Jazzdames doen veel heel anders

Jazz is veelal een mannenaangelegenheid. De weinige vrouwen die je op jazzpodia ziet, zijn gekleed in glansjurken, staan achter de zangmicrofoon en krijgen steevast het label `diva' opgeplakt. Een welkome afwisseling hierop vormt het manloze trio Ibarra, Courvoisier en Léandre. Maar het seksegebonden rollenpatroon was slechts een van de conventies die dit internationale improvisatietrio bij het vuilnis zette.

Van de Zwitserse pianiste Sylvie Couvoisier kon dit worden verwacht. Zij etaleerde haar experimenteerdrang al eerder op Nederlandse bodem met haar band Ocre, een muzikale draaikolk van piano, tuba en draaiorgel. Ook in een wat gangbaarder bezetting behoudt Courvoisiers spel zijn explorerende kracht. De pianiste blinkt uit in korte donkere loopjes afgewisseld met strenge dissonanten. Niet zelden hangt zij over de ingewanden van de vleugel om de snaren te masseren of het hout te bekloppen met hamertjes. Door een deel van de snaren af te plakken met verhuizersplakband laat ze haar instrument soms klinken als een snibbige klavecimbel.

Ook bassiste Joelle Léandre, afkomstig uit Frankrijk en bekend van haar werk met collega avant-gardisten Rüdiger Carl en Sylvie Altenburger, beperkt zich niet tot rechttoe-rechtaan spel. Ze toont een duidelijke voorkeur voor strijken boven plukken en doet dit vaker verticaal dan horizontaal. Het resultaat is een veelkleurige stem die gelardeerd is met gepiep en gezucht, wat je niet snel verwacht van een bas.

Voor drumster Susie Ibarra was het concert haar BIMhuis-debuut. Ibarra maakte de afgelopen jaren furore in New York met een stijl die sterk verwant is aan het vrije drummen dat in de jaren zestig werd gepropageerd door onder andere Rashied Ali. Ibarra leunt iets meer op de trommels en minder op de bekkens dan laatstgenoemde maar een duidelijke echo van zijn `multi-directional rhythms' is zeker aanwezig. De New-Yorkse heeft net als haar voorloper het ritmische raamwerk met een duidelijk accent op de tweede en vierde tel ingewisseld voor een spervuur aan roffels en tikken die tezamen een diep gewortelde pulse opleveren.

Het knappe van dit trio is dat het erin slaagt drie complexe lagen op elkaar te stapelen zonder in chaos op te lossen. De collectieve improvisatie levert een impressionistische collage op waarin heel duidelijk afzonderlijke lijnen te volgen zijn. De bandleden gunnen elkaar bovendien de ruimte waardoor er naast extatische uitbarstingen ook plaats is voor ingetogen duetten op kamermuziekformaat.

Concert: Ibarra, Courvoisier, Léandre. Gehoord: 23/3 BIMhuis Amsterdam.