Familie Tót vol dorpelingen in het kwadraat

Het decor is zwart en fluorescerend wit. Zo simpel en zo extreem zet Dirk Tanghe zijn nieuwe voorstelling neer. De familie Tót lijkt op een ontkleurde cartoon, met personages die als stripfiguren van links naar rechts bewegen. Sommigen dragen een Kuifje-kapsel, anderen een met kussens gevulde buik of een fopneus, en hun boorden, schorten en broeken lichten merkwaardig op: deze wezentjes zijn beslist lachwekkend.

Maar niet belachelijk. Want het groteske gaat hier samen met het kleine en kleinheid is een serieus probleem. Wat maakt mensen klein? Die vraag stelde Tanghe al in De wereldverbeteraar, in Tartuffe en in De burgermansbruiloft en hij stelt hem in De familie Tót opnieuw.

István Örkény schreef De familie Tót in het Hongarije van de jaren zestig. Na de neergeslagen opstand dus en na een oorlog waarin Örkény als soldaat had moeten dienen, in een leger dat voor de Duitsers was. Als geen ander kende Örkény de vernedering. Ook zijn protagonisten stelt hij aan vernederingen bloot.

De Tóts hebben een zoon aan het front. Misschien, zo redeneren zij, kunnen ze hem redden door een gunst te bewijzen aan zijn superieur. Door de legerleider een mooie verloftijd te bezorgen in hun idyllisch gelegen pension. Jawel, de kapitein neemt de uitnodiging aan. Maar de idylle moet kapot. Dat gaat heel makkelijk, want pa, moe en hun puberende dochter proberen alle wensen van de verzenuwde oorlogsheld te vervullen.

Dochterlief (Lieke-Rosa Altink) is verrukt van haar onderdrukker. In een prachtig pantomime tracht zij zijn aandacht te vangen. Maar zelfs als haar nooit eerder voor iemand uitgetrokken onderbroek aan haar enkel hangt kijkt de kapitein ijskoud langs haar heen. Er zit niets anders op dan samen met moe boos op pa te zijn. Want vader Tót (Bas Keijzer) heeft ondanks zijn goede wil nukken. Steeds als hij moet werken valt hij in een snurkende slaap. Steeds als hij moet nadenken raakt hij in blinde paniek. Zijn traagheid kwelt hemzelf nog het meest en in zijn vertwijfeling vlucht hij naar het privaat, zoals vertaler Georges Van Vrekkem het kleinste kamertje noemt. Maar ook daar weet de pijniger zijn koppige slachtoffer te vinden.

Nutteloos werk, namelijk dozen vouwen, stapels dozen vouwen, wordt door die pijniger verheven tot een taak voor dag en nacht waarbij de familie geen moment mag verslappen. Een snijmachine, niet wit of zwart maar alarmerend rood, geeft het moorddadige tempo aan.

Messcherp ontleedt Tanghe, die beweert dat hij geen politieke theatermaker is, de mechanismen van de moderne slavernij. Voor onze baas doen wij alles. Mondige volwassenen veranderen onder het schrikbewind van de prestatiedwang in gehoorzame kinderen die liever hun hersens spoelen dan uit de smaak te vallen. Dus waarom maken mensen zich klein? Uit angst, uit pure angst.

De angst regeert de inwoners van het idyllische dorp; de angst maakt hen onderdanig en wie het braafst is gaat door voor een goed mens. Waarschijnlijk dacht Tanghe bij het portretteren van dat dorp aan de plaats van zijn Vlaamse jeugd. Zo'n dorp vol welwillende sukkels, bereid om zich te schikken naar elk willekeurig lot. Tanghes dorpelingen zijn dorpelingen in het kwadraat: ze spreken een lokaal (maar niet bestaand) dialect en en ze houden van levenswijsheden à la: vertrouw mekaar, wat neerkomt op: laat je gerust beliegen.

Er is er maar één die het waagt in de geschiedenis in te grijpen. De gekke postbode (Thomas de Bres) verscheurt de brieven waar slecht nieuws in staat. Toch draagt ook hij bij aan de catastrofe. Hij geeft valse hoop – en valse hoop is als een motor die heel hard doorrijdt op de verkeerde weg.

Wel of niet berusten: het maakt uiteindelijk niets uit en wat dat betreft is Tanghes voorstelling fatalistisch. En, wegens het krankzinnige dilemma, ook nogal absurdistisch. De idiote spreek- en bewegingstaal sluit feilloos aan bij die schijnbaar zo lieve en naïeve cartoonvorm.

Voorstelling: Familie Tót door de Paardenkathedraal. Tekst: István Örkény. Regie: Dirk Tanghe. Decor: Bart Clement. Licht: Uri Rapaport. Spel: Lieke-Rosa Altink, Bas Keijzer, Harriët Stroet e.a. Gezien: 23/3 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 5/5. Inl 030-2711414.