Hoogleraren

In NRC Handelsblad van 8 maart kwam Mineke Bosch met het zoveelste pleidooi voor meer vrouwen aan de top in wetenschappelijke instellingen. Naast de bekende argumenten dat Nederland internationaal een modderfiguur zou slaan als het gaat om het aantal vrouwelijke hoogleraren, constateert zij dat de ,,onderbenutting van vrouwelijk potentieel eindelijk als probleem van de instellingen zelf beschouwd wordt''.

Uit een internationaal vergelijkend onderzoek is echter onlangs gebleken dat Nederland op wetenschappelijk niveau zeer hoog scoort, gemeten naar het aantal publicaties en citaties. Dit wijst niet op ernstige misstanden.

Om vast te stellen of sprake is van ongeoorloofde discriminatie van vrouwen (waarmee inderdaad het wetenschappelijk niveau van Nederland gedupeerd zou worden) is het niet voldoende om vast te stellen dat het huidige hooglerarenbestand geen afspiegeling vormt van de huidige studentenpopulatie. Deze hoogleraren zijn immers veelal aangesteld in een tijd dat de man-vrouw verhouding van de studenten anders was dan nu.

Van discriminatie is slechts sprake wanneer vast komt te staan dat de nieuw aangestelde hoogleraren veel vaker van het mannelijke geslacht zouden zijn dan voorspeld kan worden aan de hand van de groep sollicitanten. Ik waardeer het dat Mineke Bosch en vele anderen zich inzetten tegen het verlies van onbenut talent. Gezien het bovenstaande is het verstandiger eerst te analyseren welke factoren verantwoordelijk zijn voor ons internationale succes, dan ons in te laten met dogmatische en politiek correcte beleidsmaatregelen.