Teylers' grafiek illustreert Ovidius

Mensen veranderen in wolven, herten of sterren, bloeddorstige draken, goden en mensen die met elkaar in de clinch liggen: het zijn de Metamorphosen van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso. Het boek was een inspiratiebron voor vele kunstenaars in de westerse wereld, zoals te zien is op de tentoonstelling Ovidius' Metamorphosen, met grafiek uit eigen collectie van het Teylers Museum van Haarlem.

De blik van Icarus, afgebeeld op een kopergravure van Hendrick Goltzius uit 1588 lijkt de bezoekers van de tentoonstelling te achtervolgen. Met angstkijkt hij naar de zon, terwijl zijn wassen vleugels smelten. Op de achtergrond zien we nog zijn verbijsterde vader Daedalus. Het door Goltzius gebruikte perspectief – de toeschouwer ziet Icarus van bovenaf – versterkt die dramatiek nog.

Datzelfde pathos is ook te zien in werk van andere kunstenaars op de tentoonstelling, zoals Lucas van Leyden en Jan Pietersz. Saenredam. De details versterken er soms de kracht die van het verhaal uitgaat.

Zo illustreert William Walker sr. (1729-1793) het verhaal van Callisto, die aarzelt een bad te nemen in aanwezigheid van Diana na haar onverwachte ontmoeting met Jupiter. Hij toont de onmacht van Callisto wanneer Diana haar zwangerschap ontdekt. Beschaamd houdt ze de handen voor de ogen. Diana's gezellinnen zijn een en al verontwaardiging. Op de achtergrond loopt nog een figuurtje met een stok door het veld. Het is aan de kijker om te beoordelen wie dat is.

Ter illustratie van de aandacht die al eeuwen geleden bestond voor de Gedaanteverwisselingen haalde het Teylers Museum een antiek exemplaar van het Schilderboeck (1618) van Karel van Mander boven water. Daarin is een heel hoofdstuk gewijd aan de `Uytleggingh op den Metamorphosis'. Van Mander geeft een moraliserende interpretatie van het werk.

Voor wie vertrouwd is met de fantastische verhalen van Ovidius is deze prentententoonstelling één grote herkenningstocht: Argus met zijn duizend ogen, de ezelsoren van Koning Midas, Salamacis en Hermaphroditus, ze zijn er allemaal. Ook Hercules. Goltzius tekende hem met enorme spiermassa's waardoor hij de bijnaam `De Knolleman' kreeg.

En Piramus en Thisbe. De geliefden mogen elkaar niet ontmoeten van hun ouders en spreken daarom stiekem 's nachts buiten de stad af, bij een moerbeiboom. Thisbe is er als eerste en ziet een leeuw die net een prooi heeft verorberd. Zijn muil druipt nog van het bloed. Thisbe vlucht en verliest haar sluier, die wordt verscheurd door de leeuw.

Wanneer Piramus de sluier vindt, denkt hij dat zijn vriendin is verscheurd. Hij verwijt zichzelf niet eerder te zijn gekomen en steekt zich dood met zijn zwaard. Zijn bloed kleurt de moerbei voor eeuwig zwart. Als Thisbe op zoek gaat naar haar geliefde en hem dood aantreft, pleegt ze zelfmoord met hetzelfde zwaard.

Het dramatische verhaal wordt verschillend voorgesteld. Zo legt Pierre Charles Canot de nadruk op de scène waarbij beide geliefden worden gevonden, terwijl Lucas van Leyden het verdriet van Thisbe uitbeeldt wanneer ze Piramus vindt.

De tentoonstelling bewijst dat Ovidius' eigen voorspelling aan het slot van de Metamorphosen dat hij ,,tot in verre landen en door alle eeuwen heen'' bekend zou blijven, is uitgekomen.

Tentoonstelling: Ovidius' Metamorphosen, Grafiek uit eigen collectie (1580-1780). T/m 10 juni 2001, Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Geopend: di-za 10-17 uur, zon- en feestdagen 12-17 uur. Koninginnedag 30 april gesloten.