Korthals: verruim wet onderzoek naar DNA

Als het aan minister Korthals (Justitie) ligt, kan DNA-onderzoek straks niet alleen bij veroordeelden plaatsvinden, maar ook bij personen die zijn ontslagen van rechtsvervolging en een maatregel opgelegd hebben gekregen. Het gaat om daders die in een psychiatrisch ziekenhuis of een jeugdinrichting zijn geplaatst óf tbs met dwangverpleging hebben.

Dat blijkt uit het voorontwerp van de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, dat Korthals ter kennisneming naar de Tweede Kamer en belanghebbende organisaties zal sturen. Het voorstel heeft betrekking op daders van ernstige geweld- en zedenmisdrijven.

De bewindsman beoogt met het voorstel dat veroordeelde zedendelinquenten en geweldplegers in de toekomst altijd DNA-materiaal afstaan. Dit materiaal wordt opgeslagen in een DNA-databank zodat justitie gemakkelijker kan zien of bij een misdrijf een eerdere dader opnieuw in de fout is gegaan. Korthals denkt dat opname in een DNA-databank preventief werkt op het gedrag van veroordeelden.

Op het moment dat de wet in werking treedt, mag de afname van celmateriaal plaatsvinden bij personen die dan zijn veroordeeld en hun straf uitzitten of nog moeten ondergaan. De nieuwe wet is niet van toepassing op mensen die hun straf dan al achter de rug hebben. Verder wil Korthals dat de veroordeelde de mogelijkheid krijgt bezwaar in te dienen bij de rechter als hij het niet eens is met een DNA-onderzoek.

Korthals had al aangekondigd met een apart wetsvoorstel te komen over afname van DNA bij reeds veroordeelden. Het staat los van de plannen voor DNA-onderzoek bij mensen die worden verdacht van een misdrijf waarop vier jaar cel of meer staat. In deze gevallen kan het DNA helpen bij de oplossing van het misdrijf.