Mengelberg herdacht met Mahlermuziek

Vijftig jaar en twee dagen geleden overleed Willem Mengelberg (1871-1951), chef-dirigent van het Concertgebouworkest tussen 1895 en 1945. Om Mengelbergs muzikale verdiensten voor het orkest te memoreren, dirigeerde Riccardo Chailly gisteravond een aan zijn voorganger opgedragen concert met de Rückert-liederen en de Tiende symfonie van Gustav Mahler. Met hetzelfde programma reisde het orkest aan het begin van dit seizoen naar Zwitserland, Oostenrijk en Engeland en gaat het komende week opnieuw op tournee naar de Verenigde Staten.

Mahlers laatste, onvoltooide Tiende symfonie (1910) was in 1982 de eerste symfonie van Mahler die Riccardo Chailly dirigeerde. Sindsdien heeft hij steeds een lans gebroken voor de vernieuwende kwaliteiten het werk, en wordt de Tiende na aanvankelijke reserve jegens de door Deryck Cooke voltooide `concertversie', nu ook in Amsterdam algemeen tot de symfonische Mahler-canon gerekend.

Chailly noemde Mahler ooit `de Charles Ives van Oostenrijk' en `de profeet van de Tweede Weense school'. Hij maakte die visie gisteravond hoorbaar met een uitvoering van de Tiende symfonie die het werk op basis van een vloeiende flexibiliteit in ritme en dynamiek uittekende in schreeuwend contrasterende stemmings- en klankkleurwisselingen. De rauw schurende en schokkende dissonanten in de hoekdelen, de zwelgende zwier van het scherzo, de flarden nostalgie in het Purgatorio en de vermorzelende, bijna tè indringend desolate kaalte van de Finale – Chailly pelde de Tiende af tot er een naaktheid restte die het werk zowel in vorm, inhoud als karakter deed klinken als Mahler door een loep bezien. Onomwonden, architectonisch ragfijnmazig, agressief avant-gardistisch en van een zenuwslopende grilligheid.

Het kamermuzikale raffinement en de alerte wendbaarheid die Concertgebouworkest aanwendde voor de Tiende symfonie, vormden ook de basis voor de in veel kleinere bezetting uitgevoerde Rückert-liederen (1901-1902). Bariton Matthias Goerne (1967), eerder bij het orkest te gast voor liederen uit Des Knaben Wunderhorn, zong het vijftal liederen met een fraai legato en een intelligente, aangenaam ongekunsteld aandoende benadering van de teksten. Zijn soepele hoogte en borstige warmte smolten fraai samen met houtblazers en strijkers in Liebst du um Schönheit, zijn gekweld gezongen visie op Ich bin der Welt abhanden gekommen loste elegant en ontroerend op in de althobosolo van Ruth Visser. En hoewel Goernes laagte niet de slagkracht bezat om boven het donderende slot van Um Mitternacht uit te rijzen, liet juist dit lied zich in de directe dramatiek van het O Menschheit, deiner Leiden en de genuanceerde blazersbegeleiding beluisteren als een extract van de klankkwaliteiten waartoe Chailly het Concertgebouworkest in Mahler aanvuurt.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Matthias Goerne. Gehoord: 23/3 Concertgebouw Amsterdam.