Een generaal die graag de lakens uitdeelt

Het heeft even geduurd, maar op 6 april treedt Ad van Baal dan toch aan als de nieuwe bevelhebber van de Koninklijke Landmacht. Fouten bij zijn afhandeling van het dossier-Srebrenica vertraagden zijn promotie.

De nieuwe bevelhebber van de Koninklijke Landmacht, luitenant-generaal Ad van Baal, vaart graag op eigen kompas. Generaal b.d. Ruurd Reitsma herinnert zich hoe Van Baal met zijn vrouw eens bij hem in Munster te gast was. Ze logeerden in een hotel vlakbij. Zal ik nog even de weg uitleggen, informeerde Reitsma aan het einde van de avond. Dat was niet nodig. ,,Ergens moet hij bij een T-splitsing de verkeerde kant op zijn gegaan. Vervolgens is hij in stevige mars met zijn vrouw erachteraan nog zo'n kilometer of drie doorgelopen'', lacht Reitsma. ,,Dat schetst volgens mij de resoluutheid van Van Baal''.

Misschien is het wel die resoluutheid die A.P.P.M. van Baal zowel vrienden als vijanden heeft opgeleverd. Fans prijzen zijn scherpzinnigheid, zijn besluitvaardigheid, zijn enthousiasme en zijn communicatieve vermogens. Critici noemen hem impulsief, eigenwijs, overhaast en tactloos – al is niemand binnen het vanouds gesloten militaire apparaat bereid de bevelhebber nog voor zijn aantreden op 6 april on the record af te vallen.

,,Een intellectuele hoogvlieger'', zegt defensiedeskundige Rob de Wijk. ,,Hij kan de zaken heel goed onder woorden brengen en weet waar je naar toe moet met de strijdmacht.'',,Een politieke brekebeen'', zegt echter een oud-topambtenaar van het ministerie van Defensie.

Ad van Baal (54) is een man van talenten, daar is iedereen het wél over eens. Al vanaf zijn eerste jaren op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) gold hij als een belofte. Met 44 jaar was hij een van de jongste generaals uit de geschiedenis van de Koninklijke Landmacht. Op zijn negenenveertigste was hij als plaatsvervangend Chef Defensiestaf doorgestoten tot het uiterst selecte groepje van Nederlandse driesterrengeneraals en een van de twee hoogste militaire banen – bevelhebber der landstrijdkrachten (BLS) en Chef Defensiestaf (CDS) – leken voor het grijpen te liggen.

Ad van Baal werd in 1947 geboren in het Brabantse Kruisland, waar zijn vader een kapsalon dreef. Hij bezocht eerst de MULO en daarna de HBS op het Norbertus-lyceum in Roosendaal. De kapperszoon groeide op in een traditioneel katholiek milieu. Die achtergrond heeft hij nooit verloochend – diverse malen bezocht hij het bedevaartsoord Lourdes. Onlangs had hij in het kader van het Jubeljaar met geuniformeerde collega's van politie en douane een audiëntie bij paus Johannes Paulus II. ,,Wij militairen werken in een geweldsorganisatie'', zegt Van Baal zelf. ,,Zeker voor gelovigen betekent dat dat je heel goed moet nadenken wat wel en niet kan.''

In het najaar van 1966 maakte Van Baal zijn opwachting bij de KMA in Breda. Die keuze lag voor de hand, zegt jaargenoot Peter Striek, nu plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht. ,,Studeren was voor mij financieel gezien moeilijk. Op de Academie kreeg je kost en inwoning. Bovendien stond het beroep van officier in aanzien. De rang van luitenant-kolonel lag in het verschiet'', aldus Striek.

Na acht jaar officier te zijn geweest, werd Van Baal in 1978 geselecteerd voor de Hogere Krijgsschool – de opstap voor de hoogste regionen binnen de organisatie. Een sleutelmoment was zijn benoeming als hoofd afdeling organisatie van de landmachtstaf in 1990, een post waar hij – ongehoord binnen de zeer hiërarchische KL – zichzelf kandideerde. ,,Van Baal vroeg waarom hij dat niet zou kunnen doen'', vertelt Striek. ,,Dat was wat je noemt opvallend.''

In 1992 werd Van Baal commandant van de 43ste brigade in Havelte en was hij voor het eerst zelf baas, vooral ook omdat deze brigade was aangewezen als de proeftuin voor de herstructerering van de landmacht in het post-Koude Oorlogtijdperk. Hij ging er enthousiast en vernieuwend te werk. ,,Hij is creatief en daadkrachtig en houdt ervan om heel gedecideerd knopen door te hakken'', aldus kolonel Aalders, eveneens een voormalige jaargenoot.

