De transistor voorbij

Met zo'n drieduizend mensen in dienst is het Deense merk Bang & Olufsen een vertederende dwerg in de internationale hifi-wereld, een positie die het bedrijf trouwens eerder met trots dan met schaamte vervult. In 1925 begonnen twee jonge ingenieurs, Peter Bang en Svend Olufsen, op de zolder van Olufsens huis met het bouwen van radiotoestellen en na twee jaar hadden zij zoveel kennis, ervaring en klanten verzameld dat zij in het plaatsje Struer een fabriek konden beginnen. Later is B&O naast radio's ook allerlei andere geluids- en videoapparatuur gaan produceren en dat gebeurt nog altijd in datzelfde van god verlaten plaatsje in Jutland. Het lijkt een vreemde broedplaats voor innovatief design, maar misschien, wie zal het zeggen, schuilt in dit wereldvreemde isolement nu juist het succes.

Aan het begin van de jaren zeventig, het tijdperk dat B&O zijn aluminiumkleurige toestellen nog met dunne reepjes hout afwerkte, was het merk voornamelijk in trek bij een select groepje adepten, onkreukbare burgers die hun trouwe transistor vaarwel zeiden en zichzelf trakteerden op hun eerste stereo-installatie. Dit overigens vaak na veel wikken, wegen en vooral rekenen, want wat Bang & Olufsen maakt, was en is technisch perfect, mooi om te zien, maar flink aan de prijs.

Zijn ingetogen degelijke aura heeft de apparatuur van B&O lange tijd behouden, waardoor er een zekere verwantschap bestond met de stijl die in die dagen de Scandinavische automerken Saab en Volvo kenmerkte. Pas veel later heeft dit bedaarde imago zowel bij de twee autofabrieken als bij B&O plaats gemaakt voor een opvallender en kleurrijker design.

Een recent gelanceerde aandachttrekker is de Beosound 1, een gestileerde gettoblaster die maar één nadeel heeft: hij is afhankelijk van het stopcontact en kan daarom niet mee naar het strand. Het apparaat wordt geafficheerd met plug-and-play en weet met zijn vijf krachtige, aan het oog onttrokken luidsprekers zelfs in een grote ruimte de conversatie lam te leggen. Zijn iets gebogen vorm herinnert aan B&O's reeds twee decennia oude televisietoestellen. Al naar gelang de kleur kan men er verschillende associaties bij hebben: in het zwart lijkt deze Beosound op een strak vormgegeven straalkachel van de firma Braun en in het zilver doet hij denken aan het gesloten vizier van een middeleeuwse krijgsman. Het apparaat is ook leverbaar in fel rood, in groen en in blauw. Lang voordat de eerste computer- en camerafabrikanten hun apparaten kleur durfden te geven, boden de Denen al de mogelijkheid van verwisselbare gekleurde frontjes. B&O's onverwoestbare designklassieker, de Beolit 707-radio, werd ruim dertig jaar geleden al in diverse kleuren geleverd. Wat vorm betreft blijft de Beolit 707 ook in de 21ste eeuw overeind, maar wie de nieuwe Beosound er naast zet, zal waarschijnlijk, zij het met spijt, zijn dierbare 707 uit huis doen. Hoewel je natuurlijk ook naar een royalere woonruimte kunt zoeken, zodat je ze allebei onderdak kunt bieden.

www.bang-olufsen.nl; prijs Beosound 1, ƒ 2.775,-