Moet je iemand helpen die niet wil?

De integratie van de derde generatie Molukkers stokt, aldus hoogleraar J. Veenman. Wat betekent dat voor het integratiebeleid?

De Rotterdamse hoogleraar J. Veenman presenteerde woensdag een onderzoek waaruit blijkt dat de integratie van Molukkers stagneert bij de derde generatie. Dat is in tegenspraak met de verwachting dat integratie over generaties heen een lineair verloop kent. De vraag is welke betekenis dit heeft voor het Nederlands integratiebeleid.

Het ambitieniveau van Molukse jongeren ligt laag, schrijft u: ouders hebben een vbo- of mavo-niveau, de kinderen komen niet verder. Geldt dat niet ook voor autochtone kinderen uit vergelijkbare milieus?

,,Je ziet dat type achterstanden ook bij autochtone kinderen optreden en het blijkt heel lastig om ze te doorbreken. Het onderwijs is er al lang op gericht om dit weg te werken. Maar allochtone kinderen hebben een combinatie van achterstanden. De overdracht van achterstand met name de taal van de ouders op de kinderen. Ten tweede de ervaring met het onderwijs: ouders zijn vaak niet in staat hun kinderen te helpen met schoolwerk. En de opvoeding: in het westerse onderwijs is individualisme en zelfredzaamheid belangrijk, maar bij allochtone gezinnen is dat veel minder het geval. Kinderen zijn hierdoor niet voorbereid op ons onderwijs.

,,Bij de Molukkers komt daar nog iets bij: zij leven in unieke, gesegregeerde woonwijken, met een eigen levenstempo en met hun eigen opvattingen. Misschien kunnen we daarom iets minder somber zijn over de derde generatie Turken en Marokkanen.

,,In de concentratiewijken waar zíj leven, woont altijd tenminste dertig procent Nederlanders.''

De stilstand van de derde generatie is in tegenspraak met voorspellingen dat integratie een voortschrijdend proces is.

,,Amerikaanse onderzoeken wezen in die richting. En in het geval van de Molukkers was er reden voor optimisme, doordat de tweede generatie zo'n grote sprong vooruit had gemaakt. Uit gesprekken met hen kwam bovendien naar voren dat zij van plan waren hun kinderen anders op te voeden dan hun ouders deden. In de praktijk blijkt dan toch dat zij veel meer handelen zoals hun ouders.''

Molukkers wegen de voordelen van een carrière af tegen het belang van hun eigen identiteit. Die `selectieve integratie' lijkt slecht nieuws voor het overheidsbeleid.

,,Minister Van Boxtel zei, naar aanleiding van mijn onderzoek, te overwegen om naar het idee van `integratie met behoud van eigen identiteit' terug te grijpen. Het beleid is er altijd van uitgegaan dat integratie goed is. Integratie betekent beter onderwijs, minder werkloosheid. De houding van Molukse jongeren levert een bijzonder vraagstuk op: moet je iemand die niet naar de overkant wil, toch helpen oversteken? Ik ben geneigd te zeggen van niet, maar de overheid moet nadenken over deze vraag.''