Europese dogma's

HET VLOT IN EUROPA niet met de liberalisering. Op de top in Stockholm zijn dit weekeinde de vrome wensen van de vernieuwingstop vorig jaar in Lissabon herhaald zonder dat de meningsverschillen een stap dichter bij een oplossing zijn gekomen. In 2010 moet de Europese Unie een beslissende stap vooruit hebben gezet in de richting van het einddoel: een vrije, gedigitaliseerde markt die de competitie met iedere economische grootmacht waar ook ter wereld kan aangaan. Zoals de Zweedse voorzitter, premier Persson, aan het eind van de bijeenkomst gelaten opmerkte: ,,Het is als met het leven, je krijgt niet meteen alles.''

De voorgenomen liberalisering richt zich op de energiemarkt, de posterijen en het beheer van het luchtruim. De Fransen hebben er moeite mee hun nationale markten vrij te geven, maar profiteren wel van de openingen die buurlanden hebben gemaakt. De laatste spreken dan ook van oneerlijke concurrentie op de ene Europese markt die afgestraft zou moeten worden. Frankrijk van zijn kant wijst er niet ten onrechte op dat die liberaliserende staten niet hebben willen wachten op een gemeenschappelijke aanpak en dus geen recht van spreken hebben.

Hiermee blijken Europese geloofsartikelen als beleidsconcurrentie en het vormen van kopgroepen (versterkte samenwerking) op hun natuurlijke grenzen te stuiten. Pioniersarbeid kan binnen de EU zo zijn nadelen hebben, terwijl de achterblijver de nodige vruchten plukt. Zo keert als vanzelf het leerstuk van de ordenende gemeenschappelijkheid terug in een gezelschap dat dacht met netwerken en `benchmarking' de steen der wijzen te hebben gevonden.

OOK HET `ene luchtruim' zal nog even op zich laten wachten. Hier gaat het niet om leerstellige verschillen, maar om de status van Gibraltar en daarmee om een historische pijnplek in de betrekkingen tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In een open Europees luchtruim zal ook het vliegveld van Gibraltar een plaats moeten krijgen. Wie nog in achttiende-eeuwse termen denkt, blijkt hiermee moeite te hebben.

Nederland rekent zich rijk met een akkoord om de pensioenregelingen in de diverse lidstaten aan geregelde controle te onderwerpen (het dogma `peer pressure'). De vergrijzing staart de beleidsmakers in het gezicht en de erkenning dat de gevolgen voor de financiering van de oude dag niet in alle EU-landen voldoende aandacht krijgen. Nederland is dankzij het gemengde stelsel van AOW (omslag) en aanvullend pensioen (verzekering) een voorloper. Al was het maar omdat het vreest straks aan de uitstaande gemeenschappelijke rekening mee te moeten betalen. Of onderlinge controle van de lidstaten voldoende effect heeft, moet worden afgewacht. Ook hier zou kunnen blijken dat zonder werkelijk communautair beheer het vraagstuk onoplosbaar blijft.

Een stap werd gezet bij de harmonisering van de financiële markten. Het politieke risico van de afspraak is dat Commissie en Europees Parlement op afstand worden gehouden. Het parlement heeft nog een gelegenheid om zich hierover uit te spreken. In een Europa waar de afstand tussen beleid en burger zorgen baart, kan de indruk ontstaan dat hier in wezen een stap achteruit is gezet. Voor de gedemonstreerde tevredenheid ontbreekt vooralsnog de aanleiding.