SUPERZUIVEL

Wat een hypocrisie spreekt uit het artikel `Superzuivel' (W&O, 3 maart)! De onderzoekers bij het NIZO en elders willen melkproducten verbeteren door melkzuurbacteriën met bijzondere eigenschappen te kweken. Er zullen echter geen bacteriën in de zuivel terechtkomen, die met moderne technieken genetisch gemodificeerd zijn, want dat verkoopt slecht. Toch ziet men er geen been in om voor onderzoek die technieken wel te gebruiken. Om toch mutanten met de gewenste eigenschappen te verkrijgen voor in de zuivel, zal men meer conventionele maar bottere technieken gebruiken, zoals mutagene stoffen.

Waartoe al die moeite? Tegenstanders van de toepassing van genetische manipulatie hanteren een verscheidenheid aan argumenten: economische, politieke, ecologische, levensbeschouwelijke en ook medische. Het lijkt erop dat veel consumenten een afkeer hebben van genetische manipulatie omdat het onnatuurlijk is; de achterliggende gedachte lijkt de reflex: `natuurlijk = gezond', en `onnatuurlijk = ongezond'. Zelf beschouw ik `natuurlijk' niet als een bruikbare kwalificatie, laat staan een gunstige; maar goed, er zijn mensen die er anders over denken.

Mijn punt hier is dat de beoogde technieken en producten van de zuivelmakers evengoed onnatuurlijk zijn, en dus even gezond of ongezond wanneer moderne genetische modificatietechnieken gebruikt zouden zijn. Het lijkt erop dat de EU-onderzoekers deze uitsluitend mijden om te voorkomen dat het etiket `Frankensteinvoer' op de zuivel wordt geplakt. De meeste argumenten tegen genetische manipulatie gelden echter onverkort voor rassen, stammen en cellijnen die met meer conventionele technieken zijn ontwikkeld. De halfhartige omzichtigheid lijkt me dus futiel, want niets let hun tegenstanders om met argumenten deze term ook te gebruiken voor hun technieken en producten.

Het is ook een gotspe om dit soort biotechnologisch geweld, waarover veel mensen dus bezorgd zijn vanwege hun gezondheid, te gebruiken om `gezondere' zuivel te maken. Ik lees: ``Maar die gezondheidsclaim staat niet centraal, want dit EU-project richt zich in de eerste plaats op voedingsmiddelen met claims die aantoonbaar zijn.'' Men heeft dus blijkbaar enige integriteit, zij het een halfhartige (in tweede instantie mag men wellicht ongefundeerde claims verwachten). Het is inderdaad helaas zo dat talloze fabrikanten hun producten met vage en/of ongefundeerde gezondheidsclaims proberen te slijten. Ik beschouw de medicalisering van ons voedsel als een zeer kwalijke ontwikkeling. Gezondheid zit niet in een potje of in een pak yoghurt, en wetenschappers die zich met deze materie bezighouden zouden dit besef luid en duidelijk moeten uitdragen.

Inderdaad, consumenten willen gezond eten. De oplossing die de voedingsindustrie aandraagt is `specialty foods': supplementen waarvan het onduidelijk of onwaarschijnlijk is of het enig effect heeft, maar dat wel veel duurder is. Laat u niet wijsmaken dat de consument dat wil: `de consument' heeft geen verstand van calcium of melkzuurbacteriën. Hij wordt rijp gemaakt voor nieuwe producten met marketingcampagnes en `brand building' – wat die nieuwe producten juist weer zo duur maakt.