Tegelijkertijd openbaarde zich echter een andere karaktertrek van Van Baal: de neiging om in zijn eentje de lakens uit te delen. Reitsma: ,,Generaal Schouten was destijds commandant van het legerkorps. De plannen van Van Baal bezorgden hem regelmatig buikpijn.'' Zo experimenteerde Van Baal met tijdelijke prestatiecontracten voor sportinstructeurs, om eenheden binnen een bepaalde tijd in vorm te brengen. De plannen stuitten op weerstand bij het legerkorps, waar men gehecht was aan het vaste dienstverband.

In 1994 werd Van Baal uitgezonden naar Bosnië, als rechterhand van UNPROFOR-commandant Michael Rose. Het was de tijd waarin de licht bewapende VN-vredesmacht steeds meer geconfronteerd werd met zijn eigen onmacht. Van Baal moest er hard-nosed onderhandelingen voeren met de Bosnische Serviërs. Rose was later buitengewoon te spreken over het krachtdadige optreden van zijn brigadeer.

Terug in Nederland steeg Van Baals ster bliksemsnel: in 1996 was hij de plaatsvervanger van CDS Van den Breemen. Toch moest hij langer wachten op een echte topbaan dan alom werd aangenomen. Zowel in 1997 als 1998 gloorde er voor hem hoop dat hij de begeerde positie van bevelhebber van de landstrijdkrachten zou kunnen bezetten aangezien er sprake van was dat de huidige landmachtchef, generaal Schouten, een andere functie zou krijgen. Uiteindelijk bleef de charismatische Schouten langer dan verwacht, volgens sommige bronnen omdat Van Baal op dat moment niet geschikt werd gevonden voor de post van bevelhebber. Luitenant-kolonel b.d. Rob Tellegen herinnert zich dat Van Baal zo'n anderhalve maand geleden bij hem kwam eten. ,,`Rob', zei hij toen. `Ik wil nog één keer ergens echt het commando over voeren.' Ik denk dat hij nu erg blij en gelukkig is.''

Dat Van Baals schitterende carrière plotseling haperde had vooral te maken met de krassen die hij opliep rondom de kwestie-Srebrenica. Direct na de val van de enclave kwam toenmalig minister Voorhoeve in opspraak over een door majoor Franken ondertekende verklaring, waarin de Serviërs stelden dat het transport van vluchtelingen `volgens de regels' was verlopen. In de Kamer verklaarde Voorhoeve niets te weten van een dergelijke verklaring. Van Baal had die beoordeeld als `niet belangrijk' en in een la laten liggen, waardoor Voorhoeve het stuk niet onder ogen kreeg.

In januari 1996, zo'n zes maanden na de val van Srebrenica, kwam Van Baal onder vuur nadat hij overste Karremans zonder medeweten van Voorhoeve en zijn directe baas Couzy, had bevorderd tot kolonel. Die benoeming was al in september aan de orde geweest. Bevelhebber Couzy had echter geoordeeld dat daarmee wegens de politieke gevoeligheid minstens een half jaar gewacht moest worden. Van Baal voerde die aanwijzing letterlijk uit en meldde Couzy vervolgens doodleuk dat hij na het verstrijken van die termijn consultatie niet nodig had gevonden.

Door de schoonheidsfoutjes in het dossier `Srebrenica' kwam er een wat kwade reuk om Van Baal te hangen. Kamerleden omschreven hem destijds in de wandelgangen soms als `onbetrouwbaar'. Blijvende schade heeft hij er echter niet van ondervonden. Dit zou nog kunnen veranderen als het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) deze zomer komt met een rapport over de val van de Bosnische enclave. Communis opinio op het Binnenhof is dat minister De Grave voor de benoeming van Van Baal bij het NIOD heeft laten checken of er nog nieuwe onthullingen over Van Baal zijn te verwachten. ,,Anders zou De Grave het risico zeker niet hebben genomen'', zegt bijvoorbeeld het Tweede-Kamerlid Timmermans (PvdA).

Niettemin moet aan de krassen op Van Baal nog een ander, weinig belicht voorval uit de periode van vóór de val van Srebrenica worden toegevoegd. In mei 1995 verschenen er in de pers publicaties over de misdragingen van het dertiende bataljon van de luchtmobiele brigade (Dutchbat III), dat vanaf januari dat jaar in de belegerde enclave bivakkeerde. Dutchbatters zouden giftige blokjes uitdelen als snoepgoed. Er zou sprake zijn van ontucht en zelfs verkrachtingen. Voorhoeve reageerde ontstemd: de zaak zou tot op de bodem worden uitgezocht, zo meldde hij de Kamer.

