Star dust

In de vroege middag van donderdag 22 maart 2001 regende het pijpenstelen in downtown Manhattan. Voor het gebouw van J.P. Morgan stond een man van een jaar of dertig in zijn mobieltje te praten. Hij droeg geen regenjas, had geen paraplu en hoewel dit bankiersgebouw een galerij heeft waar hij beschutting had kunnen zoeken, bleef hij in de wolkbreuk staan. Zijn kaken droegen een baard van een dag of twee. Hij had zich schuin aan de overkant kunnen laten scheren, bij The Art of Shaving, (45 dollar voor een Royal Shave, op afspraak, bel 212 3442900, en misschien was dat niet eens nodig geweest want de winkel was leeg), maar hij gaf er de voorkeur aan, zich te laten doorweken. Hij huilde. In Amsterdam zou hij in zijn beklagenswaardigheid grote moeite hebben gehad zich tegen ontfermende voorbijgangers te verdedigen. Ontfermt u zich in New York nooit over iemand tenzij die er uitdrukkelijk om vraagt. Een kwartje voor een bedelaar. Ongevraagd de Samaritaan uithangen kan moeilijkheden veroorzaken. Als iemand ongeschoren in de stromende regen in zijn mobieltje wil blijven snikken, is dat zijn zaak. It's a free country.

Beleven we historische dagen? Is paniek een historische gebeurtenis? Het hangt ervan af in hoeverre je erbij betrokken bent en wat erop volgt. De klassieke paniek om niets is veroorzaakt door Orson Welles met zijn radioprogramma over de invasie van de Marsbewoners, volgens het boek van H.G.Wells, The War of the Worlds. De aardbewoners hadden geen flauw vermoeden dat ze al jaren uit de ruimte werden bespied door wezens, oneindig veel intelligenter dan zij (wij, dus). It all seemed so quiet. En opeens waren daar de vliegende schotels met de groene mannetjes. Californië raakte ten prooi aan radeloosheid. Dat kwam doordat Welles de invasie had gearrangeerd als een reeks nieuwsberichten, met een toenemende graad van dreiging. Het was aan de stemmen van de nieuwslezers te horen. De eerste gezinshoofden sprongen met de familie in de auto, en daarna was er geen houden meer aan. De paniek blies zichzelf vol, tot reusachtige afmetingen. Zo is deze paniek om niets, bedacht door Orson Welles, een historische gebeurtenis geworden. Voor het eerst misschien dat een Niets in de geschiedenis is bijgeschreven. Er is een mooi boek over, van een psycholoog, Hadley Cantril, met de volledige tekst van de uitzending. Lees je het nu, dan vraag je je af hoe ze toen zo de kluts kwijt konden raken.

Wall Street is, als je er niet je brood verdient, een saaie straat; nauw, grijs, een onvriendelijke kloof. Maar dan heb je de entree tot de ondergrondse: een wijde, lichte ruimte, goed verwarmd, met een gewelfd dak op witte pilaren, en aan één kant een rij delicatessenwinkels. Al dat heerlijks kun je daar meteen opeten, op bankjes onder palmen. Het was lunchtijd, alle bankjes vol met onberispelijk geklede jonge mensen, die al etend met hun mobieltje in de weer waren of de Wall Street Journal lazen, of dat allemaal tegelijk deden. Ook al heb je geen aandelen, het laat je niet onberoerd. De afgelopen week was ik al murw getetterd door de nieuwslezers van radio en televisie, over de wilde bewegingen van de koersen; en hoe ik het mezelf ook kwalijk nam, het kostte me vaak moeite me ervan los te rukken.

Wall Street en omgeving lijken een bewegend Madame Tussaud, een marionettenspel. Iedereen daar zit aan hetzelfde draadje van opwinding. Het was me een opluchting, weer in de subway te zitten, met gewone mensen, slordige mensen, opgepoetste ijdeltuiten, vetzakken, een oude man met een kanarie in een kooitje, een jongen die zijn nagels zat te lakken, kortom, geen Wall Street. Bij Pennsylvania Station ging ik eruit, om daar onder de grond nog een beetje rond te lopen. Geen mooier menigte dan een New-Yorkse menigte. Of beter: geen energieker menigte dan een New-Yorkse. Dat werkt ook aanstekelijk. Ik ging terug om dit stukje te schrijven.

Op het station waar ik eruit moest, stond aan de overkant van de spoorbaan een muzikant, een zwarte man die a capella begon te zingen toen het gedaver van de trein in de tunnel was weggestorven. Hij had geen krachtige, wel een melodieuze bariton, die mooi echode in het gewelf. Hij zong: Sometimes I wonder why I spent the lonely night, dreaming of a song. The melody haunts my reverie... enz. Star Dust, Hoagy Carmichael.

Daar daverde de volgende trein binnen, zijn recital verzwelgend.

Straatmuziek, ik ken geen mooiere dan hier. Beurs of geen beurs, deze stad kan niet kapot.