Literatuurdag met muziek, films en dertig schrijvers

Voor de zevende keer vond gisteren de BulkBoek Dag van de Literatuur voor Nederlandse en Vlaamse scholieren plaats. In Rotterdam werd de politieke stellingname van Tom Lanoye beter begrepen dan de ironie van Remco Campert.

`Hier wordt een toffe sfeer rond boeken gecreërd', `erg veel mooie vrouwen en de muziek is vet'. De 65.000 Nederlandse en Vlaamse scholieren die gisteren de zevende BulkBoek Dag van de Literatuur bezochten konden op computers hun indrukken verwoorden. Over de sfeer was iedereen het eens, die was `relaxed', met dj's die dansmuziek draaiden, maar de activiteiten vonden sommigen wel wat `saai'. Dat was overigens niet te merken bij de optredens van de schrijvers, die met gejoel, gejuich en donderdend applaus begroet werden.

De Dag van de Literatuur begon `s ochtends in de grote zaal van de Rotterdamse Doelen, met de hiphop van de 010 B-boys en een praatje van burgemeester Opstelten. Adriaan van Dis verzorgde de prijsuitreiking van de schrijfwedstrijd `Vrijheid op papier', een initiatief van het Comité Nationaal Monument Slavernijverleden. Eveline aan de Wiel won met haar gedicht een reis naar Curaçao. Daarna traden in verschillende zalen de dertig schrijvers aan, die voorlazen uit eigen werk en zich lieten interviewen. En wie dat te saai vond, kon altijd een literatuurverfilming gaan bekijken of zich inschrijven als model bij Casting Buro Hollands Glorie.

De schrijvers van het humoristische, lichtvoetige genre waren in de meerderheid; grote namen als Van `t Hek en Van Kooten konden rekenen op overvolle zalen. Remco Campert las een hilarisch verhaal voor over zijn barre schooltijd, waarin hij maar eenmaal een uur vrij had gekregen, `toen de leraar oude talen onder de paardentram was gekomen'. De ironie van dit alles ging aan Job voorbij, zo bleek uit zijn verslagje voor het festivalmagazine: `Campert, die arme man, ik had echt met hem te doen'.

Bij het intiemere schrijversgesprek met Tom Lanoye zaten vooral Vlaamse scholieren, en dat was maar goed ook, want de schrijver schakelde al snel over van de literatuur op de toestand in België. ,,Er begint een Apartheidsregime te ontstaan in Antwerpen'', zei Lanoye, die net terug was uit Kaapstad. Hij hield een verhandeling, waarin het Vlaams Blok, het gevaarlijke begrip `zuiverheid', en het ontbreken van allochtone schrijvers in Vlaanderen op onnavolgbare wijze met elkaar in verband gebracht werden. De jeugd luisterde vol eerbied, pas na afloop klonk het morrend: ,,Dat was geen gesprek, dat was een monoloog''.

Raoul Heertje, Manon Uphoff en Ronald Giphart werden geïnterviewd door scholieren Hilde en Josje. Het gesprek ging over boeken die je met één hand leest, het eten van poep en, zoals Giphart zei, hoe mooi het is als `de goede stijl en de zinneprikkeling samegaan'. De meisjes hadden zich voorgenomen om nu eens niet van die voorspelbare vragen te stellen: ,,Vinden jullie homoseksualiteit een taboe in de maatschappij?'', ,,Wat vinden jullie van het eten van insecten?''. Stand-upper Heertje had zijn antwoord klaar: ,,Ik vind dat alleen homo's insecten mogen eten''.