Als plaatsvervangend bevelhebber kreeg Van Baal opdracht een `intern onderzoek' uit te voeren onder de Nederlandse troepen in Bosnië. Indien nodig, zou het openbaar ministerie worden ingeschakeld. Kort daarop kreeg Voorhoeve te horen dat het OM inmiddels al aan een onderzoek was begonnen: niet naar wangedrag van Dutchbat III, maar naar misdragingen van de vorige `rotatie' in Srebrenica, Dutchbat II.

Volgens een hooggeplaatste militair, die destijds bij het interne onderzoek was betrokken, waren de geruchten over ontucht met lokale vrouwen al langer bekend. Desondanks bestond er binnen de landmachttop ,,geen enkele behoefte om de onderste steen boven te krijgen'', zo zegt hij. Uit vertrouwelijke documenten, die in het bezit van deze krant zijn, blijkt dat Van Baal en zijn ondergeschikten het interne onderzoek op zeer summiere en weinig zorgvuldige wijze uitvoerden. Zo nam Van Baal genoegen met een fax van Karremans, waarin allerlei vormen van wangedrag werden besproken, maar met geen woord gerept werd van de ontucht. Het eigenaardige is dat zijn collega Modderman, plaatsvervangend commandant van een ander Nederlands bataljon in Bosnië, het VN-transportbataljon in Busovaca, dat wél deed. Hij concludeerde dat ,,ontuchtige handelingen met lokale vrouwen'' niet voorkwamen.

Volgens Van Baal heeft hij het interne onderzoek naar beste vermogen laten uitvoeren. De resultaten heeft hij nog met overste Karremans telefonisch besproken, zo zegt hij in zijn werkkamer op het ministerie. ,,Maar niemand kon de enclave toen in, en als mensen niet willen rapporteren, houdt het op''.

In de rapportage aan Voorhoeve repte Van Baal op 12 mei 1995 echter met geen woord over deze duidelijke lacune in het onderzoek. Volgens de generaal was het onderzoek, zo schreef hij Voorhoeve, ,,met de grootst mogelijke zorgvuldigheid verricht.'' Op advies van Van Baal besloot Voorhoeve de kwestie niet in handen te geven van het openbaar ministerie. Kort daarop liep het strafrechtelijk onderzoek naar Dutchbat II dood wegens gebrek aan bewijs. Pas na de publicatie van het zogenaamde `feitenrelaas' in 1999 bleek dat militairen van Dutchbat III zich wel degelijk schuldig hadden gemaakt aan wangedrag, zoals discriminatie en hoerenloperij.

In 1995 bestond bij de landmachttop begrip voor het gedrag van de jonge Dutchbatters die onder zeer benarde omstandigheden in de belegerde enclave moesten opereren. De ontucht leek de landmachttop te onbeduidend om er de eer van de Koninklijke Landmacht aan op te offeren. Nestbevuiling is not done onder militairen, zegt Rob de Wijk, en al helemaal niet binnen de top van de landmacht. ,,Liegen, dat doen ze niet. Maar bepaalde dingen houd je gewoon voor je. Die houding is schering en inslag bij Defensie, en zeker niet alleen voorbehouden aan Ad van Baal.''

De laatste jaren heeft Van Baal zich als plaatsvervangend Chef Defensiestaf weten te rehabiliteren. Hij heeft geleerd van zijn fouten in het verleden, zo stellen verscheidene mensen, die de afgelopen jaren nauw met hem hebben samengewerkt. Ook in de Tweede Kamer bestaat er nu waardering voor hem. Het Kamerlid Hoekema (D66) prijst nu zelfs zijn gevoel voor politieke verhoudingen. Opvallend was ook dat Van Baal een prominente rol voor zich opeiste in de discussies over de Defensienota van minister De Grave.

Van Baal is nimmer bang om open en eerlijk zijn mening te geven – een van zijn beste eigenschappen zeggen zijn bewonderaars. Daar wringt nou juist de schoen, zeggen zijn critici. Tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 deinsde Van Baal niet voor krachtige uitspraken terug. Zo zinspeelde hij al in een vroeg stadium op Nederlandse deelname aan een militaire operatie op de Balkan. Door dit soort uitspraken hadden zijn politieke meesters naderhand soms veel uit te leggen. Waar iemand als Chef-Defensiestaf Kroon kiest voor een terughoudende rol, vindt Van Baal dat hij in de openbaarheid mag treden. ,,Van Baal vindt dat er ook voor topmilitairen ruimte is voor enig profiel'', zegt directeur voorlichting Hans van den Heuvel van het ministerie van Defensie. Daarmee lijkt Van Baal in de voetsporen te treden van een illustere voorganger als bevelhebber der landstrijdkrachten – luitenant-generaal Hans Couzy.

Interne rapportage van Van Baal over Srebrenica: www.nrc.nl/Doc