Zwarte joden

De Lemba van zuidelijk Afrika wisten zelf allang dat ze joden waren. Nu heeft DNA-onderzoek bewezen dat zij tot de Levieten behoren, een van de tien `verloren' stammen van Israël. Erfelijk materiaal en eeuwenoude oral history ontmoeten elkaar.

Het is de schuld van de Babyloniërs! Eerst dreven ze 2723 jaar geleden met de verovering van het Noord-Israëlitische rijk de verre voorouders van Walter Razwiedani op de vlucht. Daarna, ruim honderd jaar later, verwoestte hun koning, Nebukadnezar, Jeruzalem. Tien van Jacobs stammen raakten op drift, sommige voorgoed. Dat is lang geleden, maar aan de hand van hedendaagse DNA-proeven kunnen we nu het erfelijk spoor van Razwiedani terug volgen.

De eenvoudige boer in de Zuid-Afrikaanse Noordprovincie en zijn stamgenoten zijn de afstammelingen van Levi, zo hebben de tests uitgewezen. Een deel van de Levi-stam trok voor de jaartelling via Babel als nomaden over het Arabische schiereiland naar het zuiden in een tocht die eeuwen in beslag nam. Ze voeren uiteindelijk over de Indische Oceaan, langs de kust van Afrika, om in Tanzania weer aan wal te gaan. Het volk verspreidde zich over heel zuidelijk Afrika – in Zuid-Afrika namen ze de naam Lemba aan, hetgeen `rein' betekent.

In Israël heeft het onderzoek naar de oorsprong van de Lemba (enkelvoud en meervoud) groot opzien gebaard. Rechtlijnige rabbi's vinden dat alle verloren zonen van het joodse volk het recht hebben om terug te keren; net als de Falasha's uit Ethiopië moeten ook de Lemba remigreren naar Israël. Maar de wereldlijke autoriteiten van de joodse staat zitten niet te springen om nog een nieuwe bevolkingsgroep.

Walter Razwiedani (72) zit daar niet mee. Op zijn plantage nabij de provinciestad Thohoyandou, de vroegere hoofdstad van het thuisland Venda, teelt hij bananen en mango's. Een zo goed mogelijke oogst is zijn hoofdzorg, het jood-zijn spreekt immers voor zichzelf. ,,Eens waren we mulungu, dat betekent blank, met mooie rechte neuzen'', zegt hij. ,,Dat is lang geleden. Maar ik ben er trots op een zwarte jood te zijn.''

Onder zijn keppeltje heeft Walter een glimmende kale kop. In afwachting van de nieuwe maan, legt hij uit, scheren de Lemba-mannen hun hoofden kaal. ,,We moeten schijnen zoals de maan. Dat is onze joodse traditie hier.'' De statige, vitale Razwiedani bekommert zich niet om zijn leeftijd. ,,Ik heb geen tijd om naar boven te gaan, waar mijn voorvaderen zijn, er is nog te veel werk te doen'', zegt hij. ,,Wij joden redden ons altijd. Ik was vroeger schoolhoofd, maar toen ik met pensioen ging had ik niet genoeg om van te bestaan en ben ik deze plantage begonnen.''

Davidster

Venda, in het uiterste noordoosten van Zuid-Afrika, is het belangrijkste domein van de Lemba. Ze wonen er te midden van andere zwarte volkeren, verspreid over een groot gebied, rondom de Soutpansbergen, een bekoorlijk, groen landschap dat tot 1.500 meter hoogte reikt. Onderling spreken ze de lokale talen, Venda en Sepedi, maar er zijn ook Hebreeuwse woorden terug te vinden. Emeritus professor Afrikaanse talen Matshaya Razwimaisani Mathiva Seremane is voorzitter van de tweeduizend leden tellende Culturele Vereniging van de Lemba. Zijn kantoor in Thohoyandou noemt Mathiva `Office of the president'. Het wapen van de vereniging bestaat uit een goud-groene davidster met een olifant in het midden.

Mathiva (79) denkt er niet aan om ergens anders te gaan wonen. Dit is zijn geboortegrond en die van zijn voorvaderen. ,,Wij zijn trots op onze afkomst'', zegt hij. ,,Onze geschiedenis gaat terug tot voor de jaartelling via Jemen naar het beloofde land.'' Mathiva schat dat er driehonderdduizend Lemba in Zuid-Afrika wonen, maar er bestaan geen betrouwbare statistieken: wetenschappelijke onderzoekers houden het op vijftigduizend. Ook over de grens, in Zimbabwe wonen veel zwarte joden. Door vermenging met zwarte Afrikaanse volkeren verloren de Lemba volgens de professor hun joodse uiterlijk. ,,Maar wat is nu een typische jood? Als je naar de huidige joodse bevolking van Israël kijkt, vind je ook alle kleuren. Het gaat niet om je huidskleur, maar om je binnenste, om het gevoel.''

