Leefbaar Nederland kan vacuüm opvullen

De traditionele partijpolitiek verkeert in een crisis. Leefbaar Nederland heeft het voordeel dat zij niet kan worden afgerekend op haar verleden. Wel moet zij de kiezers ervan overtuigen dat zij meer is dan de zoveelste protestpartij, meent S.W. Couwenberg.

De reacties van de zijde van het partijpolitieke establishment op Leefbaar Nederland als nieuwe politieke concurrent bij de komende verkiezingen zijn voorspelbaar. Weer zo'n nieuwe protestpartij die inhaakt op tijdelijk politiek ongenoegen en daarmee wellicht even aanslaat, maar niet zal beklijven omdat zij niet past in het historisch gegroeide politieke landschap van dit land met zijn traditionele scheidslijnen van confessioneel versus seculier en sociaal-democratisch versus liberaal.

Nu is het stellig juist dat de afgelopen decennia er heel wat protestpartijen zijn gekomen en vaak na korte tijd alweer verdwenen zijn. Maar ook de confessionele en sociaal-democratische stromingen zijn ontstaan als protestbewegingen en zij zijn er wél in geslaagd naast de liberale stroming een vaste plaats te verwerven in ons politieke bestel. Het is verbazingwekkend dat het op dit bestel gebaseerde partijpolitieke establishment ervan uitgaat dat daarmee duurzame politieke oriëntatiepunten in onze politieke cultuur zijn ontstaan.

Maar zoals onze nationale identiteit geen statisch gegeven is, zo geldt dat ook voor onze politieke cultuur als onderdeel van die identiteit. Op de keper beschouwd staat het politieke landschap al meer dan een halve eeuw ter discussie en brokkelt het langzaam maar zeker af.

Die afbrokkeling is begonnen met de naoorlogse Doorbraakbeweging onder leiding van de PvdA die tegenover de traditionele scheidslijnen een nieuwe tegenstelling als alternatief introduceerde: die tussen progressief en conservatief. Dat alternatief sloeg niet aan. Geen enkele partij wil zich in dit land als conservatief presenteren. Je kunt in dit land beter nog voor pedofiel dan voor conservatief uitgemaakt worden, was jarenlang een bekende boutade van VVD-politicus W.J. Geertsema in dit verband. Toch heeft die eerste doorbraakpoging in zoverre effect gehad dat de confessionele politieke traditie sindsdien discutabel is geworden.

De politieke vernieuwing van de jaren '60 en '70 was tweeslachtig. Enerzijds greep men met de idee van een progressieve concentratie en volkspartij terug op de tegenstelling progressief-conservatief als alternatief, maar op basis daarvan wilde men de in verval rakende tegenstelling tussen socialisme versus liberalisme nieuw leven inblazen. Die progressieve concentratie is er niet gekomen, evenmin als de staatsrechtelijke hervormingen waarmee D66 tot nieuwe politieke verhoudingen wilde komen.

Wel heeft dit met de vorming van het CDA als defensieve reactie op die politieke vernieuwings-beweging geleid tot verdere afbrokkeling van de confessionele politieke traditie. De liquidatie van de polarisatie tussen socialisme en liberalisme in de paarse kabinetsvorming bezegelt enerzijds de mislukking van de politieke vernieuwing van de jaren '60, maar betekent anderzijds een verdergaande ingrijpende verzwakking van het traditionele politieke landschap.

Gegeven de ontideologisering der politieke verhoudingen, de aanzienlijke daling van het ledental der politieke partijen en de sterke groei van zwevende kiezers, valt niet aan de conclusie te ontkomen dat de traditionele partijpolitiek in een ernstige crisis verkeert. Wat representeren die traditionele partijen eigenlijk nog, is een vraag die leeft bij steeds meer kiezers.

We zijn geruisloos een nieuw politiek tijdperk binnen getreden. Over de grondslagen van onze samenleving is een brede ideologische consensus gegroeid. Vandaar dat beginselprogramma's er nauwelijks meer toe doen. Vandaar ook dat Leefbaar Nederland, dat de politieke arena zonder beginselprogramma betreedt, niet meer het stempel opgedrukt krijgt een on-Nederlandse partij te zijn, zoals indertijd D66. Alle partijen – oude zowel als nieuwe – moeten hun bestaansreden nu bij iedere verkiezing waarmaken op een kiezersmarkt met overwegend zwevende kiezers.

