IN DE WIJNGAARD DES HEREN WAST MEN ELKAAR DE OREN EN WORDT KOORDGEDANST

Kars Veling spreekt de naam van de politieke groepering waarvan hij lijsttrekker hoopt te zijn bij de volgende Tweede-Kamerverkiezingen, sinds kort anders uit. Luttele maanden geleden, toen de lijst van de unie tussen GPV en RPF den volke voor het eerst werd voorgehouden, zei Veling nog nadrukkelijk `GristenUnie'. Maar zaterdag, op het gecombineerde partijcongres van ChristenUnie, RPF en GPV in Apeldoorn, klonk uit zijn mond het meer werelds aandoende `KristenUnie'.

Ook bij de ChristenUnie blijkt dus volop te worden nagedacht over strategie en tactiek bij de volgende verkiezingen. Dat moet ook wel: als de met veel precaire aarzelingen omgeven unie tussen het Gereformeerd Politiek Verbond en de Reformatorisch Politieke Federatie straks niet méér oplevert dan de vijf zetels die GPV en RPF nu reeds in de Tweede Kamer bezetten, zal het lijken of die moeizame uniëring tussen beide partijen niet zo veel zin heeft gehad.

Hoe moeizaam – daarvan bood het derde Congres van de ChristenUnie aardige staaltjes. Dat vorige week op het PvdA-congres de partijleden de tanden hadden laten zien en een de Haagse partij-elite onwelgevallige voorzitter hadden gekozen, was menige mannenbroeder niet ontgaan en voedde de gedachte dat er wel gemorreld kon worden aan de kandidatenlijst voor de verkiezingen.

Die draagt immers alle kenmerken van een compromis tussen de Haagse elite van RPF en GPV. Met uitzondering van Kamerveteraan Gert Schutte, van wie op dit congres definitief afscheid werd genomen, staan immers alle zittende Kamerleden op een verkiesbare plaats. En bovendien moest er nog worden gezocht naar een manier om de achterban van het GPV, waar nogal wat aarzelingen leefden tegen de unie met de meer wulpse RPF, gerust te stellen. Om die reden is een vertegenwoordiger van het GPV, hoewel de kleinste der partijen, lijsttrekker geworden: Kars Veling, tot op heden een weinig opvallende GPV'er in de Eerste Kamer.

Uit gans het land liepen zaterdag kiesverenigingen van RPF en GPV te hoop tegen deze compromissen. Er waren moties ingediend om de nummers één en twee van de lijst om te draaien, opdat Leen van Dijke, de charismatische fractievoorzitter van de RPF in de Tweede Kamer, lijsttrekker van de nieuwe formatie zou kunnen worden. Anderen wensten een hogere plaats voor Tineke Huizinga, de hoogste vrouw op de lijst maar op nummer zeven geenszins zeker van een Kamerzetel.

Er was een motie om een lid van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlands Hervormde Kerk hoger op de lijst te zetten. Anderen wilden iemand uit Oost-Groningen hogerop. En het ernstigst van alles was misschien nog wel een luidruchtige onvrede over de achterkamertjesstijl waarin de kandidatenlijst was samengesteld. Met name de kiesverenigingen in Utrecht en de jongerenbeweging PerspectieF maakten zich tot tolk van deze gevoelens.

Je zou het als niet-calvinist misschien niet verwachten, maar er valt betrekkelijk veel te lachen op een congres van de ChristenUnie. De gave van het woord is aan de mannenbroeders niet voorbijgegaan. Zo werd het streven om een `Bonder' hoger op de lijst te krijgen een beslissende slag toegebracht door de afgevaardigde die zei dat je ,,Bonders en vagebonders'' had.

Maar ook de andere bezwaarden kwamen niet ver, hoezeer zij ook harde woorden spraken over `marionettentheater' en – in het voetspoor van de PvdA'er Bart Tromp – klaagden tot ,,contribuant en klapvee'' te zijn gereduceerd. Ook het gloedvolle betoog van de kiesvereniging Franekeradeel, dat vrouw-zijn, electoraal bezien, wel degelijk een kwaliteit mag heten, kwam niet ver.

Het bestuur van de ChristenUnie had de zaak goed in de hand, daarin gesteund door enkele welbespraakte vertegenwoordigers uit den lande. Zo vroeg Gouda zich met trillende stem af ,,of degenen die bereid zijn elkaar hier de oren te wassen, ook wel klaar staan om elkaar ook de voeten te wassen?'' Het was zaak, aldus Gouda, ,,als één man in broederlijke liefde achter het bestuur te staan''. En zo geschiedde: slechts een handjevol afgevaardigden bleek bereid moties te steunen die door het partijbestuur werden afgeraden.

En dus zit de ChristenUnie definitief vast aan lijsttrekker Kars Veling. Leen van Dijke heeft het er, krijg je de indruk, nog steeds een beetje moeilijk mee, al heeft hij zich verre gehouden van pogingen uit de achterban om hem alsnog als nummer 1 op de lijst te krijgen. Eenzelfde afzijdigheid van het gerommel in de gelederen kenmerkte het optreden van de Heerenveense Tineke Huizinga, die overigens een uitgesproken verlegen indruk maakt.

En zo kon het congres 's middags dóór met het meer praktische werk in `de wijngaard des Heren', zoals men in deze kring het ondermaanse graag noemt: moties waarin de regering tot preventieve inenting tegen mkz werd opgeroepen, de mededeling dat de ChristenUnie graag zag dat Máxima in mooi Nederlands haar steun aan democratie en Grondwet uitspreekt.

En toen, als slotakkoord, de grote toespraak van Kars Veling, helaas een der saaiste redenaars in deze welbespraakte omgeving. Het was spreker aan te horen dat de ChristenUnie een gooi doet naar de niet-calvinistische kiezer, die het tijdsgewricht hoofdschuddend aanziet: ,,De publieke ruimte mag geen jungle zijn.'' De ChristenUnie wil, nu ter linkerzijde zelfs stemmen opgaan voor een coalitie waarvan zij deel zou kunnen uitmaken, beslist alle schijn van sectarisme van zich afwerpen: ,,De ChristenUnie wil christelijk-sociaal zijn.''

Maar ja, ook de rechtzinnige achterban, die ten aanzien van het primaat van de Schrift geen grapjes kan velen, moet Veling te vriend houden. ,,De tegenstelling tussen onze overtuiging en de opvatting van de huidige meerderheid in de Nederlandse politiek is scherp'', gaf hij toe, en noemde met afschuw GroenLinks, de potentiële coalitiepartner.

Onder de vele kwaliteiten die van de nieuwe leider van de ChristenUnie worden gevergd, is het koorddansen zeker niet de minste.

De Tweede Kamer spreekt deze week over eurovalsemunterij