Het jodendom zit de Lemba meer in de genen dan in de godsdienst. Ze zijn zoals de meeste volkeren in deze streken, door de Europeanen gekerstend. ,,Daar kunnen we niets aan doen'', verzucht professor Mathiva. ,,We hadden geen keus.'' In zekere zin is hij de Duitse missionarissen, die in de noordoostelijke streek van Zuid-Afrika in de achttiende eeuw de lokale bevolking het christendom door de strot wilden duwen, dankbaar. ,,Ze wilden ons dwingen Schweinebraten te eten en andere onreine handelingen toe te passen. Dat stuitte op groot verzet.'' Het wakkerde het joods bewustzijn onder de stam sterk aan. De oude prof is zelf bezig over te gaan tot het jodendom. ,,Ik lees op de sabbatdag de Torah, steek kaarsen aan en houd strikt de joodse levenswijze aan. Ik wil me ontdoen van het christelijke keurslijf.''

De meest zuidelijke `uitloper' van de Lemba vindt men in Soweto, het grote zwarte township bij Johannesburg. Twintig Lemba-mannen zitten bij elkaar in een lokaal van de Dzata-basisschool. Het gezelschap in zaaltje 1B heeft een merkwaardige samenstelling. Verenigingsvoorzitter Mungulwa Hadzhi is joods religieus; hij draagt een keppeltje op zijn hoofd, terwijl vice-voorzitter Nemusanda Seremane uit hoofde van zijn beroep, dominee in de Anglicaanse Kerk, getooid is in toga en witte bef. ,,We zijn allemaal joden hier hoor'', zegt een van de mannen, ,,ook al hebben we verschillende levensovertuigingen. Weet je hoe je een niet-jood herkent? Mensen die varkensvlees eten, stelen en leugens vertellen, dát zijn geen joden.''

Scepsis

De claim van de Lemba op hun joodszijn werd door wetenschappers aanvankelijk met scepsis bekeken. Hoewel een aantal gebruiken zeker lijkt op dat van de joden (vooral de afkeer van varkensvlees), zou het ook aangeleerd gedrag kunnen zijn. Maar Britse onderzoekers hebben de laatste jaren een lans gebroken voor de Lemba. De Britse hoogleraar Tudor Parfitt, verbonden aan het Centrum voor Joodse Studies van de Universiteit van Londen, heeft de Lemba in feite ontdekt, of beter gezegd, aan de vergetelheid ontrukt.

Parfitt (55) maakte in de jaren tachtig naam als deskundige op het gebied van de Falasha's, de zwarte joden uit Ethiopië. Tijdens een lezing daarover in Johannesburg, tien jaar geleden, werd hij benaderd door enkele Lemba-mannen. ,,Wij zijn ook zwarte joden'', zeiden ze tegen Parfitt. Hij toog met hen mee naar Thohoyandou. Er bleek veel meer op hun joodse afkomst te wijzen: de verhalen die ze vertelden konden niet allemaal verzonnen zijn, redeneerde hij. Parfitt maakte daarna een diepgaande studie van het volk, schreef er een boek over dat ook in het Nederlands is vertaald (De Verdwenen Stad, Uitg. Bigot en Van Rossum, Baarn 1993) en is er nu zo goed als van overtuigd dat de joodse oorsprong van de Lemba authentiek is.

Op zoek naar Sena

Parfitt, zelf overigens geen jood, woont onder de rook van St. Affrique, een stadje nabij Montpellier in Zuid-Frankrijk. In zijn schitterende woning, het historische hôtel de ville, vertelt hij het verhaal van zijn jarenlange onderzoek waarin hij het spoor van de Lemba terugvolgde en de mondeling overgedragen verhalen steeds weer tegenkwam. Hij luisterde naar hun legende over Sena, de stad waar het volk naar eigen zeggen vandaan zou komen. Niemand kon hem vertellen waar het precies was. In Mozambique, niet ver van Venda, vond hij een plaats Sena, maar dat bleek niet het mythische oord te zijn. De Lemba verwijzen dikwijls naar zichzelf als `de blanke mannen uit Sena'. In hun Ndinga-lied, overgeleverd van generatie op generatie, zingen ze: `We kwamen uit Sena, staken de Pusela over, herbouwden Sena. Daar stierven we als vliegen. We gingen naar Zimbabwe, bouwden de muren. We kwamen naar Venda onder leiding van Salomo.'

Parfitt traceerde uiteindelijk het originele Sena in het zuiden van Jemen. In de daar gelegen vallei Masila herkende hij de verbasterde Pusela uit de mondelinge overlevering van de Lemba. De Jemenieten vertelden Parfitt dat uit oude volksverhalen ter plekke bleek dat meer dan duizend jaar geleden een grote waterkering was doorgebroken, die de toenmalige bewoners van de vallei op de vlucht dreef. De Jemenieten hadden geen idee waar de mensen van destijds waren gebleven, maar konden uit hún `oral history' de volksverhuizing bevestigen.

Verhalen en legendes van volkeren, eeuwenlang doorverteld, veranderd en verfraaid, zijn moeilijk of soms onmogelijk te verifiëren. Maar Parfitts universiteit kreeg hulp van genetici. Onafhankelijk van Parfitt deed Trevor Jenkins, geneticus aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, in 1996 onderzoek naar de genetische herkomst van de Lemba. Het was Jenkins die opperde, dat de oorspronkelijke immigranten uit Arabië vrijwel uitsluitend mannen waren die Afrikaanse vrouwen tot zich namen. Jenkins nam – uiteraard met hun instemming – speekselmonsters uit de wang af bij 49 Lemba-mannen voor een DNA-onderzoek. Uit zijn analyse bleek dat de helft van de Y-chromosomen van de mannen een Semitische oorsprong had. (Y-chromosomen planten zich alleen via de mannelijke lijn voort). Jenkins was daarmee de eerste die de cultuurtheorie van Parfitt ondersteunde met DNA-bewijs. De diverse onderzoeken werden gefinancierd door de universiteiten zelf. Bovendien zijn er in zowel Zuid-Afrika als in Israël en de Verenigde Staten joodse organisaties die het onderzoek naar de Lemba stimuleren en financieren; zij verlenen ook praktische en financiële hulp aan de Lemba zelf. Een van de plannen is de bouw van een synagoge in Venda.

Voor Tudor Parfitt waren Jenkins' bevindingen een steun in de rug, maar toch nog onvoldoende bewijs dat de Lemba inderdaad joods waren. ,,`Semitisch' was een te breed begrip voor mij, want dat behelst zowel de joden als de Arabieren. Het verklaarde niet waarom de Lemba er joodse gebruiken op nahouden.'' Tussen 1997 en 1999 deed hij vervolgonderzoek samen met Dr. David Goldstein van de Universiteit van Oxford en Dr. Mark Thomas van het Londense University College. De monsters van 136 Lemba-mannen werden vergeleken met 120 monsters van Jemenieten uit de omgeving van Sena. Parfitt: ,,Er bleek een duidelijke overlap tussen de Y-chromosomen van de Jemenieten en die van de Lemba. Aangetoond was nu dat de wortels van de Lemba in het zuiden van het Arabische schiereiland lagen.'' Nog was hij niet tevreden, ,,want de resultaten lieten de vraag naar de religieuze oorsprong van de Lemba onbeantwoord''.

Vandaar de ultieme proef: vergelijking van het genetisch materiaal van de Lemba met dat van de Cohanim (Cohens), priesters behorend tot de stam van Levi, waar ook de historische Mozes en Aäron deel van uitmaakten. De keus om naar de chromosomen van de Cohens te kijken werd ingegeven door het feit dat in tegenstelling tot de matriarchale lijn die gewoonlijk bepalend is voor joodse afstamming, de status van priester wordt overgedragen via de mannelijke lijn.

Y-chromosomen

Parfitt, Goldstein en Thomas legden het patroon van de Y-chromosomen van de Cohens naast dat van de Lemba. Vooral bij de Buba, de oudste van de twaalf substammen van de Lemba, ontdekten ze grote overeenkomsten met de Cohens. Het maakte de cirkel van het onderzoek rond. Hoewel Tudor Parfitt niet met honderd procent zekerheid wil zeggen dat de Lemba tot de Levieten behoren, en dat hun joodse claim dus terecht is, acht hij het wel ,,buitengewoon aannemelijk''.

De Lemba op hun beurt zijn opgetogen over de wetenschappelijke bewijzen. ,,We wisten het natuurlijk altijd al'', zegt professor Mathiva, ,,maar niemand wilde ons geloven.'' Parfitt gaf de Lemba hun geschiedenis terug, Jenkins en de andere onderzoekers hun bloed, zo redeneert Mathiva.

Nu de Lemba `officieel' joden zijn geworden mogen ze zich in de belangstelling verheugen van hun `blanke broeders' in Zuid-Afrika, de traditionele joodse gemeenschappen die eind negentiende, begin twintigste eeuw de vervolgingen in met name Oost-Europa ontvluchtten en naar zuidelijker oorden trokken. De meeste Zuid-Afrikaanse joden wonen tegenwoordig in Johannesburg, waar ze een welvarende, tamelijk orthodox levende bevolkingsgroep vormen. Eind vorig jaar had voor het eerst een gezamenlijke sabbatdienst plaats met de Lemba van Venda, onder leiding van de `blanke' rabbi Yaacov Levi. ,,Dat was het moment waar ik mijn hele leven op had gewacht'', zegt Mathiva over die dag.

Hoe zien de Lemba hun toekomst? Willen ze `terug' naar Israël, zoals de Falasha's? Walter Razwiedani niet. ,,In Ethiopië leed men honger, de broeders uit Israël moesten hen wel komen redden. Maar wij hebben het goed genoeg hier, zolang we ons eigen leven kunnen leiden. Israël is veel verder in ontwikkeling, laat mij maar mooi hier blijven op mijn plantage. De blanke joden gaan toch ook niet terug? Dit is ons land, wij zijn de zwarte joden van Afrika.''