Eric Clapton probeert nu echt iedereen te plezieren

Mag een rijke blanke popster de blues nog wel zingen? Eric Clapton leek boven elke twijfel verheven, toen hij enkele jaren geleden zijn blueshelden eerde met de cd From The Cradle. De daaropvolgende tournee was in meer dan één opzicht een verademing. Clapton keerde terug naar het ruige bluesgevoel van zijn begindagen met John Mayalls Bluesbreakers, en doodgespeelde popdeunen als Layla en Wonderful tonight konden met instemming van het publiek achterwege blijven.

Hoewel hij meer dan ooit in zijn element leek, is de 55-jarige Clapton toch weer teruggekomen van het bluesrepertoire waarmee hij waardig oud had kunnen worden, desnoods zittend op een stoel, net zoals Muddy Waters en Howlin' Wolf in hun nadagen. De pop-Clapton die de nieuwe cd Reptile aan de man moet brengen speelt weer gewoon al zijn voorspelbare klassiekers, van de smartlap Tears in heaven tot de sixties-psychedelica van Creams Sunshine of your love.

Het begon gisteren in de Rotterdamse Ahoy' veelbelovend met een akoestische soloversie van Key to the highway, zittend gespeeld op akoestische gitaar. Clapton bleek uitstekend bij stem, rauw en geëmotioneerd als een echte bluesman in zijn zelfgeschreven Bell bottom blues uit de Derek & the Dominoes-periode van begin jaren zeventig. De band van befaamde sessiemuzikanten als bassist Nathan East en jazzdrummer Steve Gadd liet de vonk echter niet inslaan en hield hem juist af van het vuur dat onder een wisselvallig repertoire van rock-, pop- en bluesnummers smeulde. Toetsenman David Sancious vroeg bovenmatig veel aandacht voor zijn nieuwe speeltje, een slangetje in de mond waarmee hij simultaan met de aangeslagen toetsen het geluid van een klarinet en een saxofoon kon nadoen. Een flauwe gimmick, die niet past bij een dienende functie in de band van een van de grootste gitaristen van het rock & roll-tijdperk.

Na cocktailjazz van het instrumentale Reptile en het in synthesizers verzopen Drowning in a river of tears kreeg Clapton slechts sporadisch te kans om te vlammen op zijn foeilelijke, bontgekleurde gitaar. Bluesnummers als Hoochie koochie man en Have you ever been mistreated kwamen er sloom en lusteloos uit. De exotische percussie-uitbarstingen van Paulinho da Costa raakten in dit verband kant noch wal en het leek of de academisch steriele ritmesectie aan het eind van de temerige publieksfavoriet Wonderful tonight uit balorigheid een reggaeritme inzette.

In zijn poging om iedereen te plezieren, sprong Clapton in stilistisch opzicht van de hak op de tak en had hij de evergreen Layla weer ouderwets hard nodig om het concert met een lawine van vervormde gitaarnoten naar een climax te voeren.

Eric Clapton heeft het lang kunnen rekken, maar door veronachtzaming van het ware bluesgevoel lijkt de god onder de gitaristen nu toch echt over de top van zijn kunnen.

Concert: Eric Clapton. Gehoord: 25/3 Ahoy, Rotterdam. Herhaling: 26/3.