentreerd spelende Ives Ensemble vertegenwoordigd met de compositie Above – geheel gebaseerd op een enkele figuur waarbij een lang aangehouden toon uiteenspat in twee stuiterende korte tonen. Het is een beweging die hij in eindeloze herhaling steeds spannender doet stollen.

Ook Ivo van Emmerik (1961) in Birdstone suggereert in zijn statische klankblokken beweging door eenzelfde frase in een steeds ander tempo te herhalen. Maar deze klankmachine voert allerminst naar theatraliteit, gaat eerder uit van een fragiel en uiterst subtiel evenwicht. Peter Adriaansz (1966) intrigeerde met zijn 3-pt (untampered) Product nog het meest. Het begrip `object' duikt in alledrie opschriften voor de onderdelen op. Toch valt deze muziek voor piccolo, trombone, slagwerk en harmonium vreemd genoeg helemaal niet zo statisch uit. Eerder feestelijk extravert met veel toeters en bellen in het slagwerk als een Messiaen op bezoek bij John Cage.

Buiten het kader van deze conceptuele stukken viel Piéton de Hauterives voor trompet en ensemble van Martijn Padding (1956), primair melodisch gedacht als een Claude Vivier, maar wel onverwacht grillig met maffe klappen in het slagwerk opgetuigd. Ook het publiek klapte hard en had voor Adriaansz zelfs bravo's over.

Veel succes oogstte in de Matinee op de Vrije Zaterdag Jonathan Harvey (1939) met White as Jasmine voor sopraan en orkest bij het Radio Filharmonisch Orkest en als er één componist in statische klankblokken componeert met belangrijke partijen voor synthesizer, celesta, harp, piano en slagwerk dan deze Brit, steeds op zoek naar een transcendentele kwaliteit. In de stevige dichtgemetselde zetting van zes gedichten van Akka Mahadevi, een Indiase tijdgenote van de elfde-eeuwse Duitse abdis Hildegard von Bingen, krijgt de sopraan even ruimte voor expressie in het lied Through eight-four hundred thousand vaginas have I come - waarbij je je adem inhoudt. Helaas zijn deze `verlichte' momenten te spaarzaam, zoals bijvoorbeeld nog in de opbouw vanuit een lage d of in het ongewoon dicht gecomponeerde slot als een visioen van het licht.

De sopraan Anu Komsi overtuigde in Harvey's stralende noten maar had moeite met de voor haar stem iets te lage ligging in Debussy's cantate La Damoiselle élue. Die werd door dirigent Lothar Zagrosek veelbelovend subtiel opgezet, maar was onderweg in de dynamiek toch wat slordig, zoals bij de terugkeer in Es-groot van het gelukzalig golvend Lent et calme stollend in een drievoudig pianissimo als schildering van het verdwenen zonlicht.

Concert: Ives Ensemble. Gehoord: 20/3 De Rode Hoed Amsterdam. Radio 4: VPRO 16/5 21.30 uur.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Lothar Zagrosek. Gehoord: 24/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 28/3 20.02 uur.