Leefbaar Nederland heeft het voordeel dat zij niet kan worden afgerekend op haar politieke verleden. Wel moet zij de kiezers ervan overtuigen dat zij meer is dan de zoveelste politieke protestpartij die even haar geluk beproeft en dus voornamelijk door politiek opportunisme gedreven wordt zoals van meerdere politieke kanten gesuggereerd wordt. De oude partijen past in dezen overigens de nodige bescheidenheid, gezien de opportunistische koerswendingen die we de afgelopen jaren in hun optreden konden waarnemen.

PvdA-minister K. de Vries greep onlangs terug op de tegenstelling progressief-conservatief om de politiek op een nieuw spoor te zetten. Maar dat is inmiddels ook een gepasseerd station. Als reactie op het permissieve klimaat van de jaren '60 is de laatste jaren wel sprake van een zekere herwaardering van conservatisme als geesteshouding. De oprichting van de Edmund Burkestichting is daar een nieuwe illustratie van. Maar praktisch politieke consequenties heeft dat niet. Een duidelijke tweedeling tussen een progressieve en een conservatieve politieke richting staat nog altijd haaks op de mentaliteit van het politieke poldermodel waarmee ook de PvdA zich in vergaande mate vereenzelvigd heeft.

Nu de politiek zich in hoofdzaak afspeelt in het eens zo vermaledijde politieke centrum, zien we alleen nog wisselende combinaties van min of meer progressieve en conservatieve standpunten. Het links-rechts-schema valt ook niet langer samen met die tegenstelling van progressief versus conservatief. Progressief, d.i. een verandering die als vooruitgang kan worden geïnterpreteerd, is bijvoorbeeld het streven naar een federaal Europa. Daar staan veel linkse politici zeer gereserveerd tegenover.

Afgaande op haar voorlopige programma treedt Leefbaar Nederland onmiskenbaar in het spoor van de na-oorlogse traditie van politieke vernieuwing en wil zij die traditie nieuw leven inblazen. Dat dat dringend nodig is, valt moeilijk te ontkennen. PvdA en D66 zijn tezeer deel geworden van de bestaande orde om daarvan op dit punt nog veel initiatief te kunnen verwachten. Als een beweging die vanuit de basis – in het voetspoor van lokale en regionale partijvorming – bezig is te ontstaan, kan Leefbaar Nederland meer worden dan de zoveelste protestpartij, als zij erin slaagt de nodige electorale steun te mobiliseren voor een viertal beleidsprioriteiten die aan haar voorlopige programma en partijnaam ontleend kunnen worden.

Revitalisering van de kiezersdemocratie waar de Grondwet nog altijd van uit gaat, maar die door de ontwikkeling van de partijendemocratie volstrekt overwoekerd en gemarginaliseerd is.

Herwaardering van parlementaire oppositie die in ons poldermodel als vitale democratische functie sterk in de verdrukking is geraakt en hand in hand hiermee herstel van het dualisme tussen regering en parlement door afschaffing van het gedetailleerde bindende regeerakkoord dat het parlement in vergaande mate ontkracht.

Een aansprekende politieke vertaling van leefbaarheid als kritische welzijnsnorm.

Een adequaat programmatisch antwoord op de cruciale vraag hoe en in welke mate Nederland als staats- en cultuurnatie in stand gehouden kan worden in het perspectief van verdergaande Europese en mondiale integratie.De derde prioriteit dient als antwoord op de kritiek dat leefbaarheid niet meer is dan een populaire, maar vage en weinigzeggende kreet. Dat leefbaarheid meer is dan dat, blijkt uit de intreerede van de socioloog R. Veenhoven als welzijnsprofessor. Daarin staat dat leefbaarheid een prima maatstaf is om de kwaliteit van een samenleving te onderzoeken en te meten. De vierde prioriteit dient als antwoord op de zelfopheffing van Nederland als staats- en cultuurnatie die geruisloos gaande is zonder dat dit vooralsnog een serieus punt van politieke discussie en strijd is.

Leefbaar Nederland kan in die politieke leemte voorzien door het voortouw te nemen in deze kwestie van nationaal levensbelang. Als Leefbaar Nederland zich in die geest presenteert en ten strijde trekt, kan zij het kwijnende geloof dat de politiek er nog echt toe doet, opnieuw geloofwaardig maken.

S.W. Couwenberg is hoofdredacteur-directeur van Civis Mundi en oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht.