Zoek: duurzaamheid

Volkert Beekman: A Green Third Way? Philosophical reflections on government intervention in non-sustainable lifestyles. Wageningen Universiteit, 23 februari 2001, 122 blz. Promotores: prof.dr. M.J.J.A.A. Korthals, dr. F.W.J. Keulartz.

Aula 500 was het rapport van de Club van Rome, dat in 1972 in scherpe woorden en harde tabellen de dreigende nabijheid aankondigde van de `grenzen aan de groei' van het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen. Wij zouden er inmiddels al veel slechter aan toe moeten zijn dan gelukkig het geval is, maar het rapport van de Club van Rome maakte toch definitief een einde aan ieder geloof in de oneindige mogelijkheden van de aarde. De voorraden fossiele brandstof zijn eindig en de opoffering van de natuur aan de ruimte- en voedselbehoefte van de mens zal een blijvende verandering van het milieu ten gevolge hebben. Ook al zou vanaf nu gestreefd worden naar een wereldomvattend evenwicht tussen het gebruik en de blijvende beschikbaarheid van alles wat de wereld te bieden heeft, dan nog zal de snelle groei van de wereldbevolking het bijna onmogelijk maken dat streven ook effectief door te zetten.

Het zwarte scenario van de uitputting van de hulpbronnen heeft voor een belangrijk deel plaatsgemaakt voor een benadering waarin het begrip `duurzaamheid' centraal staat. Een erg gelukkige vertaling van het oorspronkelijke begrip `sustainability' is dat niet. Duurzaamheid is een statisch begrip, dat suggereert dat iets niet slijt en ook over langere tijd gezien hetzelfde blijft. Sustainability is een veel dynamischer begrip, dat verwijst naar de mogelijkheid om voor een bepaald doel dezelfde inzet te kunnen blijven leveren.

Het verschil in betekenis wordt geleidelijk meer voelbaar, omdat het begrip duurzaamheid inmiddels ook ver buiten de wereld van het milieu grote populariteit heeft verworven. In Nederland heeft het Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling inmiddels vaste vorm aangenomen en op het hoogste politieke niveau geeft de minister-president zelf leiding aan de Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling. Zweden, dat nu voorzitter is van de Europese Unie, heeft duurzame ontwikkeling als een bijzonder thema van aandacht aangewezen. De Europese Commissie op haar beurt verbindt duurzaamheid ook met andere politiek actuele thema's als bijvoorbeeld sociale uitsluiting en armoede, gezondheid, mobiliteit en – toch een tikje tautologisch – veroudering.

Dit lijkt dus een heel gelukkig moment voor een proefschrift dat wil onderzoeken of en in hoeverre overheidsingrijpen gerechtvaardigd is om mensen af te houden van een niet op handhaving van de waarde `duurzaamheid ' geïnspireerde leefstijl. Zoals Anthony Giddens als de intellectuele goeroe van Tony Blair deze zijn 'third way' wees, zo is – gelukkig wat meer op afstand – Volkert Beekman de voordenker van wat hijzelf de groene derde weg noemt. Op de groene derde weg weet de overheid zich gerechtvaardigd om in te grijpen met het oog op het belang van toekomstige generaties, maar ze zal dat zo beperkt mogelijk doen en zoveel mogelijk ruimte voor persoonlijke vrijheid laten. Tegelijkertijd is een essentieel onderdeel van de groene derde weg de groei van de overtuiging bij de burgers dat een verandering van levensstijl in `groene' richting noodzakelijk is. Het moet vanzelfsprekend worden dat de burger goed geïnformeerd kiest voor ``een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien''.

Dat is ook precies wat er met het begrip duurzaamheid bedoeld wordt. De overheid mag daarvoor tot op zekere hoogte regels stellen en is zeker vrij de burgers op de wenselijkheid van een meer spaarzame en bedachtzame leefstijl te wijzen. Beekman gaat in zijn onderzoek nog duidelijk uit van de verbinding tussen duurzaamheid en het gebruik van de materiële hulpbronnen. Zijn voorbeelden hebben meestal betrekking op vlees eten, auto rijden en vliegen voor vakantiedoeleinden. Dat zouden we allemaal niet of veel minder moeten doen. Herkenbaar en in relatie tot de `liefde' (zo heet dat) voor volgende generaties ook aansprekend, maar wel vaak nogal simplistisch voorgesteld als een individuele keuze om iets wel of niet te doen of juist als een van hogerhand opgelegd verbod op niet-duurzaam gedrag.

Welbewust gaat Beekman niet in op het gebruik van het begrip duurzaamheid in de meer metaforische zin zoals die nu in toenemende mate in de politieke discussie binnensluipt. Daarin wordt bijvoorbeeld ook het inburgeringscontract dat de Nederlandse overheid sluit met iedere immigrant een bijdrage aan een duurzame ontwikkeling, die in dit bijzondere geval gericht is op de blijvende integratie van vreemdelingen en het voorkomen van sociale uitsluiting.

Aan Beekmans exercities ligt een gedachte ten grondslag, die door hem ook wel wordt geformuleerd, maar nergens zelf tot onderwerp van filosofische reflectie gemaakt wordt. Duurzaamheid moet, om het maar eens simpel te zeggen, en de vraag is dan alleen nog hoe duurzame ontwikkeling gegarandeerd moet worden en uiteraard ook wiens verantwoordelijkheid dat is, van de staat of van de burger. De belangrijkste normatieve uitspraak is dus al gedaan voor het onderzoek begint, al keert hij op het eind van het boek nog even impliciet terug als Beekman het concept van de `primaire milieu-goederen' (schoon water, schone lucht, schone grond ) introduceert. Over de aard en de beschermwaardigheid van de primaire milieu-goederen worden niet veel woorden vuil gemaakt, terwijl daar toch echt wel een discussie over mogelijk is. In feite wordt die discussie ook met grote regelmaat gevoerd, of het nu gaat om gasboringen in de Waddenzee, de uitbreiding van Schiphol of de oplossing van het mestprobleem. Dat de overheid dan ook op de bres staat voor de bescherming van het milieu en het behoud van de primaire milieugoederen, is zeker niet vanzelfsprekend.

Hoe krijg je mensen nu tot de aanvaarding van een duurzame levensstijl? Stap voor stap bespreekt Volkert Beekman de catalogus van mogelijke maatregelen en benaderingen. Hij let daarbij zeker ook op haalbaarheid en effectiviteit van een maatregel, maar het accent ligt toch op de filosofische houdbaarheid en de normatieve aanvaardbaarheid, met overigens een flinke scheut sociologie en psychologie aangelengd. De lezer wordt het daarbij niet gemakkelijk gemaakt, want in kort bestek krijgt hij in het bijpassende moeizame proza hele brokstukken moderne sociaal-filosofische theorie geserveerd: de structuratietheorie van Giddens, het politieke liberalisme van John Rawls, de herrschaftsfreie Kommunikation van Habermas, het liberale perfectionisme van Raz, en nog veel meer.

Ik vind dat Beekman dat heel knap doet, al is het vaak wel erg compact en heeft het iets van een gewaagde tocht naar de overkant van een rivier, die bezaaid is met ijsschotsen. De sprongen die gemaakt moeten worden zijn groot en griezelig, maar het loopt gelukkig allemaal goed af, al blijf je achter met de vraag hoe de alternatieve routes eruit zouden zien en of het ook ergens mis had kunnen gaan. Alles sluit nu wel heel erg mooi op elkaar aan. Wie denkt dat er in de wetenschap tussen beschrijven en toetsen eigenlijk niets zit, leert hier weer eens dat de werkelijkheid van het wetenschappelijke bedrijf deze leegte allang en op heel veel verschillende manieren heeft opgevuld. Bij Volkert Beekman is dat in de vorm van het dubbele spoor van enerzijds weten wat er uit moet komen en anderzijds zoeken van de theoretische kaders van de legitimatie die daarbij nodig is. Toch levert dat wat op, omdat met behulp van de theorie-`plukjes' die Beekman introduceert stap voor stap duidelijk wordt wat duurzaamheid juist ook beleidsmatig tot zo'n lastig concept maakt.

Wat zijn precies onze verplichtingen ten opzichte van toekomstige generaties en hoe ver vooruit moet je dan denken? Hoe gerechtvaardigd is de overheid in te grijpen in de particuliere levens van burgers, die op microniveau een verwaarloosbare bijdrage leveren aan een probleem, dat niet eens altijd door henzelf als zodanig herkend wordt? Als burgers beperkingen worden opgelegd, is er dan ook niet een plicht van de overheid om alternatieve hulpbronnen te ontwikkelen, met andere woorden, tegenover de beperkingen ook weer de schepping van nieuwe mogelijkheden te plaatsen? Op thema's als de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven of de noodzaak van wereldwijde samenwerking op het gebied van duurzaamheidsvraagstukken gaat Beekman niet in. Zijn analyse beperkt zich toch tot de typisch Westerse problematiek van de spanning tussen de vrijheid van de individuele burger en de verantwoordelijkheid van de overheid, die als het om duurzaamheidsvraagstukken gaat, merkwaardig genoeg blijkt uit te monden in een discussie over de verantwoordelijkheid van de burger en de vrijheid van de overheid.

Met alle beperkingen die dit proefschrift met zich draagt, denk ik toch dat het een, zoals dat in de Angelsaksische literatuur zo mooi heet, `timely' bijdrage is aan een beleidsontwikkeling die in Nederland dit jaar een belangrijke slag moet maken. Het is echt nog zoeken naar goede aanknopingspunten en juist voor Nederland relevante thema's. Volkert Beekman heeft een interessant soort zoekmachine voor het opsporen van de beleidsrelevante vragen over duurzaamheid ontwikkeld. Nu kijken of zijn opzet en zijn groene derde weg ook `sustainable' zijn.