Euthanasie

Noch de rechter, noch huisarts Van Oijen, noch verpleeghuisdirecteur Van Essen en zijn vertwijfelde medewerkers, noch mevrouw B. zelf en haar dochters treft het verwijt, dat het tot een uitspraak gekomen is, die zoveel discussie heeft opgeroepen.

De werkelijke oorzaak is terug te voeren tot de beperkte wijze, waarop het debat, dat begon in de jaren tachtig, tot nu toe is gevoerd. Iedereen voelde vanaf dat begin terecht de behoefte aan een duidelijk referentiekader voor het handelen en nalaten van dokters rond het sterfbed.

Maar het maatschappelijk debat werd te snel een politiek debat. De ethische reflectie kreeg onvoldoende kansen vóórdat de juridische abstracties, nodig voor een politieke stellingname en daaruit voortvloeiende wetgeving, de discussie gingen beheersen.

Het recht om over eigen leven en lot te beschikken is van een vrijheidsrecht tot een claimrecht aan het verworden. Steeds meer artsen, van oudsher voorstander van een liberaal euthanasie beleid, hebben er grote moeite mee om de dood op bestelling te leveren. De tegenstanders van weleer grijpen de kans om hun gelijk te halen. En de categorie, waar het allemaal om begonnen was, lotgenoten van mevrouw van B., worden aan hun lot overgelaten en hun artsen, familieleden en andere betrokkenen blijven opgescheept met dezelfde dilemmas als vroeger. Wat ze ook doen, het is nooit goed.

De paradox doet zich voor, dat artsen, die een liberaal euthanasiebeleid voorstaan, steeds vaker geconfronteerd worden met dwingende vragen om mensen op eigen verzoek te doen sterven, die in hun ogen nog niet aan de dood toe zijn, terwijl stervens- en lijden verkortend ingrijpen bij uitgeputte zieken, waartoe zij zich in geweten verplicht voelen, wordt afgestraft als moord.

Het is volstrekt duidelijk, dat het, politiek gezien, kansloos is om de discussie over euthanasie te heropenen. Dat hoeft ook niet, tenzij men het verschuiven van het vrijheidsrecht om zelf het moment van zijn dood te kiezen naar het claimrecht om een ander te dwingen dat verlangen uit te voeren, nog eens onder de loep wil nemen. Het debat over de stervenshulp – en ik gebruik die term opzettelijk ter onderscheid van de term euthanasie – is, ondanks het feit dat het daar in de aanvang begin jaren tachtig over ging, nooit geopend. Het is onmiddellijk gesmoord in een juridisch politiek debat over patiëntenrechten, zoals dat in het paradigma van de jaren tachtig in al zijn ijver voor méér individuele vrijheid, beperkt was. De scherpe definitie van euthanasie was toen een uitkomst; nu een beperking.

Het wordt tijd dat de oorspronkelijk bedoelde discussie nu een kans krijgt. In de juiste volgorde: eerst de medisch inhoudelijke en ethische overwegingen en daarna pas de juridische en politieke stellingnamen.