Natuurkunde

Met instemming lees ik – geïnteresseerde leek – dat Vincent Icke nog eens de vloer aanveegt met de vermeende ondoorgrondelijkheid van de moderne natuurkunde (`Wasknijpers', W&O, 17 maart). Voor wie er wat tijd in wil steken en niet opziet tegen een portie wiskunde, is het immers helemaal niet zo'n probleem om zicht te krijgen op een aantal hoofdlijnen en vervolgens te begrijpen waar de veelgeroemde `absurditeit' van de moderne natuurkunde schuilt (in de intuïtieve interpretatie, niet in de wiskunde-structuur).

Daarom stak het mij een beetje dat Hawking en Penrose over dezelfde vloer werden gehaald. Juist van Penrose heb ik veel geleerd over de details van eenvoudige kwantummechanische situaties. Een zwakke uitlegger zou ik hem beslist niet willen noemen en wanneer Penrose aan het speculeren slaat (wat hij inderdaad graag doet, over instortende golffuncties en de menselijke geest) maakt hij dat voldoende duidelijk. Wat Hawking betreft en zijn `geraaskal' over het krimpende heelal: die fout geeft hij nota bene reeds in `Het Heelal' omstandig toe!

Los daarvan zijn woorden als `zwetsers' en `geraaskal' hier volgens mij niet op hun plaats. Bij Hawking ging het om het stellen van een hypothese die tenslotte onhoudbaar blijkt; bij Penrose om het doen van suggesties die (heel) misschien ooit kunnen bijdragen tot een goede theorie. Als de wetenschap alleen zou werken met zekerheden of bijna-zekerheden, was anno 2001 zelfs de verf voor de grotschilderingen nog niet uitgevonden. Het bedenken en uitwerken van talloze ideeën en wilde speculaties is even kenmerkend voor de wetenschap als het zorvuldig, via argument en experiment, uitfilteren van die enkele theorie die het onderzoek echt een stap verder brengt.

Icke wil dat auteurs voor een breed publiek zich houden bij wat voor ten minste 90 procent zeker is. Behalve dat die boeken wel eens erg dun konden worden, zouden ze een vertekend beeld van de wetenschap geven. Is het, in plaats van niet-ingewijden een scherpe scheiding voor te houden tussen correcte wetenschap en `gezwets', niet beter om ze te laten zien dat er, naast een groot aantal resultaten die niet meer ter discussie staan, ook een frontlinie is waar heftige controversen woeden en waar zin en onzin ook voor vaklui moeilijk uit elkaar zijn te houden? Alles, waaraan we nu niet meer twijfelen, bevond zich immers eens ook daar.

Overigens bedankt voor de heldere uitleg over de lichtsnelheid in materie!